Tachtig en te jong om te stoppen

Nederland telt volgens het CBS bijna 200.000 zzp’ers tussen de 65 en 80 jaar. Financiële noodzaak is er meestal niet. „We zijn veel te gezond en te goed opgeleid om op ons 65ste met pensioen te gaan.”

Laurens van Rooyen

Eva van Deinse is sinds vijf jaar eigenaar van Cotta di Mare, een winkel in aardewerk in hartje Leiden. „Aanvankelijk stond ik alleen op markten, want ik werkte toen nog als coördinator van de afdeling anderstaligen op een middelbare school. Maar omdat het altijd zo’n gedoe was met in- en uitpakken van dat aardewerk, heb ik een winkelpand gekocht.” Inmiddels is ze toe aan een nieuwe stap: ze zou het liefst houten en stenen beelden gaan maken, in een atelier „waar ze veel rommel kan maken”. Toch dubt ze „heel erg” of ze nog opnieuw zal beginnen, want ze is 68. „Ik heb een innerlijke drive om alles uit mijn leven te halen wat erin zit.” Een financiële noodzaak om door te werken is er niet („het is puur hobby”), ze heeft een pensioen over haar jaren in het middelbaar onderwijs werkte. Maar ze wil doorgaan zolang ze kan.

Nederland telt volgens het CBS bijna 200.000 zzp’ers tussen de 65 en 80 jaar. Circa de helft van hen werkt meer dan 12 uur per week. Hun aantal stijgt ongeveer net zo hard als het aantal jongere zzp’ers, volgens belangenorganisatie ZZP Nederland: met zo’n 5 procent per jaar.

Volgens voorzitter Maarten Post zijn ze te vinden in tal van sectoren, van kappers tot rij-instructeurs en boekhouders, artsen, consultants, hoogleraren en kunstenaars. Veelal vrije, fysiek niet te zware beroepen of werk voor hoogopgeleiden, al blijft niet iedereen op hetzelfde niveau werken. Veel mensen gaan ‘eindelijk’ doen wat ze leuk of zinvol vinden. Ook in sectoren waar het vroegpensioen nog niet is uitgebannen, zoals defensie en onderwijs, zijn veel mensen die doorgaan als zelfstandige.

Te gezond om te stoppen

Ton Wilthagen, hoogleraar arbeidsmarkt in Tilburg, vindt de groei van het aantal oudere zzp’ers een logische ontwikkeling. „We worden ouder, blijven vitaler en kunnen na ons 65ste nog werken.” Veertig jaar geleden zou die groep veel kleiner zijn geweest, zegt de hoogleraar. „Dankzij die vitaliteit zien we regelmatig gepensioneerden die eerst hun huis opknappen en een poosje op de kleinkinderen passen en dan weer aan het werk gaan. De financiële druk is er af, want ze hebben een pensioen en AOW en kunnen gaan doen wat ze leuk vinden.”

De gepensioneerde zzp’er is een blijvertje, voorspelt Wilthagen. En een bewijs dat de doorwerkcampagne van de overheid een groot succes is. „De pensioenleeftijd van 65 of 67 jaar is eigenlijk iets uit het verleden en ingehaald door de ontwikkelingen in de gezondheidszorg en in het onderwijs. We zijn veel te gezond en te goed opgeleid om op ons 65ste te stoppen.” Er zal volgens hem een moment komen dat we op loondienst terugkijken als een typisch 20ste-eeuws verschijnsel: „Tot de Industriële Revolutie werkte ieder voor zich, en over een paar decennia zal dat weer zo zijn.”

Frans van der Loo (68) werkte de laatste vijftien jaar voor zijn pensioen bij de overheid, waar hij zich bezighield met energievraagstukken. „Toen ik stopte, vond ik mijn werk nog steeds heel leuk. Ik heb daarom besloten om als consultant actief te blijven.” Nu werkt hij onder meer voor het Topconsortium Kennis en Innovatie (TKI), waarbij onderzoeksorganisaties en bedrijven samenwerken aan de realisatie en innovatie van wind op zee. Hij doet ook onbetaald werk, zoals korte missies voor de organisatie PUM die professionele vrijwilligers uitzendt naar ontwikkelingslanden, waar ze bedrijven en instellingen adviseren. „Ik ben onder andere naar Moldavië en West-Afrika geweest, waar ik me vooral met zonne-energie heb beziggehouden.”

Van der Loo doet nu ongeveer één dag per week betaald en drie dagen onbetaald werk. Zijn drijfveer: „De duurzame samenleving is nog lang niet voltooid. Verder blijf ik graag deel uitmaken van een wereld waar ‘het’ gebeurt.” Hij kan zich best voorstellen dat hij op zijn tachtigste nog steeds werkt. „Maar dan op een andere manier. Door te schrijven over duurzame energie bijvoorbeeld.”

Een voorbeeld voor jongeren

Er zit wel een keerzijde aan die ouderen die van geen ophouden weten, volgens Maarten Post van ZZP Nederland. „Ze zijn concurrenten voor jongere zzp’ers voor wie werken nog wel een financiële noodzaak is, want ze zijn goedkoper: ze hebben al een pensioen en AOW en kunnen dus lagere tarieven rekenen. Zo zie je onder rij-instructeurs mensen die 28,50 euro per uur rekenen in plaats van 40 tot 45 euro.”

Hoogleraar Wilthagen ziet het anders. „Je kunt ouderen de lol van doorwerken niet ontzeggen. Je kunt wel zeggen: laat ze gaan bridgen en op de kleinkinderen passen, maar jongeren vervangen niet automatisch die senioren.” Want welbeschouwd is de oudere die wil doorwerken de ideale arbeidskracht, zegt hij. „Hij is vitaal, gemotiveerd, heeft ervaring en kwaliteiten en de buffer die eigenlijk iedereen nodig heeft om ondernemersrisico te kunnen nemen.”

Maar niet iedere gepensioneerde zzp’er werkt door voor zijn plezier. Met alleen AOW is het noodzaak. „Daarom proberen we het pensioenbewustzijn onder jongere zzp’ers te vergroten”, zegt Post. „Als zzp’ers hun oudedagsvoorziening niet goed regelen, krijg je een groep ouderen die moet doorwerken. Het schrikbeeld van de hamburgerbakker van 80.” Sinds kort bestaat een vrijwillige pensioenregeling om pensioenopbouw van zzp’ers te stimuleren.

Voor musicus Laurens van Rooyen (80) is doorwerken geen ‘moeten’. „Ik ben nooit in vaste dienst geweest en ben nooit met pensioen gegaan. Maar ik begrijp dat dat voor een pianist en componist makkelijker is dan voor een bouwvakker.” Doorwerken was ook geen noodzaak. „Ik heb altijd veel gecomponeerd, daar krijg ik nog steeds auteursrechten over betaald. Daarnaast heb ik aanvullende inkomsten, want ik woon mooi, heb een boot en dat wil ik graag zo houden. Maar ik wil niks móéten doen om het geld.” Van Rooyen, die over het ondernemerschap onlangs het boek Beethoven was ook een zzp’er schreef, werkt zes dagen per week. Binnenkort is hij druk met kerst- en nieuwsjaarsconcerten en hij schrijft aan de muziek voor een musical. „Ik kom makkelijk aan zestig uur per week. Maar dat voelt niet als werk. Ik doe er wel wat voor, ik sport driemaal per week. Mijn 100-jarig jubileum ga ik vieren met een groot galaconcert.”