Romantiek is niet lieflijk

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk.

‘Een drama met de statuur van een epos’, zo noemde Victor Hugo (1802-1885) het jaar dat het onderwerp was van zijn laatste roman, Quatrevingt-treize, ‘het jaar waarin Europa oorlog voerde tegen Frankrijk, en Frankrijk tegen Parijs. En wat is de Revolutie? Het is de zege van Frankrijk over Europa en van Parijs over Frankrijk. Vandaar de ontzaglijke reikwijdte van dat verschrikkelijke jaar, 1793, die groter was dan die van de hele rest van de eeuw.’ Dit lijkt een historisch analyse, maar de grote romanticus Hugo goot zijn poging om een morele balans op te maken van de Franse Revolutie in een spannend verhaal. 1793 [1] leest als een avonturenroman en leent zich prima voor het scenario van een televisieserie. Of een musical natuurlijk. Hugo beschrijft de gruwelijke burgeroorlog in de Vendée en de Terreur van Robespierre zonder direct partij te kiezen voor de contrarevolutionaire witten of de uit Parijs gestuurde blauwen, die in meedogenloosheid niet voor elkaar onderdeden. Moet de menselijkheid het onderspit delven in elke revolutie? Tatjana Daans uitstekende vertaling van Hugo’s dichterlijke beschrijvingen, theatrale dialogen en moralistische uitweidingen is aangevuld met ruim vijfhonderd noten over historische feiten en in vergetelheid geraakte details.

Victor Hugo staat model voor de Franse romantiek. Van de afplatting van het begrip ‘romantisch’ tot gevoelig, dromerig, poëtisch is geen betere illustratie te vinden dan in de Liedjes en gedichten van Leonard Cohen [2], het prototype van de romantische bard. Zanger en tekstdichter van de Nits Henk Hofstede bracht Nederlandse vertalingen van Cohens songs bijeen, te beginnen met het fameuze ‘Suzanne’ in de vertaling van Rob Chrispijn: ‘Suzanne neemt je mee/ naar een bank aan het water./ Duizend schepen gaan voorbij/ en toch wordt het maar niet later.’ Het overheersend zoetelijke van de teksten betekent geen diskwalificatie: grote artiesten van meerdere generaties en uit alle delen van de wereld hebben de songs van Cohen (1934) gecoverd. En ‘Hallelujah’ is niet ironisch bedoeld: Your faith was strong but you needed proof/ You saw her bathing on the roof. Vertaling (Antonie Broek): ‘Je geloof was sterk, het bewijs was zwak/ Je zag haar baden op het dak.’ Sommige goede Nederlandse teksten blijken geen vertalingen maar bewerkingen te zijn. ‘That Don’t Make it Junk vertaalt Huub van der Lubbe als ‘De lommerd in de Nes’). Als toegift zijn 44 vertalingen uit 1971 door Remco Campert opgenomen.

Het tegenovergestelde van zoetelijk en lieflijk, eerder benauwend en bedreigend, is het werk van Armando (1929). Maar het ondergangsthema in de recente poëzie van Armando – dit is de derde bundel sinds 2009 – maakt hem toch ook tot een romantische dichter: ‘Een naargeestig ontwaken./ De troosteloze lijdensweg./ Een smeekbede.// Het ontaardde in een levensloop,/ een zwijgen zonder hoop,/ de dag die nooit geschenen heeft.// De noodzaak maakt zich menselijk meester,/ holt op ondergangen af.’ Dit gedicht heet ‘De vlucht’ – associaties met de actualiteit zijn mogelijk niet bedoeld, maar evenmin verboden. De apocalyptische teksten (‘het einde is begonnen’) zijn zonder vraagteken bijeengebracht onder de titel Waarom [3]. Er staat een gedicht in dat zo heet, en ook het gedicht ‘Moed’ had zo kunnen heten. Het begint: ‘Waarom en omdat/ de moed en de groei/ verschrompeld zijn’ en eindigt ‘Waarom de moed vergaan is’. Het dreigende gedicht dat ‘Daarom’ heet beantwoordt de vraag niet, tenzij het antwoord luidt: angst.

Angst is waartegen Simone van Saarloos waarschuwt in Het monogame drama [4] een eclectisch pamflet dat maar niet dramatisch wil worden. ‘De geestelijke taak die iedereen zichzelf kan en moet opleggen, is niet zich veilig te voelen, maar juist bestand te zijn tegen onveiligheid’, zegt ze Erich Fromm na. Alsof monogame relaties veilig zijn.

Er valt weinig in te brengen tegen het argument dat geest- en lustdodende monogamie nergens meer voor nodig is. Maar het alternatief van Van Saarloos is ook niet opwindend, gezien haar ‘sociale schijf van vijf’ met adviezen voor een gezond polyamoreus leven: 1. Zie verschillende mensen. 2. Wees niet overvloedig in je behoefte aan contact […]. 3. Zorg ervoor dat contact geen consumeren wordt : vermijd vluchtige gesprekken en snackachtige seks. 4. Wees ontvankelijk voor verschillende soorten smaken, durf rijk gevulde, gekruide contacten aan te gaan. Accepteer dat Lydia niet Mohammed is, zoals een appel en een vloerdesembrood allebei knapperig zijn, maar niet op dezelfde wijze. 5. Vrij veilig (maar alleen met betrekking tot voorbehoedsmiddelen; doe vooral niet alsof risicoloos contact bestaat.)

Afgezien van het vloerdesembrood ontbreekt het de polyamorie overduidelijk aan… drama.