Overheid, waar zijn uw morele waarden?

In het functioneren van de overheid komen morele waarden nauwelijks aan bod. Intussen zien de meeste Nederlanders zichzelf als sociale en morele wezens. Die discrepantie neemt een bijna ondraaglijke vorm aan, constateert Gabriël van den Brink.

In beginsel is het bedrijven van politiek een veelzijdige en zelfs een verheven aangelegenheid. Het gaat om het veroveren en uitoefenen van macht, maar dan wel op basis van rechtstatelijke beginselen. Bovendien moeten er maatschappelijke belangen worden gediend terwijl morele waarden eveneens een rol spelen. Idealiter kan men politiek opvatten als het balanceren van macht, markt en moraliteit met het oog op de publieke zaak.

Helaas komt er van deze verheven taak in Nederland niet veel terecht. Sterker, het politieke leven concentreert zich in toenemende mate op regelgeving en machtsuitoefening, terwijl maatschappelijke belangen en morele waarden zelden aan de orde zijn. Bij deze bedenkelijke tendens spelen drie ontwikkelingen mee.

De eerste is dat politici zich in hoge mate met openbaar bestuur vereenzelvigen. Ze denken en reageren vooral vanuit de staat. Er wordt in Nederland wel voor het volk maar nauwelijks door het volk geregeerd. Dat kan men als een tekort aan democratie kenmerken.

Hoewel dit probleem al in de jaren zestig werd gesignaleerd, is het onverminderd blijven bestaan. Met als gevolg dat de incongruentie tussen de leefwereld van burgers en de politieke systeemwereld niet geringer wordt.

De tweede ontwikkeling is dat de publieke zaak vanaf de jaren tachtig door de economen is gekaapt. Het toen begonnen neoliberale offensief mikt op een andere relatie tussen overheid en burgers, waarbij de nadruk op privatisering ligt. Het zijn vooral de hoog opgeleide burgers die ervan geprofiteerd hebben. Minder oog is er voor de belangen van laag opgeleide burgers en andere kwetsbare groeperingen. Dat kan men als een maatschappelijk tekort aanmerken.

De derde ontwikkeling komt uit de professionalisering van het politieke leven voort. De voornaamste functie van politieke partijen is het leveren van bestuurlijk personeel. De basis van die recrutering is smal omdat nog geen drie procent van het electoraat tot een partij behoort.

Verder zijn de ideologische verschillen tussen de partijen van het midden verbleekt. Daarmee laat het politieke leven ook in moreel opzicht de nodige tekorten zien. Gevolg is dat kiezers steeds vaker de linker- en rechterflank van het politieke spectrum opzoeken.

Al met al schiet het politieke leven in ons land dus ernstig te kort. Het zal best dat morele waarden in de individuele motivatie van bestuurders of politici een rol spelen, maar in het functioneren van de overheid komen ze nauwelijks aan bod. Als dat wel gebeurt, is het vooral door het handelen van professionals of op lokaal niveau – niet door de wijze waarop de landelijke politici te werk gaan. Die zijn vooral met machtsuitoefening en rechtsregels in de weer, in plaats van maatschappelijke belangen of morele overwegingen.

Intussen bereikt deze onthutsende situatie langzamerhand haar grens. Ten eerste dringen zich steeds meer urgente vragen op die evident een morele kant hebben. Dat geldt voor alle kwesties die de afgelopen jaren boven aan de publieke agenda kwamen te staan. Van de economische crisis, de uitbreiding van de Europese Unie en de vluchtelingen tot de inrichting van het onderwijs, de islam of de recente aanslagen – over al die zaken kan men nauwelijks nadenken laat staan handelen zonder een beroep te doen op morele overwegingen.

Ten tweede is de aandacht voor morele vragen in de samenleving zelf de afgelopen decennia juist groter geworden. Het is aantoonbaar onjuist dat de meeste mensen zich als een calculerende burger opstellen.

Wie studie van het alledaagse leven maakt, stelt vast dat de meeste Nederlanders zichzelf als sociale en morele wezens zien. Dat geldt a fortiori voor het gros van onze professionals. Ze werken zelden voor het geld alleen en willen vooral aan een betere samenleving bijdragen.

Het geldt zelfs voor het bedrijfsleven waar een verschijnsel als maatschappelijke ondernemerschap steeds meer aandacht krijgt.

We voelen dat de discrepantie tussen datgene wat er maatschappelijk gebeurt en datgene waar de meeste landelijke politici mee bezig zijn een bijna ondraaglijke vorm aanneemt. Daarom is het niet vreemd dat de politiek nog maar weinig burgers inspireert. Het is niet moeilijk om te voorspellen hoe dit gaat aflopen. Op de langere termijn zal de politiek zich moeten voegen naar datgene wat de samenleving wil.

Maar op de korte termijn is de uitkomst hoogst ongewis. Wellicht blijven politici zich zo sterk op het verwerven, uitoefenen en behouden van bestuurlijke macht richten dat ze juist daardoor hun morele gezag in de samenleving kwijtraken.

Maar het is evengoed mogelijk dat ze onder druk van dramatische gebeurtenissen als de economische crisis, stromen vluchtelingen of aanslagen op een zeker moment zullen ontwaken uit hun morele lethargie.