Met speren tegen de sabeltandtijger

Lang lang geleden in een gebied niet ver hiervandaan leefden mensen vlak bij een sabeltandtijger. Dat ging niet lang goed.

Een tweeënhalve meter lange houten speer uit Schöningen, 300.000 jaar oud. Foto JHE

Mensen waren vroeger niet dom of sullig, al hadden ze nog geen hippe spelletjes op hun telefoon. Wat deden ze dan wel? Nou, jagen op sabeltandtijgers met speren van tweeënhalve meter, bijvoorbeeld. (Maak dáár eens een telefoonapp van!). Amper 400 km ten oosten van Nederland, in Schöningen, liepen 300.000 jaar geleden grote sterke mensen rond. Het waren nog niet helemaal mensen zoals wij, meer een soort Neanderthalers, maar wel al heel slim en handig. Met al net zoveel hersenen als nu.

We wisten al dat ze schitterende werpsperen konden maken. Door een wonder (en veel natte grond) zijn die bewaard gebleven. Ze joegen op paarden, edelherten en bizons. De grond was bezaaid met beestenbotten, feestmalen waren het.

Nederlandse en Duitse archeologen hebben nu op dezelfde plek tanden en een bot van de Europese sabeltandtijger gevonden. Een supereng groot roofdier met lange hoektanden en korte achterpoten, waardoor hij liep als een enorme hyena.

En het mooiste is: dat bot is door die vroege mensen gebruikt als hamer. Om stenen werktuigen mooier te maken, en misschien ook om op een tentharing te slaan. Ha! Een vreselijke vernedering voor dat roofdier.

Het is wel duidelijk wie hier de sterkste was. De Schöningenmensen ongetwijfeld met hun lange werpsperen. En hun scherpe messen.

Een groepje van tien of twintig gewapende mensen moet zich toen onoverwinnelijk hebben gevoeld.