Lekker mopperen over Britten

The Road to Little Dribbling is het nieuwe boek van Bill Bryson. De Amerikaan Bryson ziet zijn geliefde nieuwe land versloffen.

Bill Bryson is een oude mopperaar geworden. Met iedere pagina in The Road to Little Dribbling groeit zijn lijst van kleine en grote irritaties over Groot-Brittannië: van de BBC tot monumentenzorgorganisatie National Trust, van mensen die de poep van hun hond niet opruimen, bushokjes die niet tegen de regen beschermen tot het befaamde Natural History Museum in Londen, dat in zijn ogen verworden is tot één grote kantine. Gelukkig is Bryson nog te verliefd op en te betrokken bij Groot-Brittannië – en vooral goed in zelfspot en humoristische observaties – om zijn boek te laten verzanden in een klaagzang.

Net als in Notes from a Small Island, dat twintig jaar geleden verscheen en door de Britten werd uitgeroepen tot het boek dat hun eiland het beste beschreef, reist en wandelt hij door Groot-Brittannië: van het treurige Bognor Regis aan de zuidkust tot het verlaten Schotse schiereiland Cape Wrath, op zoek naar het fictieve Little Dribbling, het symbool voor een typisch Brits dorpje of marktplaats.

De Amerikaan Bryson treft een eiland dat, als zijn bewoners niet oppassen, langzaam wordt verpest. Voor de Britten spreekt het vanzelf dat hun land prachtig is. Het heeft ‘de mooiste provinciesteden, de vrolijkste badplaatsen, de statigste huizen, en de meest droomachtige, betoverende, kathedraalrijke, met kastelen bestrooide, kloosters bezaaide, groen beboste, kronkelig belaande en met schapen gevulde’ kilometers. ‘Er is een vreemde, blinde, domme neiging om te veronderstellen dat wat zo kenmerkend is voor het Britse platteland, zich op de een of andere manier zelf in standhoudt’, meent Bryson.

Hier spreekt duidelijk de oud-voorzitter van de campagne om het Britse platteland te behouden, een rol die Bryson vijf jaar vervulde. Maar hij heeft gelijk. Wie te voet het land doortrekt, ontdekt dat even buiten Londen herten en fazanten voor je wegspringen en dat je op beroemde wandelpaden uren alleen kunt zijn. Tot je aankomt bij een parkeerplaats, een dorp of een attractie, en de eerste signalen van de Brit zich aankondigen: rotzooi. ‘Er is geen ontwikkeld land – geen enkel – dat minder prullenbakken op straat heeft dan Groot-Brittannië. En er is geen enkel land – opnieuw, geen enkel – dat meer rommel op straat heeft liggen dan Groot-Brittannië.’

Rotzooi achterlaten is nog niet eens de grootste zonde van de Britten volgens Bryson. Zijn boek is vooral een aanklacht tegen versloffing, met lelijkheid tot gevolg. De economische crisis en de daarop volgende bezuinigingen hebben ertoe geleid dat gemeenten het niet zo nauw nemen met reparaties. ‘Er is een langzame aftakeling gaande tot er een niet aan te wijzen moment komt waarop een plaats niet meer aangenaam is, maar verpauperd en deprimerend.’

Een natie van winkeliers

Hij noemt Bournemouth als voorbeeld – in Notes of a Small Island nog ‘overdreven elegant’ –, maar had tientallen andere steden kunnen noemen waar eerst de bloemen verdwenen uit hun hanging baskets, vervolgens de parken niet meer werden gewied, en uiteindelijk de straten niet geveegd en de gevels niet opgeknapt. ‘De tragedie is dat gemeenten denken dat het niemand zal opvallen, of dat niemand zich er drukt om maakt. De tragedie voor het land is dat ze wellicht gelijk hebben.’

Bryson fulmineert ook tegen de bouw van een hogesnelheidslijn tussen Londen en Birmingham door natuurgebied. De spoorlijn moet de reistijd met twintig minuten verkorten, waardoor men meer werk zal verrichten, en ‘duizenden miljoenen extra ponden’ verdiend zullen worden. ‘Ik twijfel een beetje, omdat als je iemand twintig minuten extra tijd geeft, men een kop koffie zal gaan drinken. Dat is wat jij en ik zouden doen.’

Waarom, vraagt Bryson zich af, verbeteren de Britten niet gewoon hun dienstverlening? Na 42 jaar in Groot-Brittannië te hebben geleefd verbaast hij zich nog altijd over het feit dat voor een natie van winkeliers – zoals Napoleon het eiland ooit zou hebben beschreven – de Britten ‘zo overduidelijk laten merken dat ze het verafschuwen als je hun winkel binnenstapt en dingen aanraakt.’

Scherpe observaties

Het is een van de scherpe observaties over het karakter van de Britten, die Notes of a Small Island zo sterk maakte. De verwondering over hun gebruiken is nu grotendeels verdwenen. Hij wijst bijvoorbeeld opnieuw op hun liefde voor klein geluk: met een kop thee en een volkorenkoekje komt alles goed.

Wie grote thema’s verwacht, is bij Bryson aan het verkeerde adres. Hij blinkt uit in hilarische miniatuurtjes. Op bezoek in Schotland (slechts elf pagina’s) stipt hij heel even iets aan over het Schotse gevoel anders te zijn dan de Engelsen – op basis van het aanbod in het buffet van de trein. Immigratie- of euroscepsis komt niet voor op Brysons eiland. Terwijl juist die sentimenten Groot-Brittannië anno 2015 kenmerken.

Notes was geschreven door en voor een niet-Brit. Het eindigt met een woordenlijst, en begint met de heerlijke scène waarin de eigenaresse van een bed and breakfast in Dover hem uitlegt hoe de wc werkt, welke uren hij geacht wordt buiten te zijn, en vooral dat hij de counterpane (sprei) moet verwijderen, want ‘we hebben wat ongelukken met vlekken gehad.’’ [...] ‘Daar stond ik, voelde me verloren en moe, en ver weg van huis. [...] Wat is in hemelsnaam een counterpane?’ Maar: ‘Langzaam werd me duidelijk dat ik een land had gevonden dat volslagen vreemd voor me was, en tegelijk fantastisch.’

Dat was 1973. Nu eindigt het boek met een oer-Brits lijstje van dingen waarvan hij het meeste houdt, zoals een jam roly-poly (een opgerolde cake met jam en custard), en het shipping forecast (de scheepsberichten die iedere avond voor middernacht worden uitgezonden en een heilig ritueel zijn, zo vlak voor het slapen gaan) Zo geïntegreerd is Bryson nu dat hij een inburgeringstoets doet. Met eenzelfde verbijstering: hij moet weten wie Sake Dean Mahomet is (de Bengaal die begin negentiende eeuw de Britten met shampoo liet kennismaken) en Jenson Button (Formule 1-coureur).

Weer volgt er gemopper. Maar op de juiste manier gedaan – met zelfspot en humor – is gemopper voor de Britten een manier om waarden te delen en een band te krijgen. De Amerikaan Bryson, kortom, is een Brit geworden.