Ik woon in de lichtstad, het licht is onbereikbaar

Weet een schrijver beter dan een wetenschapper wat er in een terrorist omgaat? Ilja Leonard Pfeijffer kruipt in de huid van een terrorist. ‘Ik ben twintig man, ik wil iets doen wat ertoe doet.’

In een interview met de hoogleraar internationale betrekkingen en terrorisme-expert Beatrice de Graaf, haar afgenomen door Maurits Martijn voor De Correspondent, zegt zij veel behartigenswaardigs en op een gegeven moment, tegen het einde van het vraaggesprek, ook het volgende: „Het is niet mogelijk om te voorspellen welk individu terrorist wordt. Niemand is er ooit in geslaagd om een terroristisch profiel te maken. [...] Om een individuele terrorist echt te begrijpen, kun je misschien beter bij een romanschrijver dan bij een wetenschapper aankloppen.”

Dat laatste is een fascinerend idee. Ik ben toevallig romanschrijver en zonder dat ik mijzelf belangrijker of nuttiger wil doen voorkomen dan ik ben, vind ik het niet a priori een onzinnige gedachte dat een romanschrijver met sommige van de specifieke vaardigheden die zijn ambacht vereist en die hij of zij met levenslange toewijding heeft verfijnd en geperfectioneerd, dichter bij begrip kan komen van de beweegredenen van een individuele terrorist dan andere professionals. Ik denk dan vooral aan het vermogen tot empathie, cruciaal voor een romancier.

Al sinds ik schrijf, oefen ik mij erin om mij te verplaatsen in de gedachten, gevoelens en motieven van anderen. Om een personage, of het nu fictief is of op een bepaalde manier bestaat, overtuigend tot leven te wekken op papier, moet ik het zijn. Zonder mij te laten afleiden door een moreel oordeel of andere stoorzenders moet ik mijn hersengolven afstemmen op de zijne en synchroniseren met de interne logica van zijn gevoelens.

Andere mensen kunnen dat ook, daar ben ik zeker van, maar misschien ben ik vanwege mijn beroep een beetje meer geoefend. Ik ga de uitdaging van Beatrice de Graaf aan. Ik zal het proberen. Ik zal trachten te achterhalen en uit te leggen wat een individuele terrorist beweegt. Ik zal mij verplaatsen in iemand zoals een van die jongens die twee weken geleden in Parijs hebben huisgehouden. Na deze alinea val ik met hem samen en zal ik in de eerste persoon vertellen wie ik ben en hoe ik denk.

Mijn naam doet er niet toe. Ik heb hem liever niet in de krant. Als mensen zoals ik in de krant worden genoemd, is dat meestal met een voornaam die onmiddellijk duidelijk maakt dat we met een moslim te maken hebben en een initiaal met een puntje in plaats van de achternaam, zodat er geen twijfel over kan bestaan dat we met gespuis van doen hebben.

Ik heb de verkeerde naam. Het is voldoende om dat te beseffen. Ik ben Fransman en geboren Parijzenaar, als je de banlieue tot Parijs en Frankrijk kunt rekenen. Ik haat Frankrijk omdat Frankrijk mij haat. Op mijn Franse paspoort staat een naam die mij in Frankrijk tot uitschot maakt. Het is mijn naam. Heb je ooit geprobeerd om te solliciteren met een naam als de mijne? Ik ben ermee opgehouden. Het is zinloos. Heb je ooit oog in oog gestaan met een beambte aan het loket die een naam als de mijne moet invullen op een formulier? Ben je ooit staande gehouden door de politie omdat ze aan je gezicht kunnen zien dat je een naam hebt als de mijne? Voor mij is dat dagelijkse kost. Ze moeten mij hier gewoon niet en er gaat geen dag voorbij dat mij dat niet nogmaals ten overvloede wordt ingepeperd.

Als je mij wilt kennen, moet je de buurt kennen waar ik ben geboren en opgegroeid. Ik kan er van alles over vertellen en ook niets en misschien is dat eerlijker, want er is hier niets. Er is hier geen hoop, geen geloof en geen perspectief. Als iemand hier al de ongelooflijke moed zou opvatten om iets te maken van zijn leven, hoeft hij maar om zich heen te kijken om te beseffen dat het totaal zinloos is. Alles is hier zinloos, kapot en in de knop geknakt. Het enige wat hier te doen is, is alles bij voorbaat opgeven.

Zelfs de politie heeft het opgegeven. Die komt hier niet. Dit is het verloren territorium van de Republiek, waar het cynisch nihilisme regeert van geweld. Het enige wat hier is, is tijd om te verlummelen en te beseffen dat je uitschot bent. Dat is het enige vermaak dat mijn buurt te bieden heeft. Ik ben twintig, man. Ik zou moeten dansen in de spotlights van het leven.

Ik woon in de lichtstad, maar het licht is voor iemand zoals ik onbereikbaar. Ze hebben een systeem bedacht en dat systeem heet consumeren. Het komt uit Amerika en houdt in dat alles geld kost, waarbij ze het geld onderling verdelen en onbereikbaar maken voor de buitenstaanders zoals ik. Ze noemen het met een groots woord liberalisme en bedoelen daarmee dat iedereen de vrijheid heeft om vooruit te komen in het leven.

Waarom geldt dat niet voor mij? Zij zijn trots op hun Westerse vrijheid die hun verlof geeft om op terrasjes te zitten en naar concerten te gaan. Ze zeggen dat ik die vrijheid moet omarmen. Denk je dat ik niet ook graag eens een keertje op een terrasje zou willen zitten? Ze zeggen dat ik hun Westerse waarden moet onderschrijven als ik in hun land wil wonen. Ik ben hier geboren, dit is mijn land en ik zeg fuck you.

Natuurlijk ben ik moslim. Daar kan ik verder ook niets aan doen. Ik ben zo geboren. Mijn ouders zijn moslims. Ik geloof niet in geloof. Het interesseert me geen ruk. Maar sinds ik heb begrepen dat mijn dierbare landgenoten met de juiste Franse namen doodsbang zijn voor moslims, heb ik besloten om het spelletje mee te spelen en godverdomme moslim te zijn ook. Als ze niet van mij willen houden, zullen ze me tenminste vrezen.

Liever gevaarlijk

In plaats van genegeerd ben ik liever gevaarlijk. Ik kan er een zekere mate van waardigheid aan ontlenen om te worden beschouwd als vijand in plaats van als uitschot. Dat zet mij op dezelfde hoogte als mijn vijanden die mij het leven onmogelijk maken in mijn eigen land.

Ik kom graag in de moskee. Al dat bidden vind ik eerlijk gezegd nogal saai, al mag ik dat nu niet meer zeggen sinds ik heb besloten om mij als gelovige te gedragen, maar het belangrijkste is dat het een van de weinige plekken is waar ik mij niet voel buitengesloten. Ze noemen mij broeder en zeggen dat het goed is dat ik er ben. Verder zeggen ze ook best wel zinnige dingen. Het is allemaal niet zo materialistisch als de Westerse maatschappij die mij uitkotst en het gaat erom dat je een goed mens bent, of je nu wel of geen creditcard hebt. Ik wil graag een goed mens zijn. En tegenover het holle discours van imperialistisch consumentisme vertelt de islam een verhaal van diepere waarden, van goed en kwaad, van heldere regels en spirituele trots. Door de islam kan ik mij trots voelen. Ik heb mij nog nooit eerder trots gevoeld.

Ik heb die filmpjes bekeken van de Islamitische Staat. Ik weet natuurlijk ook wel dat het allemaal propaganda is, ik ben niet achterlijk. Het leven in het kalifaat is heus niet zo mooi als ze je willen doen geloven. Maar in ieder geval is het wel leven, godverdomme als het niet waar is.

Ik sta voor geen meter achter hun achterlijke idealen, ik wil niet terug naar de middeleeuwen, maar ik zou heel graag eindelijk een keer iets willen doen. Ik ben twintig, man. En daar noemen ze je broeder, zeggen ze dat het goed is dat je er bent en geven ze je een geweer in handen. En gaan met die banaan. In plaats van godganse dagen rond te lummelen op de hangplek mag je oorlog voeren in de woestijn. In plaats van een kutmarokkaan ben je een heilige strijder van de kalief.

Ik zou er graag naartoe willen, niet vanwege hun interpretatie van de koran, daar heb ik geen verstand van en die interesseert me niet, maar vanwege het avontuur, respect en erkenning en om iets te doen wat ertoe doet.

En laten we wel zijn, waarom zou ik in hemelsnaam trouw moeten blijven aan mijn Franse vaderland en de Westerse waarden? Wat hebben die mij nou helemaal tot nu toe opgeleverd? Noem mij één ding. Nou?

Ze zeggen dat mijn land gebouwd is op vrijheid, gelijkheid en broederschap. Dat hebben ze met een revolutie afgedwongen. Daar zijn ze nog steeds trots op. Met vrijheid bedoelen ze de vrijheid van ongelimiteerde vrijhandel die de rijken rijker maakt, de armen armer en die mensen zoals ik uitsluit. Met gelijkheid bedoelen ze ongelijkheid. Met broederschap bedoelen ze dat ze eendrachtig zijn in hun opvatting dat mensen zoals ik een probleem vormen en een bedreiging. Als zij tegen ons zijn, moeten ze niet raar opkijken als wij tegen hen zijn. Wie is hier nou begonnen te polariseren? Misschien is het tijd dat wij hun waarden door middel van een revolutie voor onszelf gaan opeisen. Dan hebben wij ook eindelijk iets om trots op te zijn.

Ze zeggen dat ik blij moet zijn dat ik in een democratie leef. Mijn democratisch gekozen president van de Republiek heeft onlangs besloten om de Islamitische Staat te bombarderen. Er ging een siddering door mij heen toen ik dat las. Niet eens zozeer van woede of verontwaardiging. Ik vond het eigenlijk wel logisch. Het was een voortzetting van het beleid van het establishment en paste helemaal binnen hun manier van denken.

Maar als een elektrische schok drong het tot me door dat dit de kans was, de aanleiding, het volmaakte excuus om iets te doen. En laten we wel wezen, het is toch oorlog? Ze maken mij al mijn leven lang het leven onmogelijk en ik voel me honderd keer meer verwant met die jongens zoals die strijden in Syrië dan met de staat die mij uitsluit. Als ze oorlog willen, kunnen ze oorlog krijgen. Zij zijn begonnen.

Terrasje en concert

Het is toch niet heel raar dat wij dan iets terugdoen? Ik heb niet meer rechtvaardigingen nodig. En de eerste die eraan gaan zijn die zogenaamde vrije Westerlingen die genieten van een terrasje en een concert. Ik verfoei hun manier van leven. Niet omdat dat in de koran staat, maar omdat zij de vrijheid vieren waarin ik niet mag doen wat zij doen. Natuurlijk zal ik tijdens mijn actie zelf sterven, dat weet ik ook wel. En dat paradijs, daar geloof ik niet in, maar dat maakt niet uit. In ieder geval zal ik op zo’n manier sterven dat ze me niet langer kunnen negeren. In ieder geval zal ik kort voor mijn dood eindelijk even mogen leven. Ik zal ertoe doen. Ik ben twintig, man. Mag ik eindelijk een keer iets doen wat ertoe doet?