‘Ik had te lang te veel vreselijks gezien’

Pascale Bruinen (51)

is officier van justitie en auteur van Mijn eerste lijk is gelukkig vers.

Perspectief

„Ik ben een nakomertje, kwam elf jaar na mijn jongste zus. Toch ben ik heel beschermd opgevoed, moest tot mijn zestiende wachten voor ik uit mocht en werd om elf uur al opgehaald. Thuis kwam veel bezoek en iedere zondag puilde het huis uit van mijn zussen met aanhang. Mijn moeder kon geweldig koken. Ik luisterde geboeid naar de gesprekken, over de oliecrisis, over politiek. Er werd ook veel flauwekul gemaakt, woordspelingen, scherpe humor. Juist die combinatie vond ik heerlijk. Thuis was een warme en geborgen omgeving, bij mijn vriendinnen ook. Ik had toen niet de notie dat het elders heel anders kon zijn.”

Affiniteit

„Als advocaat deed ik veel letselschadezaken, maar ik vond het getouwtrek om geld weinig uitdagend. Bij het Openbaar Ministerie hoopte ik meer te kunnen betekenen voor slachtoffers. Ik had destijds kleine kinderen, zedenzaken leken me te zwaar. Gek genoeg vond ik juist daar voldoening in. Het is fijn om op te komen voor mensen die zo worden aangetast in hun persoonlijke integriteit, te zorgen dat ze zich gehoord en geloofd voelen. Zodat zeker kinderen de schuld kunnen neerleggen bij de volwassen pleger. Ook geweldszaken raken me. Mijn man knuffelt me als ik thuiskom, er zijn mannen die dan hun riem afdoen.”

Dilemma

„De impact van mijn beslissingen kan enorm zijn. Op het slachtoffer, maar ook op de verdachte. Bij een serieus vermoeden van seksueel misbruik kan ik moeilijk zeggen: we gaan eerst een half jaar observeren. Niet ingrijpen kan niet, dat betekent dat de politie komt voorrijden. Met het risico dat je iemands leven misschien ten onrechte ruïneert. Want soms klopt de informatie niet, bijvoorbeeld als sprake is van een valse aangifte. Dan blijkt achteraf dat iemand onterecht als verdachte is aangemerkt, maar de schade is al berokkend. Buren en vrienden denken: waar rook is, is vuur. Dat besef benauwt me soms.”

Weerslag

„Ik kon goed omgaan met alle ellende, dacht ik, maar uiteindelijk heeft het zich toch opgestapeld. Ik deed drie jaar lang themazittingen huiselijk geweld, twaalf tot veertien zaken op een dag. Nadat een vermeende dader zijn ex-vriendin verwondde en zelfmoord pleegde, moest ik als portefeuillehouder uitleggen hoe dit had kunnen gebeuren. Vanaf dat moment voelde ik de verantwoordelijkheid drukken. Er gaat achter de voordeur iets mis, en dan kijken ze naar mij! De emmer was vol, ik had te lang te veel vreselijks gezien. Onlangs was ik op een bijeenkomst over secundaire traumatisering, daar herkende ik zo veel.”

Confrontatie

„Ik ging onderuit toen mijn vader kort daarop overleed. De ellende van anderen en mijn eigen rauwe verdriet gingen niet samen. Ik voelde de druk om door te gaan, hij was negentig, dan overlijden mensen nu eenmaal, maar het verdriet steeg en steeg. Een vraag van de huisarts zette de sluizen open. Toen er eenmaal tijd was om te rouwen kwam alles eruit. Ik ben rock bottom gegaan. Heel akelig en confronterend. Maar beetje bij beetje verdween het verdriet uit mijn systeem. Het leerde me dat het loont om mijn gevoel toe te laten. Het besef dat ik zo’n groot verdriet kan verwerken, is een troost.”

Openstellen

„Voor een boegbeeld van het Openbaar Ministerie is het ongebruikelijk zich persoonlijk te uiten of emoties te laten zien. Het schrijven heeft me stukje bij beetje geopend. Ik had behoefte aan een creatieve uitlaatklep, als tegenwicht denk ik. Eind 2011 schreef ik mijn eerste blog, een enorme stap, heel eng, want iedereen kon het lezen. Het voelt alsof ik door het schrijven en de rouw ben afgepeld, ontdaan van alle sociaal wenselijke tralala. De kern is overgebleven, iemand die verbinding nodig heeft en openheid zoekt. Sindsdien ontmoet ik andere mensen en voer andere gesprekken, zo lijkt het. Een bonus.”

Wens

„De laatste tijd realiseer ik me: we doen prachtig werk, maar helemaal achteraan in de lijn, als het leed al is geschied. Ik zou me graag inzetten om ellende te voorkomen, te helpen voordat mensen elkaar iets aandoen. Ik heb nog niet concreet voor ogen hoe, maar het moet gaan over bewustwording en het weerbaar maken van kinderen. Veel slachtoffers hebben geen idee waar de grens ligt, wat normaal gedrag is en wat niet. Mede daarom kan geweld of misbruik vaak lang doorgaan. Daar is heel veel te winnen.”