Ik ben niet hard, wel principieel

Prins of niet, hij werd een succesvol ondernemer. Sinds zijn ziekte zamelt hij ook geld in voor onderzoek naar lymfklierkanker. „Ik word meer met de ziekte geconfronteerd dan ik zou willen.”

Prins Bernhard: „Wie kanker overleeft heeft het geluk dat de medicijnen aanslaan. Het is geen kwestie van energie of wilskracht.”

‘Zeg, ik ben bijna 46. Kunnen we dat onderwerp een keer achter ons laten?” We zitten nog geen half uur tegenover elkaar in zijn imposante kantoor in de Amsterdamse binnenstad, als Bernhard Lucas Emmanuel, prins van Oranje-Nassau, Van Vollenhoven, ongedurig op zijn stoel begint te schuiven. „De insteek van je artikel wordt toch niet dat ik lid van de koninklijke familie ben, hè? Daar zit ik niet op te wachten.”

De vraag was of de neef van koning Willem-Alexander zich bewust is van de reputatieschade die hij het koningshuis kan toebrengen. Hij hoeft zich als succesvol ondernemer maar aan één zakenman te verbinden die later dubieus blijkt te zijn, en de volksgunst brokkelt af.

Bernhard – spijkerbroek, colbert, Dolce & Gabbana-bril – begrijpt niets van dat soort vragen. Zijn afkomst dwingt hem niet tot koorddansen. Hij doet zijn werk naar eer en geweten. „Als je mensen niet goed behandelt, keert dat zich als een boemerang tegen je.”

De insteek van ons gesprek is, wat hem betreft, zijn goede doelenfonds. In maart organiseert Lymph&Co voor het tweede achtereenvolgende jaar een sportevenement om geld voor onderzoek naar lymfklierkanker op te halen: de Hollandse 100. Tien kilometer schaatsen en negentig kilometer fietsen. „De eerste editie was indrukwekkend”, vertelt hij. „Er deed een man van 72 mee op een stadsfiets. Hij was onder behandeling, maar heeft die 90 kilometer toch afgelegd. Op zo’n dag komen hoop en kracht echt samen.”

Bekenden van de prins hadden vooraf gewaarschuwd: hij praat niet graag over zijn afkomst. Spreek hem er niet op aan. Maar ja, zeg ik, hij doorbrak wel het decennialange Oranje-taboe op openlijk ondernemen en gaf niet eerder een interview aan NRC. Zijn afkomst kan toch niet onbesproken blijven?

Bernhard leunt achterover in zijn vergaderkamer en schudt lichtelijk geïrriteerd zijn hoofd. „Het koningshuis staat los van wat ik doe. Ik wil geen etiket waar het woord ‘prins’ in voorkomt. Die insteek vind ik niet relevant.”

Om de spanning te doorbreken laten we het thema even liggen. Het gesprek verloopt een stuk minder stroef als Bernhard vertelt over zijn loopbaan, die zonder meer geslaagd kan worden genoemd. Over financieel succes praat hij niet graag, wel over zijn bedrijfsfilosofie en charitatieve werk. Aan het eind van het gesprek kijkt hij terug op de ziekte, lymfklierkanker, die hem confronteerde met de kwetsbaarheid van het leven, maar die ook nieuwe inzichten bood.

Bernhard zet zijn eerste schreden als ondernemer in de jaren negentig in Groningen, waar hij economie studeert en zijn latere vrouw Annette ontmoet. Samen met twee studievrienden richt hij Ritzen Koeriers op, vernoemd naar de toenmalige minister van Onderwijs. De drie bezorgen goedkoop pakketjes, door gebruik te maken van hun OV-studentenkaart.

Halverwege de jaren negentig gaan de vrienden websites bouwen onder de naam ‘Clockwork’. Ze adviseren bedrijven over de mogelijkheden van internet. „In die tijd bestond het medium nog niet echt. KPN had 35.000 inbel-abonnees. We voelden ons pioniers; met een klein groepje mensen zakelijk spannende dingen doen.”

In 2005 richt Bernhard softwarebedrijf Levi9 op, vernoemd naar de komeet die in 1994 insloeg op de planeet Jupiter. Hij besteedt de bouw en het beheer van softwaresystemen uit aan werknemers in Servië, Roemenië en Oekraïne. Met succes: tien jaar later telt Levi9 zeshonderd werknemers.

Zakenblad Quote noemde u ooit „de meest actieve en uitgenaste van de Oranjes”.

„Ach, succes is afhankelijk van veel factoren. Zoals goede businesspartners, daar heb ik veel geluk mee gehad. Ik probeer dingen te doen die mij energie geven.”

Ze noemen u een gadgetman. Het verhaal gaat dat u een Macintosh bezat, lang voordat Apple de Nederlandse markt veroverde.

„Op het vwo in Leiden maakte ik kennis met de Apple classic. Een prachtig apparaat, met al z’n ongemakken. Ik ben Apple altijd trouw gebleven. Ook in de tijd dat het bedrijf slechte producten maakte.” Bernhard veert op als hij over Apple-oprichter Steve Jobs praat. Een man die „met harde hand leiding gaf”, maar „altijd verder dacht dan zichzelf”. „Ik vind het waanzinnig wat hij gepresteerd heeft. Jobs dacht vanuit een belevingservaring. Nu hij niet meer leeft is Apple meer evolutie dan revolutie.”

Wat heeft u van Jobs geleerd?

„Ik probeer ook verder te kijken dan mijn eigen belangen. Als mijn klanten niet succesvol zijn, geeft mijn werk geen voldoening. Om die reden krijgen medewerkers van Levi9 geen bonussen. Het gevaar is dat je verkeerd gedrag beloont en het belang van de klant uit het oog verliest. Om ons bedrijf zo ‘plat’ mogelijk te maken, verdwijnen er ook steeds meer managementlagen.”

Net als Jobs zoekt u als ondernemer soms de confrontatie. Zo procedeerde u tegen een Amsterdamse snackbarhoudster die weigerde een pand van u te verlaten toen u haar de huur opzegde op grond van ‘dringend eigen gebruik’.

„In beginsel probeer ik zaken in redelijkheid op te lossen. Ik ben niet hard, wel principieel. Ik laat me niet chanteren als iemand dreigt naar de pers te stappen. Van het bestaan van de snackbarhoudster hoorde ik pas toen zij op tv verscheen. Maar dat iemand met foutieve informatie de media opzoekt, zonder dat wij wederhoor krijgen?” Bernhard doelt op een bloemist die in het ongelijk werd gesteld door de rechter toen hij protesteerde tegen een huurverhoging van honderden euro’s. „Wij hebben die man nooit een huurverhoging gegeven. Sterker: wij gaven hem uitstel van betaling omdat hij het moeilijk had. En we deden pogingen iemand te vinden in zijn vakgebied die met hem mee wilde denken. Vervolgens spant hij een rechtszaak tegen ons aan!”

Als prins ligt u onder een vergrootglas.

Lange stilte. „Natuurlijk krijg ik soms exposure omdat ik prins ben. Maar ja, als je daar wakker van ligt, kan je niet ondernemen. In Amsterdam wonen en werken veel BN’ers. Dan val je niet snel op. Nederlanders zijn nuchter als het om werk en afkomst gaat.”

Uw vader, Pieter van Vollenhoven, is ook altijd zijn eigen weg gegaan. Is hij een voorbeeld voor u?

„Zeker. Mijn vader heeft vanuit het niets de Onderzoeksraad voor Veiligheid opgezet. Daar ben ik echt trots op. Hij was heel betrokken en schreef alle stukken zelf. Door zijn overtuigingskracht nam de Tweede Kamer ze aan. Knap, toch? Mijn vader is een vechter en ligt ook niet wakker van het oordeel van anderen.”

We komen te spreken over de zware periode die achter hem ligt en die de prins inspireerde tot de oprichting van Lymph & Co, een fonds dat geld genereert voor onderzoek naar lymfklierkanker.

De prins beschrijft hoe hij in augustus 2013 van kantoor naar huis fietste toen hij kramp kreeg. „Eerst dacht ik dat het om een darmvernauwing ging, want ik lijd al sinds 2002 aan de ziekte van Crohn, een auto-immuunziekte waarbij de darmen ontstoken raken. Maar bepaalde verschijnselen waren niet te duiden. Ik was duizelig en had veel energieverlies. Toen ik ’s avonds weer een acute krampaanval kreeg, ben ik naar het ziekenhuis gegaan voor een MRI.”

Meestal gaat de pijn vanzelf over, maar in dit geval hield hij aan. Ook toen Bernhard niets meer at. „De chirurg zei: het kan ook een lymfoom zijn, al is dat zeldzaam. Voor de zekerheid doen we een punctuur. En, nou ja, toen bleek dat ik een van de vierduizend mensen was bij wie jaarlijks lymfklierkanker wordt vastgesteld.”

Wat dacht u?

„Ik dacht niet zo veel. Mijn wereld stortte in.” Hij zoekt naar woorden. „Ik wist dat opgeven geen optie was. Ik wilde mijn kinderen zien opgroeien.”

Heeft u zich tijdens de behandeling verdiept in de ziekte?

Hij schudt zijn hoofd. „Nee. Ik heb de ziekte niet één keer gegoogled. Wat moest ik ermee? Dan had ik geweten wat ik nu weet: dat maar bij 50 procent van de mensen die hebben wat ik had, de chemo aanslaat. Een grote kans dus, dat ik het niet zou overleven. Ik had niet alleen tumoren in mijn darmen, maar ook een tumor in mijn hartklep. Krijg je bij een slinkende darmtumor ‘maar’ een acute darmperforatie, bij een te snel slinkende harttumor scheurt je hart. Door die harttumor heb ik een maand op de intensive care gelegen.”

U moet doodsangsten hebben uitgestaan.

„Ach, weet je... als het beter gaat vergeet je een hoop van wat je voelde. Dat is menseigen. Een overlevingsmechanisme.” Hij grinnikt bij de vraag of hij ooit met een professional over zijn ervaringen heeft gesproken. „Nee. Gelukkig stond er niet meteen een psycholoog aan mijn bed. Maar in het ziekenhuis hebben ze me wel geleerd hoe je het je kinderen vertelt. Welke boeken daarvoor geschikt zijn.”

Op de school van zijn kinderen waren twee vaders overleden aan kanker. Isabella (13), Samuel (11) en Benjamin (7) associeerden kanker met dood. „Je wilt niet liegen tegen je kinderen. Je wilt niet beloven dat het goed komt, als je de afloop niet kent. Vanaf dag één heb ik gezegd wat er met mij aan de hand was.”

In de periode dat hij chemo kreeg trok Bernhard zich terug. „Ik kreeg veel steun en medeleven van mensen. Dat gaf energie. Maar ik zag in die tijd niemand, behalve mijn gezin, familie en een paar goede vrienden. Sms’jes en brieven las ik niet. Hoe goed bedoeld ook, ik wilde ze niet lezen, want dan hoefde ik er niets van te vinden.”

Bent u veranderd door uw ziekte?

What doesn’t kill you makes you stronger – dat cliché is waar. De ziekte was een aanslag op ons gezin. Ik had een stoma en kreeg sondevoeding. Acht, negen maanden ben ik met mijn ziekte bezig geweest. Toch zeg ik: we zijn er sterker uitgekomen. Ik geniet meer van mijn kinderen. Als ik ze ’s avonds naar bed breng, denk ik: wat een mooi moment. Dat had ik vroeger niet. We brengen bewust meer tijd door met z’n vijven. Voor je het weet leef je langs elkaar heen.”

Hoe belangrijk zijn gezin voor hem is realiseerde Bernhard zich toen hij op de intensive care lag. „Een verpleegster vertelde me dat er genoeg patiënten zijn die nooit bezoek krijgen. Dat lijkt me vreselijk. Eigenlijk is het niet vanzelfsprekend dat iedereen er voor je is en met je meeleeft.”

Op Koningsdag 2014 liep u, kaal en sterk vermagerd, mee met de koninklijke familie. Moedig, vonden veel mensen.

„Ik vocht. Ook voor mijn kinderen. Of ik nou een stukje meeliep naar school, of meeliep met Koningsdag: het waren kleine stapjes in de goede richting. Net als mijn klim van de Alpe d’Huez, kort na mijn laatste chemo. Het gaf mij kracht daar naartoe te kunnen werken.”

Beschouwt u zichzelf als rolmodel?

„Nee. Wie kanker overleeft heeft het geluk dat de medicijnen aanslaan. Het is geen kwestie van energie of wilskracht. Daarom wil ik ook geen rolmodel zijn. Je schept valse verwachtingen.”

Eén op de drie mensen krijgt kanker. Toch hangt er nog steeds een taboe rond de ziekte.

„Het is moeilijk over kanker te praten. Ik zou het zelf ook moeilijk vinden als een vriend of familielid nu kanker krijgt. Wat moet je zeggen? Het is net als na een sterfgeval. Je zegt ‘gecondoleerd’, maar eigenlijk is dat een klotewoord.”

Omdat het overleven van lymfklierkanker valt of staat met een goede behandeling, richtte de prins Lymph & Co op. In nog geen jaar tijd haalde hij vier ton op voor een vierjarig onderzoeksproject naar lymfklierkanker in het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Voor een volgend onderzoeksproject hoopt hij een miljoen binnen te halen. Ook buitenlandse instituten kunnen zich daarvoor aanmelden. „Als je me vraagt met welk van mijn bedrijven ik het meest hoop te bereiken, dan is het Lymph & Co. Maatschappelijk gezien kan ik daar het grootste verschil maken.” Voor hij ziek werd zette de prins zich ook in voor goede doelen, schrijft hij later in een mail. Hij stimuleert het gebruik van ICT in ontwikkelingslanden en denkt mee over armoedebestrijding.

U heeft zich tijdens uw behandeling bewust niet verdiept in uw ziekte. Valt dat vol te houden met Lymph & Co?

„Toen ik met Lymph & Co begon, hoorde ik voor het eerst wat de overlevingskansen waren. Het kostte mij moeite niet weg te lopen. Ik krijg veel mails van mensen met lymfklierkanker of nabestaanden. Ik word meer met de ziekte geconfronteerd dan ik zou willen. Ik...

U kunt er niet langer voor weglopen.

„Nee. Ik ken mensen die al twaalf jaar kankervrij zijn en zich nog steeds met statistieken bezighouden. Ze vertrouwen hun lichaam niet. Dat zet je aan het denken. Ik zal mijn ziekte nooit helemaal achter mij kunnen laten. Het zal nooit meer worden als vroeger. Een goede gezondheid is niet vanzelfsprekend. Wat dat betreft kun je er maar beter het beste van maken.”