Het moreel kompas van SNS Reaal

Komende week begint de rechtszaak tegen tien ex-managers van de vastgoedbank van SNS Reaal. Hoe integer was het bedrijf?

foto istock fotobewerking studio nrc

Alsof brieven van toezichthouder DNB aan Nederlandse banken niet al vertrouwelijk genoeg zijn, staat op deze van 9 september 2013 aan de vastgoedbank van SNS Reaal nog eens nadrukkelijk: ‘Geheim’, net onder het logo.

Het is een gevoelige brief in een gevoelige periode. Een half jaar eerder is de bank en verzekeraar genationaliseerd. De verliezen bij de vastgoedbank brachten de toekomst van het hele bedrijf in gevaar. De minister greep in.

De brief van de toezichthouder heet een ‘besluit tot het geven van een aanwijzing’ te zijn. Zo geformuleerd kun je je schouders erover ophalen. Maar vijftien bladzijdes verder kan de conclusie niet anders zijn dan dat DNB de vastgoedbank maanden na de nationalisatie zo goed als onder curatele heeft gesteld.

Veel is al bekend over SNS Reaal en hoe het bedrijf ten onder ging. Er verschenen twee reconstructies in boekvorm en een stevig rapport van een evaluatiecommissie. De laatste onderzocht de rol van de toezichthouders bij de ondergang van de bank en keek daarbij ook naar de integriteit en het risicobeheer bij het bedrijf.

Daarmee is nog niet alles bekend.

Aan de vooravond van een rechtszaak, waarin tien voormalige managers van de vastgoedbank voor de rechter staan voor onder meer witwassen en oplichting, opnieuw de vraag, op basis van nieuwe documenten: hoe integer was SNS Reaal?

1 | De boel niet op orde

Uit de brief van dat najaar in 2013 blijkt dat DNB na maanden onderzoek bij vastgoedbank SNS Property Finance ziet dat die „een beheerste en integere bedrijfsvoering niet kan waarborgen”. Het is er ook lang na de nationalisatie nog een bende.

De vastgoedbank zelf relativeert dit. Onderlinge betalingen tussen de managers ziet ze bijvoorbeeld als „een samenspanning tussen individuen”, blijkt uit de brief van DNB. Ofwel, de bank kan er ook niet zo veel aan doen. DNB denkt daar anders over en stelt dat de juiste maatregelen „dergelijke individuen op zijn minst hadden kunnen belemmeren”.

Die maatregelen ontbreken, daarover gaat de brief. De vastgoedbank kent „een groot aantal incidenten op het gebied van belangenverstrengeling”, omdat ze geen idee heeft met wie ze zaken doet. Ruim eenderde van de klantdossiers is incompleet. De vastgoedbank kent haar klanten dus niet goed genoeg om een „controle te kunnen waarborgen om witwassen en financieren van terrorisme te kunnen voorkomen”.

De vastgoedbank weet volgens DNB ook niet hoe groot de kredietrisico’s zijn. Taxaties van kantoorpanden, winkelcentra en stadions worden door medewerkers voor akkoord getekend „zonder controle op juistheid van gegevens”. Zo meldt het taxatierapport van een Canadees kantoor van vastgoedklant Richard Homburg niets over financiële risico’s, of potentiële huuropbrengsten. Toch heeft de bank de taxatie „zonder kritische beoordeling overgenomen”, ziet de toezichthouder.

De bank blijkt de Wet op het financieel toezicht op zeven punten te overtreden, staat in de aanwijzing. De toezichthouder noemt de overtredingen „structureel”. De toezichthouder geeft alleen bij hoge uitzondering een aanwijzing aan een bank. In 2014 één keer, in 2013 twee keer. De maatregelen zijn ook nog eens zwaar. De bank moet een „gerenommeerde externe partij” aantrekken die helpt de boel op orde te krijgen. Vooraf moet ze met DNB overleggen welke partij dat zal zijn en hoe de opdracht aan dit bedrijf luidt. Een andere externe partij moet daarna controleren of het daadwerkelijk gebeurd is.

Vandaar, praktisch onder curatele.

2 | Te optimistisch

Weet het bedrijf echt niet hoe groot de kredietrisico’s zijn, zoals DNB beweert? De eerste keer dat de raad van bestuur van SNS Reaal de feitelijke omvang van de risico’s onder ogen krijgt, is op 6 juli 2010. Voor die tijd is slechts sprake van schattingen. Een Amerikaans team van Ernst&Young komt de onwelkome boodschap brengen. Het bestuur moet rekening houden met een waardevermindering van zo’n 1,1 miljard euro van de vastgoedportefeuille, op basis van slechts een deel van de onderzochte kredieten. De vastgoedbank is daarmee volgens kenners technisch failliet.

Bestuursvoorzitter Ronald Latenstein van SNS Reaal houdt de bijeenkomst kort, schuift het rapport terzijde en ontkent de strekking zelfs na openbaring in deze krant. Ten onrechte, meent de evaluatiecommissie later.

Wat niemand weet is dat de raad van bestuur niet veel later een andere adviseur, Credit Suisse, inhuurt om het werk nog eens over te doen. Na opnieuw maanden onderzoek concludeert Credit Suisse in maart 2011 dat het allemaal nog veel erger is. Het rapport van Ernst&Young was „probably too optimistic”. Het Credit Suisse-rapport is in handen van deze krant.

Het is niet duidelijk of de raad van commissarissen erover is geïnformeerd. In een brief aan de commissarissen rept het bestuur rond die tijd enkel nog over die 1,1 miljard. De evaluatiecommissie meldt het eerste, maar niet het tweede onderzoeksrapport. Ook het ministerie kent het niet.

DNB is zeker niet over de explosieve inhoud geïnformeerd, blijkt uit een verklaring van haar medewerker Friso Schellekens bij de rechter-commissaris. Hij was al die jaren „bij nagenoeg alle belangrijke gesprekken” over en met SNS Reaal aanwezig. Schellekens weet dat Credit Suisse er in 2011 „een analyse” heeft gedaan. Maar: „Ik weet niet precies wat voor werkzaamheden zijn verricht of wat de uitkomsten daarvan waren”.

3 | Toch maar geen aangifte

De vastgoedbank had meer oog moeten hebben voor de jarenlange signalen van fraude en belangenverstrengeling, meent de toezichthouder in de brief. Alleen al omdat een forensisch onderzoeksbureau (HIG) deze kant en klaar aanleverde. „DNB is van mening dat de HIG-rapporten, de signalen van de eigen medewerkers en de uitkomst van eigen onderzoek, aanleiding hadden moeten geven om de procedures” op het gebied van integriteit en risicobeheer aan te scherpen.

Wat doet de bank dan wél met de frauderapporten?

Het forensisch onderzoeksbureau brengt in totaal veertien alarmerende rapporten over vastgoedprojecten van klanten uit. De eerste drie bevatten al sterke aanwijzingen voor fraude door klanten, bovenop extreem slordig gedrag van medewerkers van de bank. Het gaat om projecten in Luxemburg en Spanje. Alleen al bij de laatste twee worden vraagtekens gezet bij de besteding van ruim 90 miljoen euro. Het bestuur van SNS Reaal worstelt ermee. Moet het aangifte doen van ongebruikelijke transacties, vraagt het aan advocatenkantoor Nauta Dutilh.

Het kantoor kwalificeert een aantal handelingen in de rapporten als „ongebruikelijk” en „op zijn zachtst gesproken ‘opmerkelijk’ ”. In een conceptnotitie van 1 april 2011 concludeert de advocaat dat in enkele van de gevallen „voldoende aanleiding is om tot melding” over te gaan. Dit blijkt uit een vertrouwelijk rapport van de accountant dat hierover is opgemaakt. Het bestuur van SNS Reaal schuift het advies terzijde. Niet nodig, besluit het na overleg met de eigen juridische afdeling.

Twee maanden erna verschijnt het definitieve advies van Nauta Dutilh. In tegenstelling tot de conceptnotitie schrijft de advocaat nu „dat in geen enkel geval (vooralsnog) aanleiding bestaat” om te melden.

Wat schrijft de evaluatiecommissie die een jaar na de nationalisatie de teloorgang van de bank en verzekeraar onderzoekt eigenlijk over de gang van zaken? De commissie onderzocht de rol van de toezichthouders, maar was ook gevraagd „aandacht te besteden aan de integriteit van handelen bij SNS Reaal” en om „te kijken naar het risicobeheer” bij het bedrijf.

De commissie wijdt een apart hoofdstuk aan de integriteitskwesties. Na een introductie gaan de eerste, zeg, vijf pagina’s over de gang van zaken voor en rond de overname van de voorganger van de vastgoedbank, Bouwfonds Property Finance, rond 2006.

Niets over de gebrekkige bedrijfsvoering

Eén pagina gaat over een integriteitsprogramma en integriteitsmetingen in de jaren erna. Maar niets over de gebrekkige bedrijfsvoering, controle en klantenkennis. Of over de aanwijzingen voor fraude en al die andere kwesties waarvan DNB in haar aanwijzing schrijft dat daar ook in eerdere jaren sprake van was en waarmee honderden miljoenen euro gemoeid zijn.

Vijf pagina’s gaan over de managers die elkaar volgens het Openbaar Ministerie zo’n 2,3 miljoen toespelen.

Waarom voor deze verhouding is gekozen, is niet duidelijk. Het ministerie van Financiën laat weten: het is „niet aan de minister om zich uit te laten over de inrichting van het onderzoek”. Ook Jean Frijns van de toenmalige tweekoppige commissie wil er niet veel over kwijt. Wel zegt hij dat „het een evaluatiecommissie betrof en geen commissie was die forensisch onderzoek deed”.

Hij en commissielid Rein Jan Hoekstra hebben vooral gekeken naar de rol van de toezichthouders – DNB en het ministerie. Ze zijn volgens Frijns zelf „niet de diepte ingegaan op wat SNS Reaal zelf wel of niet heeft gedaan”.