Column

FC Joop

Bij elk bericht over de vrije val van FC Twente moet ik aan Joop Munsterman denken. De ex-voorzitter die in zijn megalomane liefde voor club en stadion twee keer per dag langs De Grolsch Veste kwam gereden en dan tegen zichzelf kraaide: „Wat mooi toch!”

Het dreigt de schoonheid van een praalgraf te worden.

Vandaag moet FC Twente zich zorgen maken over zijn licentie. Munsterman en na hem Aldo van der Laan hebben de KNVB voorgelogen over de relatie met investeringsgroep Doyen. Er zou sprake zijn van een geheim contract. De ziel van de club uitverkocht aan ruig kapitalisme.

Financieel en sportief staat FC Twente aan de rand van het moeras. En zoals vaker is dat te wijten aan megalomanie van de preses. Munsterman raakte in het succes van de tukkers de pedalen kwijt. Hij spiegelde zich niet langer aan Ajax of Feyenoord, maar aan Juventus en AC Milan. Kerstbalsyndroom is het drama van meer clubvoorzitters in de eredivisie. Er wordt graag verwezen naar Jorien van den Herik bij Feyenoord, maar de leiding van Ajax, PSV en zelfs Heerenveen gaan ook niet vrijuit. Ineens wordt zo’n club een eenpersoonsstaat. Met toeters en bellen rond het ego van de voorzitter, of toch van de bestuurlijke inner circle.

Duisternis overweldigt traditie.

Joop Munsterman was eigenlijk een tragische voorzitter. FC Twente werd FC Joop. Hij geloofde oprecht dat het behalen van de landstitel zijn persoonlijk meesterwerk was. Spelers en technische staf waren bijzaak. Het hield niet op bij voetbal. In de verbeelding van Joop was FC hét maatschappelijke scharnier van de regio. Hij zei het zo: „Wij hebben kleur gegeven aan drie kernwaarden: voetbal, ambiance en solidariteit. Dat is de politiek niet eerder gelukt in deze sociaal beproefde provincie.”

Kenners waren het unisono eens dat de landstitel in 2010 meer dan verdiend was. FC Twente speelde oogstrelend voetbal in een gemoderniseerd stadion met een uitgroei naar dertigduizend zitjes. Theo Janssen en Kenneth Pérez als dansende engelen in de Grolsch Veste. Spits Blaise N’Kufo was ook klaar voor de Champions League.

Ach, de Champions League: prestigieus en financieel aantrekkelijk, maar voor sommige clubs puur vergif. In hun uitzinnige ambitie om het Europese pantheon te bereiken, worden ze blind voor de cijfertjes van hun boekhouder. Ze ontdooien tot makkelijke prooi van makelaars en transferkoorts. Als Europees voetbal wenkt, worden provincieclubs een rolmops van ambitie en verlangen.

Het sterfhuis wenkt.

Voetbal was niet genoeg voor Joop, hij wou FC Twente de heffe van rolmodel meegeven. Oud-directeur betaald voetbal Henk Kesler heeft ook zo’n zeloten-tic. Op een dag nodigde Munsterman mij uit voor kennisname van zijn hulpverleningstraject in achterstandswijken. Hij stelde voldaan vast dat „in de magische omgeving” van zijn voetbalstadion hopeloze kinderen geprikkeld werden alsnog iets aan hun toekomst te doen. De volbloed romanticus glunderde als een staatsman bij zijn eigen woorden.

Joop Munsterman was niet geschikt als voorzitter van FC Twente. Te ijdel, te weinig zelfkennis over zijn duivelse hang naar populisme. Daarom ook zo kwetsbaar voor verkeerde vrienden. Bij hem is de kerkhofgang van FC Twente begonnen. Zijn troetelkindje sleepte hem mee in hachelijke financiële avonturen. Met de intrede van investeringsgroepen riep hij het noodlot over FC Twente af. Je ziet het ook bij andere clubs.

Hij kon ook vertederen.

In volle presidentiële glorie zei hij me eens dat hij elke ochtend om 6 uur opstaat, dan even zijn gitaar pakt voor een akoestisch nummertje van Anouk. Zijn vrouw luistert vanuit het bed mee.

In de linkerooghoek blonk een traan.