Een boer. Maar wel een hele chique

Richard Geoffroy, chef de cave van Dom Pérignon, werd eerst arts maar kon als zoon van een champagneboer de roep van het land toch niet weerstaan.

De casting van Richard Geoffroy is haast perfect. De chef de cave van Dom Pérignon heeft de sereniteit en de ingetogenheid van de monnik die volgens de legendes in de benedictijner abdij van Hautvillers aan de wieg stond van de champagne zoals we die nu kennen. Het internationale wijnblad Decanter drukte ooit een foto van hem af terwijl hij poseert in de kapel van de abdij, als altijd geheel in het zwart gekleed en de handen gevouwen.

Sinds hij bijna twintig jaar terug de leiding overnam bij Dom Pérignon, de cuvée de prestige van Moët & Chandon, is Geoffroy (1954) het vertrouwenwekkende gezicht van het beroemdste champagnemerk in de wereld. Hij groeide op in een familie die in Vertus, net onder Épernay, al vele generaties champagne maakte. Maar om zich af te zetten tegen zo’n al te makkelijke carrière, besloot hij arts te worden. Hij studeerde af in Reims in 1982, maar kon uiteindelijk de verleiding niet weerstaan en keerde terug naar de wijnstruiken, eerst in Californië en nu weer in Frankrijk. „Geneeskunde is reparatie”, zei hij eens tegen Le Figaro over zijn carrièreswitch. „Ik had voor alles zin om te creëren, om te bouwen.” In een ander interview zei hij: „Eens een boer, altijd een boer.”

Maar dan wel een hele chique. Eentje die Dom Pérignon blijft vernieuwen, zeggen de fans. Een boer die de glamour en de noodzaak tot storytelling van de luxe-industrie, met partnerschappen met onder anderen Jeff Koons, tot in de finesses begrepen heeft. Maar voor alles een man die gelooft in zijn product en er mythische waarden aan toekent.

„Sprekend over de flessen die we gingen proeven, toonde Richard Geoffroy zich er voorstander van om ze niet te beschrijven, niet te bespreken, niet te analyseren, maar naar ze te luisteren”, schrijft filosoof Michel Onfray in zijn laatste boek Cosmos over een proeverij bij Dom Pérignon. „Zijn stilte had de zeggingskracht van een boeddhistische monnik die ervan afziet de wereld te bespreken maar er genoegen mee neemt die te beleven.”

Peter Vermaas