De wereld van ‘Huck’ Scarry

‘Huck’ Scarry vertelt over zijn ouders Richard en Patsy Scarry, beiden succesvolle kinderboekenauteurs.

Tekening van Tibor Gergery uit Het dorp aan de rivier van Patsy Scarry

‘Bijna iedereen kent de kinderboeken van mijn vader, Richard Scarry, zoals Mijn leuk woordenboek, vol tekeningen. Maar dat mijn moeder Patsy Scarry kinderboeken schreef, weet bijna niemand”, vertelt ‘Huck’ Richard Scarry. De 62-jarige zoon van een van de succesvolste en grappigste kinderboekillustratoren, zelf ook illustrator, heeft de handen vol aan de nalatenschap van zijn ouders.

Hij is dit weekeinde in Amsterdam om nu eens niet z’n vaders werk, dat hij deels heeft voortgezet, nader in het zonnetje te zetten. Maar om het boek Het dorp aan de rivier van zijn moeder, dat dit weekeinde verschijnt bij uitgeverij Rubinstein, te presenteren. Het is een verzameling dierenverhalen, uitbundig geïllustreerd door Tibor Gergely, die bekende Gouden Boekjes als Vijf Brandweermannetjes illustreerde.

Scarry is blij dat hij nu eens over zijn moeder kan vertellen. Hij heeft een dagtaak aan het begeleiden van nieuwe heruitgaven van de getekende boeken van zijn vader, die in miljoenenoplagen wereldwijd in 30 talen zijn verschenen. „Mijn vader en moeder hadden een gelukkig leven en huwelijk, maar als ze samen kinderboeken schreven kregen ze ruzie – de vonken vlogen eraf”, herinnert Scarry zich glimlachend. „Daarom gingen ze apart aan eigen boeken werken.”

„Het grappige is dat Dorp aan de rivier is gebaseerd op het kruidenierswinkeltje in het dorp waar wij in Amerika woonden, Westport in Connecticut”, vertelt Scarry. „De kruidenier was een grappige man – maar niet erg proper. Hij stond altijd ongeschoren is de winkel, het schort dat hij aanhad was altijd vies. Maar ik kwam er graag om snoep te kopen. Mijn moeder heeft van hem Kees Varken gemaakt, met een vies schort. En de hoofdpersoon, de muis Jonas P. Muis, dat is eigenlijk de beste vriend en collega van mijn vader, de Gouden Boekjes-illustrator J.P. Miller, van boekjes als Pietepaf en Dokter Pijpekop. In het boek komt Jonas P. Muis in het dorp wonen en beleeft hij allerlei avonturen. Zo was het in het echt ook: Miller kwam heel vaak bij ons logeren, omdat hij huwelijksproblemen had en nooit zijn illustratiewerk op tijd af had. En je weet wat Cole Porter zei: mijn enige inspiratie is de deadline.”

Het verleden van Scarry junior is nauw verweven met de geschiedenis van de Gouden Boekjes, de Little Golden Books, een reeks rijk geïllustreerde prentenboekjes die vanaf 1942 in de VS goedkoop verkocht werden, niet alleen in boekhandels, maar ook in supermarkten. Ze werden wereldwijd, ook in het naoorlogse Nederland, een enorm succes. Scarry senior werd eind jaren veertig als een van de vaste illustratoren aangenomen; Het Koekemannetje en Het Feestvarken zijn een paar van Scarry’s ook in Nederland favoriete titels.

Op zijn vijftiende verhuisde Huck met het gezin Scarry van de VS naar Zwitserland. „Daar heeft mijn moeder Het dorp aan de rivier afgemaakt.”

Scarry senior werd steeds succesvoller als tekenaar. Vooral zijn woordenboeken en andere boeken waarin hij de wereld met humor en losjes gedetailleerd voor kinderen uitlegt, werden enorm succesvol. Die boeken verschenen in de jaren zestig, en Scarry senior paste sommige aan, na kritiek in die tijd over nogal rolbevestigende plaatjes. Zo kwamen er mannen in de keuken te staan, of vrouwen die takelwagentjes reden. „Mijn vader heeft dat uit respect voor de vrouwenbeweging gedaan, hij wilde niemand voor het hoofd stoten. Hij was een milde, hardwerkende, humoristische man. Aanpassen was vaak niet moeilijk, want een konijn met een broek aan, is dat een man of een vrouw? Een strik op het hoofd maakt zo’n dier soms al een vrouw. Ik denk dat mijn vader zijn enorme talent om dingen grappig en simpel in een tekening te vatten, ontwikkeld heeft in zijn diensttijd in de Tweede Wereldoorlog,” vertelt Huck Scarry. „Hij werd voor het Amerikaanse leger uitgezonden naar Noord-Afrika, waar hij in Casablanca werd gestationeerd. Omdat hij goed kon tekenen, hoefde hij niet te vechten. Hij werkte daar op de voorlichtingsafdeling, die voor de soldaten bladen maakte waarin van alles uitgelegd werd, en die bedoeld waren om het moreel van de soldaten goed te houden. Daar heeft hij geleerd ingewikkelde zaken simpel en geestig te tekenen en te beschrijven.”

Huck hield ook van tekenen. Hij lag vaak op de vloer van de werkkamer te tekenen, als zijn vader aan het werk was. Hij is ook illustrator geworden, aanvankelijk van boeken voor oudere kinderen. Toen zijn vader problemen met zijn ogen kreeg, is hij hem gaan helpen. En sinds de dood van zijn vader in 1994 (zijn moeder overleed in 1995) zet hij diens werk voort; hij maakt boeken met de figuren van zijn vader, waarin hij de wereld met humor uitlegt. „Als ik aan het tekenen ben, merk ik dat ik altijd glimlach.”