Column

De klimaattop, ik heb er ook geen zin in

Denken over klimaatverandering is voor veel mensen hetzelfde als denken over pensioen: je weet dat het belangrijk is maar het is ingewikkeld, het gaat over mogelijke problemen in de toekomst die voor een individu nauwelijks oplosbaar zijn, en dus denk je al snel ‘pfffff laat maar’. Laten we even samen diep zuchten – pffffffff – en toch een column lang nadenken over het klimaat.

Als tiener van de jaren tachtig ben ik zo vaak bang gemaakt voor rampen die niet uitkwamen dat ik een tijd de neiging had dramatische toekomstvisies over de opwarming van de aarde met een korreltje zout te nemen. Maar de analyses zijn inmiddels zo alom en zo overtuigend dat we volgens mij geen wetenschappelijke oorlog hoeven uitvechten maar ons louter de vraag hoeven stellen die econoom Martin Wolf, columnist van de Financial Times, zijn lezers onlangs stelde: willen we het risico nemen, willen we gokken dat de klimaatsceptici gelijk hebben? Mijn antwoord: nee.

Of – mijn woorden – kunnen we maatregelen bedenken die mogelijk de opwarming afremmen en verder geen desastreuze effecten hebben (ook al doen ze wel pijn)? Het antwoord is volgens mij ja.

Op de klimaattop in Parijs kunnen landen afspreken belastingen anders te heffen, en geld anders te investeren. Om zo ons allemaal en de markt een duwtje te geven om minder broeikasgassen uit te stoten. Misschien neemt de temperatuur op aarde dan minder snel toe, en voorkomen we de negatieve gevolgen die daarbij kunnen horen.

De meest gehoorde en door veel economen bepleite maatregel is wereldwijd een CO2-belasting te heffen op brandstoffen en productieprocessen die dit gas uitstoten, een carbon tax. Zo stop je de vervuiling via een belasting in de prijs. De vervuiler betaalt. Zo’n carbon tax is een veel krachtigere duw in een minder vervuilende richting dan het subsidiëren van schone energie, betoogt het Britse weekblad The Economist deze week. Want voor bedrijven en consumenten zal het dan lonen schonere alternatieven te zoeken. Het geld dat die belasting oplevert, kunnen landen gebruiken om bijvoorbeeld de loonbelasting te verlagen en zo de economie te stimuleren.

Tegelijkertijd zouden overheden (veel) geld moeten steken in onderzoek naar betere en goedkopere schone energie dan we nu hebben, vindt The Economist. Want met alleen wind- en zonne-energie komen we er niet.

Het lijken mij zinnige maatregelen die ons bij meer zaken helpen dan alleen klimaatverandering. Technologische innovatie kan enorm helpen als bijvoorbeeld ons gas opraakt, of als we minder afhankelijk willen zijn van olielanden. We hoeven niet meteen nieuw geld hiervoor te vinden, je zou ook bestaande subsidies anders kunnen uitgeven. In Nederland kun je bijvoorbeeld denken aan het topsectorenbeleid waar vooral grote rijke bedrijven van profiteren.

Nou kan je denken: een wereldwijde belasting, dat gaat toch nooit gebeuren. En inderdaad, de kans is klein. Maar de animo groeit, ook bij grote bedrijven. Liever nu helder beleid dan paniekmaatregelen later. Een carbon tax kan ook beginnen met een groot deel van de wereld in plaats van de hele. Arme landen kunnen worden overtuigd mee te doen doordat ze compensatie, geld dus, krijgen.

Het is ook een makkelijk excuus om niks te doen – het betoog dat een carbon tax alleen kan als die wereldwijd wordt ingevoerd. Een wereldwijde aanpak van belastingontwijking door multinationals leek ook lang niet haalbaar. Toch hebben de industrielanden, die zijn verenigd in de Oeso, daarmee inmiddels een interessant begin gemaakt.