Column

Bewaak die buitengrenzen nu eens

Caroline de Gruyter is correspondent in Wenen en schrijft wekelijks een column over politiek en Europa

In juni 2013 zetten alle Europese ministers van Binnenlandse Zaken in Luxemburg hun handtekening onder 22 maatregelen die moesten helpen het fenomeen ‘jihadi’s uit Syrië’ onder controle te krijgen. De oorlog in Syrië woedde al twee jaar. Veel Europese landen hadden hetzelfde probleem: hoe voorkom je dat islamitische fanaten die heen- en weerreizen naar Syrië hier aanslagen plegen? Daarom hadden ze de Europese coördinator terrorismebestrijding, de Belg Gilles de Kerchove, om een lijst maatregelen gevraagd. Een van die maatregelen, die de ministers vervolgens goedkeurden, was dat nationale politie- en veiligheidsdiensten een database zouden opzetten over foreign fighters die de Europese veiligheid bedreigen. Mensen uit het Europese veiligheidscircuit vertellen echter dat die database over jihadi’s zelfs nu, ruim twee jaar en ettelijke (verijdelde) aanslagen verder, niet of nauwelijks functioneert. Kleinere landjes als België stoppen er weleens gegevens in. Maar grote landen als het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk niet, al klaagt Parijs nu steen en been over de ‘Belgische ziekte’. De enige samenwerking die loopt, zegt een betrokkene, is ad hoc: „Collega’s die elkaar kennen, bellen elkaar: ‘Heb jij voor mij…’ Maar dat gebeurt vooral als ze dringend wat nodig hebben.”

Interessant. En verontrustend. In Brussel denken velen dat de Schengenzone, als dit soort dingen niet snel veranderen, het nog hooguit twee of drie weken ‘houdt’. Steeds meer burgers geloven dat nationalistische politici gelijk hebben als ze de influx van vluchtelingen en de terreuraanslagen aan Schengen wijten. Het Europa zonder grenzen, concluderen zij, heeft niet gewerkt.

Maar waaróm functioneert Schengen niet goed? Omdat nationale politici en functionarissen er nooit voor hebben gezorgd dat het functioneert. Zelfs het basisprincipe van Schengen – dat je binnengrenzen neerhaalt op voorwaarde dat je dan collectief de bewaking van de buitengrenzen verstevigt – hebben ze nooit serieus genomen. Italië roept al jaren om assistentie. Vergeefs. Het enige wat andere EU-landen interesseert, is asielzoekers buiten hun eigen landsgrenzen houden. Frontex, het agentschap voor grensbewaking dat in 2004 werd opgericht, mag in geen enkele Europese database. Niet nodig, vinden lidstaten en het Europees parlement. Het budget van Frontex is dit jaar 114 miljoen. Daarmee kun je Europa’s buitengrenzen onmogelijk bewaken. Daarom worden weinigen die Europa binnenkomen, gescreend: er is geen geld voor technologie of personeel. Tijdens de onderhandelingen over de huidige Europese begroting wilden sommigen dit verhelpen. Maar de meeste landen wilden liever landbouwsubsidies en structuurfondsen blijven financieren. Als lidstaten bezuinigen door de crisis, zeiden ze, moest Europa niet mekkeren om meer geld. Fabrice Leggeri, directeur van Frontex, zei deze week in Le Parisien: „Wij betalen de prijs voor tien jaar wantrouwen van lidstaten en europarlementariërs in Europese instellingen.”

Europa is wat lidstaten ervan maken. Zij heffen binnengrenzen op, om jaren later te beseffen dat terroristen vrij rondreizen terwijl politie en justitie nog altijd bij de uitgegomde grenzen moeten stoppen. Er zijn twee oplossingen. Eén: hernationaliseer alles. Je doekt Schengen op en schopt de steunpilaar onder de interne markt en euro vandaan. Zo dupeer je miljoenen mensen om een paar terroristen te vangen, als dat al lukt: ondanks hernieuwde grenscontroles blijven veel Franse grensovergangen onbemand.

Twee: geef Schengen eindelijk de kans om te functioneren. En snel. Laat ministers uitvoeren wat ze beloofd hebben. Als ze allemaal hetzelfde probleem hebben, is het ridicuul als ieder dat op eigen houtje bestrijdt. Zo hebben ze het tot nogtoe gedaan. Dát is wat er niet werkt in Europa.