Alle vertrouwen verloren

Islamitische Staat kende geen genade voor yezidi’s, een religieuze minderheid in Irak. Honderden mannen zijn vermoord, duizenden vrouwen ontvoerd en tot seksslaaf gemaakt. Voor de weinige vrouwen die erin zijn geslaagd te ontsnappen, is het niet makkelijk terug te keren in de gesloten yezidi-gemeenschap. „Ik zeg tegen mannen dat ze juíst met deze meisjes moeten trouwen.”

Tekst Marloes de Koning Foto’s Seivan M. Saliam/Metrography

Dlo (20)

‘Er is een liedje over ‘de meisjes van Sinjar’. Altijd als ik dat hoor huil ik.” Xero Xalaf Suleyman (50) probeert de sterkste te zijn van de elf gezinsleden. Maar zelfs de man in huis wordt het geregeld te veel, vertelt hij eerlijk. Dat ‘huis’ is al meer dan een jaar een tent in het Khanke-kamp, van VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR, inmiddels uitgebreid met een zelf gemetselde kamer van grijze stenen blokken.

Het gezin van Suleyman is fysiek ongeschonden weggekomen toen terreurgroep Islamitische Staat (IS) op 3 en 4 augustus 2014 Sinjar innam, een regio in Irak waar veel mensen van de yezidi-geloofsgemeenschap woonden. Voor yezidi’s, die door hen worden beschouwd als ongelovigen of duivelaanbidders, heeft IS geen genade.

Gruwelijke slachtpartijen begonnen. Suleyman somt voor zijn tent op wat „volgens mij in geen enkele religie mag”: oudere mannen die zijn onthoofd, een kindje dat werd gedood en verbrand, waarna zijn moeder opdracht kreeg het lichaampje op te eten. Verkrachtingen van meisjes die „nog geen acht” waren.

Het is niet duidelijk wat hij zelf heeft gezien en wat hij heeft gehoord van andere vluchtelingen in de duizenden tenten op dit grijze modderige terrein.

De reconstructie van de gruweldaden tegen de yezidi’s, een etnische groep met een eigen religie die uit deze regio stamt, is nog lang niet voltooid. Toen Koerdische strijders met Amerikaanse luchtsteun half november Sinjar en omgeving heroverden, troffen ze leeggeplunderde huizen aan en massagraven met tientallen lichamen die soms te herkennen zijn aan plukken haar en bezittingen zoals sleutelbossen. Ook bij de herovering van het noordelijke deel van de regio in december 2014 zijn massagraven gevonden. Volgens officiële tellingen zijn 5.138 yezidi’s ontvoerd of vermoord.

Het lijkt erop dat in de graven hoofdzakelijk oudere vrouwen liggen. Van de ruim drieduizend meisjes en jonge vrouwen die door IS zijn meegenomen om als seksslavin te dienen of te worden verkocht, zijn de meesten nog altijd vermist. Soms lukt het een meisje te ontsnappen en te vluchten. Geheime informanten van de Koerdische regering in Erbil kopen soms meisjes op de markt in de grote stad Mosul, die in handen is van IS, om ze in veiligheid te brengen. Enkele honderden meisjes zijn bij hun familie teruggekeerd. Dan moeten de zwaar getraumatiseerde jonge vrouwen weer een plek zien te vinden in de conservatieve en gesloten yezidi-gemeenschap.

Dat gaat uiterst moeizaam, vertelt dokter Wahid Harmz, leider van een team psychologen dat werkt voor de Jiyan-stichting, een Koerdische mensenrechtenorganisatie. „Ze komen niet als maagd terug. Dat wordt hun verweten. Ik zeg tegen mannen dat ze juíst met deze meisjes moeten trouwen als ze van hun religie en etniciteit houden. Het heeft tot twee huwelijken geleid. Maar anderen luisteren niet en gaan door met de meisjes te beschuldigen.”

In kamp Khanke, een van de zestien vluchtelingenkampen waar yezidi’s zijn opgevangen, heeft de stichting een kleine praktijk naast het Unicefkantoor. Terwijl Harmz praat, zijn door de dunne wand van de container vrouwenstemmen te horen. Een baby huilt. Een medewerkster probeert een van de IS-slachtoffers, een jonge vrouw, over te halen naar de gespecialiseerde kliniek in de stad Suleimanija te gaan voor intensieve therapie, legt Wahid uit. Ze mag een familielid meenemen. Suleimanija ligt aan de andere kant van de regio, tegen de grens met Iran. In de kliniek daar zitten inmiddels zo’n honderd aan IS ontkomen vrouwen.

Behandeling in het centrum in het kamp zelf is bijna onmogelijk. Meisjes die een psycholoog bezoeken riskeren verdere stigmatisering. De geslotenheid van de yezidi-samenleving, die is georganiseerd in kasten en waar trouwen met buitenstaanders vrijwel uitgesloten is, maakt het ook voor psychologen moeilijk erin door te dringen.

Dat probleem hebben ook de onderzoekers van de misdaden tegen de yezidi’s. Een van hen is Hussein Hassoon (41), zelf ook yezidi. Hij was vluchteling en woonde en werkte lang in Nederland als vertaler voor justitie. In 2013 ging hij terug naar Sinjar. In augustus 2014 werd hij voor de tweede keer in zijn leven vluchteling toen hij met duizenden anderen vanuit de stad Sinjar het onherbergzame Sinjar-gebergte in vluchtte en daar ruim een week moest overleven tot de groep door Koerden uit Syrië en later onder meer Amerikaanse luchtsteun werd ontzet. „Ik heb veel kinderen dood zien gaan.”

Inmiddels geeft hij leiding aan een kleine onderzoekscommissie in Duhok, in Iraaks Koerdistan, die probeert bewijzen te verzamelen van de misdaden tegen yezidi’s en andere minderheden in Irak, onder andere door het horen van de teruggekeerde meisjes. Zij proberen te vergeten wat ze hebben meegemaakt. Hassoon probeert juist te voorkomen dat de volkerenmoord op de yezidi’s wordt vergeten.

„We hebben inmiddels 475 processen verbaal. Daar zitten genoeg getuigenissen bij van groepsverkrachtingen, slavenhandel, martelingen en gedwongen scheiden van kinderen”, vertelt hij telefonisch.

Het uiteindelijke doel is een strafzaak bij het Internationaal Strafhof in Den Haag. Dat is juridisch vrijwel onhaalbaar omdat Irak het strafhof niet erkent. Maar het moet, zegt Hassoon, om wat genocide met nog levende slachtoffers doet. „We zijn in shock”, zegt hij. „Je verliest vertrouwen in de genade van God en in de mensheid.”

Nu moet hij er eerst voor zorgen dat de grondtroepen die Sinjar hebben heroverd – Koerdische peshmerga-eenheden samen met milities van vrijwillige yezidi’s – de massagraven zoveel mogelijk intact laten en niet met de menselijke resten gaan slepen.

De situatie is chaotisch. Verschillende Koerdische milities controleren het gebied, dat grotendeels, maar nog niet helemaal is heroverd. Concurrerende Koerdische groepen willen er de dienst uitmaken. Yezidi’s, die meestal ook Koerdisch spreken, komen bekijken hoe hun huis eraan toe is en willen wraak nemen op IS.

Een paar tenten van Suleyman vandaan, in het Khanke-kamp, woont de familie Dahar. De oudste zoon van het gezin heeft meegeholpen aan de herovering van Sinjar als onderdeel van de vrijwillige yezidi-eenheden. Hij heeft met zijn telefoon foto’s gemaakt van de woning die ze hebben achtergelaten en die doorgestuurd. Het huis staat er nog, maar is tot op de tapijten leeg gestolen. Er is stromend water noch elektriciteit in de stad.

Het gezin gaat nog niet terug. „Er is geen enkele garantie voor onze veiligheid”, zegt Xudayda Rasho Dahar (22). Het is wachten op een volgende genocide denkt hij. De bevolking van Sinjar bestond uit zowel Arabische moslims als yezidi’s. Een deel van de moslims bleef toen de yezidi’s vluchtten. Sommige van de vroegere buren heulden met IS. „Die deden eerst alsof we hun broeders waren. Maar toen IS kwam steunden ze hen”, zegt Dahar bitter. Voordat de yezidi’s zich veilig voelen, moet het gebied eerst zijn vrijgemaakt van dat soort handlangers. „Zolang de Arabieren daar zijn, voelen wij ons niet veilig.”