Affiches om de maatschappij te verbeteren

Engagement en provocatie, dat typeerde Pierre Bernard, de Franse grafisch ontwerper die maandag op 73-jarige leeftijd aan kanker overleed. Een affiche was voor Bernard niet bedoeld om producten te helpen verkopen, maar om de maatschappij te verbeteren. Dus niet om antwoorden te geven, maar om vragen op te roepen, te irriteren of te overtuigen.

Met twee kompanen die hij tijdens de studentenopstand in mei 1968 in Parijs had leren kennen, richtte Bernard in 1970 het ontwerperscollectief Grapus op, een afkorting van het scheldwoord crapules staliniennes, stalinistisch gepeupel. De grafici werkten voor de Communistische Partij, voor vakbonden en experimentele theatergroepen; commerciële opdrachten waren uit den boze. Hun affiches vielen niet alleen op door hun ondogmatische, kritische denkwijze, maar ook door de ongepolijste stijl: met handgeschreven teksten, schilderachtige elementen, ruw uitgeknipte foto’s en slordig ogende belettering.

Twee neukende honden – Dirk Behage herinnert zich nog goed het eerste affiche dat hij van Bernard zag. „Dat was voor een expositie over zijn eigen werk – zo’n provocatie.” In de jaren 90 richtte Behage met Fokke Draaijer en de bijna 25 jaar oudere Bernard een nieuw ontwerpbureau op, Atelier de Création Graphique.

Bernard ging werken voor het Louvre en Centre Pompidou, opdrachtgevers die volgens sommige oude makkers van Grapus te elitair waren. Hij kon ook pragmatisch zijn, zegt Carolien Glazenburg, conservator grafische vormgeving bij het Stedelijk Museum Amsterdam. Zij rekent Bernard tot de belangrijkste Europese vormgevers van de afgelopen eeuw. Toen hij in 2006 voor zijn Europese verdiensten de Erasmusprijs kreeg, maakte ze in het Stedelijk een tentoonstelling over zijn werk. „Een aimabele en zeer gedreven man.” Ook als zestiger schuwde hij de provocatie niet, zegt ze. Tot zijn ergernis moest op het affiche voor de Erasmusprijs de naam van de sponsor: I Amsterdam. Glazenburg: „Bernard liet ‘I Am’ in rood drukken en ‘sterdam’ in zwart. In het donker zag je in de abri’s alleen ‘I Am’ staan.”