Aanhalingstekens helpen misschien niet, ze horen wel

Geen medicijnen meer slikken, ze zijn gevaarlijk! Zegt de krant. Althans, het stond in de kop. Hoewel, wacht even, zegt de krant dit echt zelf?

Geneesmiddelen zijn gevaarlijk, was de kop op de pagina Wetenschap (NRC Handelsblad, 16 november). Een keiharde, feitelijke en algemene bewering.

Alleen, er knipperde een rood lichtje. Of nu ja, een rood trefwoord: dit was een interview. Er stond ook een portretfoto bij van de geïnterviewde. Dus nee, dit was geen mededeling van de krant, maar een bewering van de Deense bioloog Peter Gøtzsche, een „spijtoptant” van Big Pharma. Hij was in Nederland om zijn jongste boek te promoten, een aanklacht tegen de farmaceutische industrie.

Het viel ook mijn collega-ombudsman Tom Naegels bij De Standaard op, waar het stuk werd overgenomen (mét aanhalingstekens rond de kop). Hij wijdt er deze week zijn rubriek aan.

Mij gaat het nu om die kop.

De woorden in de kop spreekt Gøtzsche niet letterlijk uit, maar ze zijn een goede samenvatting van zijn standpunt. Alleen, ja, zegt de chef Wetenschap, er hadden dus aanhalingstekens rond die kop moeten staan. Een vergissing.

Kan gebeuren, zeker. Waar gehakt wordt, vallen soms lees- of aanhalingstekens. Maar toch: het valt mij al langer op dat bij interviews in NRC Handelsblad en nrc.next bewerende koppen opduiken zonder aanhalingstekens. Terwijl je zou zeggen: die horen nu juist bij een interview want dat is, nou ja, een interview.

Een paar voorbeelden.

Jihad is niet ideologisch maar puberaal, was de kop boven een gesprek met David Kenning, een expert in het bestrijden van radicalisering (21 september). Plausibel misschien, maar toch niet per se het standpunt van de krant. Voorin de krant werd het interview dan ook aangekondigd met een bericht dat wél aanhalingstekens rond de kop kreeg (‘Aanpak radicalisering is gedoemd te mislukken’).

Oók over jihadisme, boven een interview met een andere expert: Liefde. Dat helpt tegen radicalisering. (19 november). En het helpt het beste zonder aanhalingstekens, dat kan ik me voorstellen. Maar ook hier: het is geen bewering van de krant, maar de opvatting van de geïnterviewde, Thomas Schmidinger. Wat ook niet helpt, is dat bij het interview niet zijn foto stond, maar een van het liefdesobject, Mohammed Abdeslam, broer van een van de schutters in Parijs.

Nog één, ook over jihad: Jihadisten zijn niet bloeddorstig van nature, dit keer boven een gesprek met een filmregisseur, Abderrahmane Sissako (14 november, het weekend van ‘Parijs’). Met kleine foto van de geïnterviewde, en grote foto van een wenende moslima.

Een enkele keer staat boven een interview trouwens helemaal geen citaat, maar een omschrijving van de geïnterviewde. Boven een gesprek met de historicus Leo Lucassen: Migratiehistoricus als media-orakel (21 september). Zo’n kop verwacht je toch eerder boven een portret van betrokkene. Hij zegt dit zelf in elk geval niet (wel: „Ik word dezer dagen geleefd door de media”).

Gelukkig zie je aanhalingstekens vaak ook wél. Boven interviews in het katern Economie staat bijvoorbeeld vrijwel altijd een citaatkop: ‘Je moet geen orakel worden’ (tegen Leo Lucassen?) boven een gesprek met Ajax-topman Hans Wijers (18 november); ‘We moeten onszelf de schuld geven’ (Delta Lloyd-topman Jean Frijns, 17 november)

Maar dan toch opeens weer, cursief: Ik ben lui, maar zeer volhardend (energietopman Peter Terium, 14 november). En boven een gesprek met hoogleraar Hans Boutellier: Ik voel de plicht om optimistisch te zijn (14 november). Boven Het Grote Interview vorige week zaterdag met Jan Marijnissen: Ik ben heel veel wijzer geworden (21 november).

Is dit dan misschien een privilege voor de ik-vorm? Nee, want Louis van Gasteren zegt over zichzelf in het katern Film gewoon tussen aanhalingstekens: ‘Ik heb nergens spijt van’ (19 november). En boven een reconstructie van het bloedbad in Parijs werd een overlevende zo geciteerd: ‘Ik dacht eerst dat het bij de show hoorde’ (16 november).

Eindredacteuren die ik erover sprak, zeggen eensgezind dat uitspraken boven interviews in principe tussen aanhalingstekens moeten staan. Maar ze worden wel eens weggelaten, als er geen misverstand mogelijk is; de lezer is tenslotte niet gek. Een aloude bureauwijsheid in de journalistiek wil, dat koppen met aanhalingstekens nu eenmaal minder trekken. Of dat recent is onderzocht, weet ik niet. Maar het is geen detail nu de hele krant online beschikbaar is en de redactie dagelijks bijhoudt welke stukken het meest worden gelezen.

Lezers zijn intussen inderdaad niet gek, het valt hen op. Een lezer protesteerde bij mij tegen de kop Haal de politiek uit het leger (10 november), een knalharde opiniekop op een nieuwspagina, zonder aanhalingstekens, boven een Haagse voorbeschouwing over het debat over de Defensiebegroting. Vindt de krant dat? Nee, deze opinie leeft in de Tweede Kamer. Pakkende kop, dat wel.

Het argument dat geen verwarring mag ontstaan tussen feiten en opinies, lijkt me cruciaal: het gaat er om dat de lezer direct begrijpt wie nu eigenlijk wat zegt.

Daarom lijkt het nog niet het grootste probleem dat Jan Marijnissen (en anderen in die zaterdagse rubriek) in de kop hun aanhalingstekens verliezen. Het Grote Interview is een vaste rubriek, met duidelijke titel, en er staat standaard een grote foto bij van de geïnterviewde.

Geen misverstand mogelijk.

Maar het ligt al heel anders bij interviews op nieuwspagina’s, zoals die met achtereenvolgende jihadisme-experts, of over gevaarlijke medicijnen. Al is duidelijk wie er spreekt, beweringen zijn nog geen feiten. Kortom, het lijkt me goed dat de NRC-kranten (en site) consequenter zijn met interviewkoppen (wel of niet cursief, en ja, wel aanhalingstekens).

En hoe zit het nu met die pillen?

Ik zou benieuwd zijn naar een stevige bespreking van dat provocerende boek. Dan hoort de lezer van een ander of het ergens op slaat wat de auteur beweert. Met of zonder aanhalingstekens.