DeLUXE smaak

Jazzmuzikant Lionel Belmondo luistert naar Ravel en voert graag een goed gesprek met zijn kaasboer.

Lionel Belmondo: „Artisjok is goed voor de lever, wist je dat?”

Als Lionel Belmondo (52) het onooglijke café aan de Rue des Martyrs in Montmartre binnenloopt, krijgt al het personeel een hand. Hij maakt wat grappen met de dronkenlappen aan de bar voor hij een tafeltje kiest en een espresso bestelt. Hij komt hier vaker. Weten de stamgasten dat hij een van de grootste jazzmuzikanten van Frankrijk is? Belmondo, saxofonist, fluitist, arrangeur en orkestleider, schudt zijn hoofd, geschrokken. Hij vermoedt van niet.

„Beter zo”, zegt hij.

Maar hij is het dus wel, een van de grootste jazzmuzikanten van het land. En trouwens ook een van de minst begrepen.

Dat is vooral sinds hij in 2003 het album Hymne au Soleil uitbracht, waarin hij werk van ‘postimpressionistische’ klassieke Franse componisten gedurfde nieuwe jazzarrangementen gaf. Gabriel Fauré (1845-1924), Maurice Ravel (1875-1937) en bijvoorbeeld Lili Boulanger (1893-1918), en dan met Belmondo op sax en fluit, zijn broer Stéphane op trompet en verder vooral klassiek geschoolde andere muzikanten. Dit album was een „staatsgreep zonder precedent”, schreef Libération laatst lyrisch. Maar de Franse jazzwereld begreep slecht waarom hij op de klassieke toer was gegaan.

Inmiddels bracht Belmondo, zoon van een muziekschooldirecteur in het diepe zuiden van Frankrijk (Yvan Belmondo, ook saxofonist), albums uit met bewerkte stukken van Europese componisten als Bach ( Lionel Belmondo Trio Plays European Standards) en vorig jaar verscheen zijn ode aan John Coltrane (A Love Supreme). Hij werkt nu met het Orchestre de Bordeaux Aquitaine voor 2017 aan een hommage aan Ravel. „Mensen willen zo graag anderen in hokjes plaatsen. Ze zeiden dat ik de jazz had verraden toen ik me met klassieke muziek ging bezighouden”, lacht hij. „Wat een onzin. Zoals een goede kok de beste ingrediënten probeert te zoeken en een wijnmaker respect heeft voor terroir, zo zoek ik naar de basis van mijn muziek, de bestanddelen waarmee ik un jazzman ben geworden.”

Waar luistert u thuis naar?

„Ravel nu. Ik werk aan die hommage. De meeste mensen kennen alleen zijn Boléro. Dat is op zich al schandalig, want hij heeft zoveel ander moois gemaakt. Maar met zijn twee saxofoons en vrijwel geen enkele modulatie was de Boléro in de eerste plaats een lange neus naar het muzikale establishment.”

Wie is uw inspiratiebron?

„John Coltrane. Hij heeft me geleerd dat je altijd rechtdoor moet gaan. Hij heeft zijn achtergrond nooit verloochend, hoe moeilijk sommige mensen zijn muziek ook mochten vinden. Ik blijf Coltrane luisteren, vooral zijn latere werk. Ik probeer dat met nieuwe arrangementen iets toegankelijker te maken.”

Welk boek ligt er op uw nachtkastje?

„Een boekje met dialogen van (filmschrijver) Michel Audiard, geloof ik. Ik sla het soms even open, dan lees ik iets over Parijs om te zien hoezeer de stad veranderd is. Maar om eerlijk te zijn: ik ben snel afgeleid als ik lees. Na een halve pagina speelt de muziek meestal weer op in mijn hoofd. Een echte lievelingsauteur heb ik ook niet, denk ik. Voor mij zijn ontmoetingen van belang.”

Met wie?

„Met de kaasboer bijvoorbeeld. Monsieur Yves Chataigner is tachtig en hij is de laatste fromager affineur van de Rue des Martyrs. Zo’n man laat je proeven en kan vertellen over het product dat hij verkoopt. Dat vind ik belangrijk, dat is cultuur. Maar die verdwijnt.”

Wat is uw favoriete quartier in Parijs?

„Nou, ik hou dus eigenlijk helemaal niet meer zo van Parijs. Ik woon hier nu dertig jaar en de stad is totaal veranderd, zoveel onpersoonlijker geworden. Mijn favoriete wijk is een wijk die ik zelf zou creëren, waar iedereen mij kent en ik iedereen ken. En waar de mensen elkaar groeten en eerlijk zijn. Ik lijk een beetje op Peter Pan, ik leef het allerliefst in een imaginaire wereld.”

Wat is de beste plek om te leven?

„Ik kom uit Solliès-Toucas, in de Var, in het zuiden. Dat kun je natuurlijk horen aan mijn accent. Mijn vader woont daar nog. Maar even los van mijn jeugdherinneringen, die allemaal goed zijn, is het gewoon een eerlijk dorp. Het dorp is zoals het was. Niet zoals Parijs, waar mensen me pas interessant vonden toen ze me in de krant hadden zien staan. In het zuiden ben ik gewoon Lionel, krijg ik een pastis en eet ik een hapje mee.”

En om te werken?

„Thuis, hier in Montmartre, kan ik prima componeren. Als me iets te binnen schiet, kan ik meteen aan de slag. Mensen die zich voor inspiratie moeten opsluiten in een hotelkamer of in een huisje in het bos zijn nog niet klaar om te schrijven, denk ik.”

Hoe ontspant u zich?

„Een glas goede rode wijn is essentieel. Je hoeft je neus maar in een glas te steken en je voelt je beter. Ik hou van eerlijke rode wijnen, zoals de Bourgueil van Cathérine en Pierre Breton, vrienden van me. Die wijn heet Nuits d’Ivresse [nachten van dronkenschap], zo’n prachtige naam. Wijn is echt heel belangrijk: ik zou geen muziek kunnen maken met mensen die niet met mij de liefde voor een goede maaltijd en een goede fles delen.”

Heeft u een favoriete geur?

„Lavendel, zonder twijfel. Dat is het aroma van het zuiden van Frankrijk. Bij mijn oma lagen altijd boeketjes lavendel in de kasten om beestjes te verjagen. Ik hou enorm van planten, ook van hun helende werking. Artisjok is goed voor de lever, wist je dat?”

Hoe verplaatst u zich?

„Bij voorkeur met een zo traag mogelijk vervoermiddel. Er is niets waar ik zo’n hekel aan heb als snelheid. Als ik in de auto zit, dan ergert iedereen zich aan mijn tempo. Interesseert me niets. Ik heb een auto om van a naar b te komen, meer niet. Het is een Chrysler Voyager met Amerikaanse motor, als u het weten wilt. Maar merken interesseren me totaal niet.”

Ook niet voor de saxofoon?

„Ho, dat is natuurlijk iets heel anders. Ik zweer bij mijn Selmer Mark VI tenor uit de jaren vijftig. Ik bespeel hem al dertig jaar. Het is als een vrouw waar je je leven mee samen bent. Hij is me altijd trouw geweest en het gaat goed tussen ons.”

Hoe zou u uw kledingstijl omschrijven?

„Dat moet je mijn vrouw vragen. Zij koopt alles, ik helemaal niets. Het is belangrijk dat het niet al te duur is, zodat er geld over blijft voor goede wijnen. Maar als ik rijk zou zijn, dan zou ik een kleermaker hebben.”

Uw mooiste uitzicht?

„Als ik speel en alles gaat goed, dan zie ik iets dat ik niet kan beschrijven. Het is het paradijs, vermoed ik. Je maakt muziek en als alles op zijn plaats valt, dan word je je eigen toeschouwer. Dat is een bizarre sensatie: het licht is mooi, je ziet de kleuren die je wilt zien. Het is een beetje zoals een astronaut naar de aarde kijkt, denk ik.”