Zóveel literatuur, je kan er een stad van bouwen

Vijf eeuwen literatuur aan de muur: zo ziet Amsterdam eruit in 500 literaire citaten.

Wie op de nieuwste plattegrond van Amsterdam zoekt naar de Anthonie van Dijckstraat in Zuid, vindt in het vakje D11 geen straatnaam maar een tekst. „De stad is een veel te mooie vrouw/ een veel te mooie vrouw/ je geeft alles wat je hebt/ maar zij geeft geen moer om jou.” De Dijk zong het nummer, in ’89. Het is een knipoog van de makers van Leesbaar Amsterdam, de deze maand verschenen stadsplattegrond, opgebouwd uit bijna 500 literaire citaten.

Ze dachten de kaart in een half jaar te maken. Maar het werden er vier. Dat vertellen de makers, schrijver Erik Nieuwenhuis en journalist Louis Stiller, in café De Ysbreeker. De plattegrond ligt uitgevouwen op tafel. Hun vingers volgen de Amstel (A.F.Th. van der Heijden) om aan te wijzen dat ook deze tent op de kaart staat, in de vorm van een citaat van Jan Brokken.

Het idee ontstond in Sint-Petersburg, vertelt Nieuwenhuis. Daar kocht hij een soortgelijke plattegrond. Maar deze was minder goed uitgewerkt en niet zo gedetailleerd. In Amsterdam besloten hij en Stiller een lokale versie te maken. Dat begon optimistisch, met het zoeken in boeken uit hun eigen collectie. Daarvoor hadden ze een toptien opgesteld van de – in hun ogen – beste schrijvers over Amsterdam. Nieuwenhuis: „Maar toen we daarmee klaar waren, bleek dat we alleen nog maar een geraamte hadden.” Dus verplaatsten ze hun werkplek naar de OBA. Zaten ze daar, avondenlang, ieder een stapeltje boeken naast zich.

De kaart bestaat uit vijf eeuwen literatuur. Dus vind je „Ik ben makelaar in koffi, en woon op de Lauriergracht, no. 37” in de Jordaan. En ook Nescio en Vondel staan erop, met hun in onbruik geraakte Nederlands. De jongste schrijvers op de kaart zijn Maartje Wortel (Oost), Franca Treur (de Mauritskade) en Jamal Ouarichi (het IJ).

Het ging niet altijd even makkelijk. „Zo had je bijvoorbeeld een periode lang de populariteit van geanonimiseerde landschappen, beïnvloed door het modernisme”, vertelt Stiller. „Dan staat er alleen: ik liep het plein af, de straat in. We moesten zelf speuren om erachter te komen over welke buurt de schrijver het dan precies had.” Ook schreef Reve bijvoorbeeld over ‘het Wespennest’ in plaats van De Bijenkorf.

Bij sommige wijken hóórt een schrijver, vinden de makers. Zoals Grunberg bij Zuid. Bij andere delen was het lastiger kiezen. „In Centrum zie je hoe schrijvers strijden om toe-eigening van de buurt”, zegt Nieuwenhuis. Hoe kleiner het lettertype, hoe meer dat stukje stad is beschreven.

Maar met de citaten alleen waren ze er nog niet. Voor de uitwerking van de kaart kwamen de twee in contact met vormgeefster Yolanda Huntelaar. Zij vond het belangrijk dat de citaten uit boekletters bestonden, zodat het lijkt alsof ze er net uit zijn gescheurd. En ze bedacht met de kleuren van de kaart de structuur: blauw voor het water, groen voor de bomen, zwart voor doorgangswegen. Ook maakte ze de kaart op maat: wie hem tegen het licht houdt ziet dat de plattegrond één op één past met een gewone kaart. Tot slot sloot Bob Polak, voorheen werkzaam bij Dienst Ruimtelijke Ordening, zich aan als eindredacteur.

Sinds hun kaart (in vier varianten; als chique poster, opvouwbaar, als boekje en als behang op maat) deze maand uitkwam, doen Stiller en Nieuwenhuis goede zaken: Leesbaar Amsterdam ligt bij 30 boekhandels. Die bezorgen ze zelf, op de fiets. Inmiddels zijn er plannen voor een kaart van heel Nederland. Zelf zijn ze elders geboren, en hebben nu van Amsterdam hun thuis gemaakt. Stiller: „Net als de schrijvers op de kaart voelden wij die enorme aantrekkingskracht van de stad.”