Zo houd je de Britten dus in Europa

Groot-Brittannië hoeft helemaal niet zo nodig uit de EU. Als die het land maar tegemoetkomt. De Britse Europaminister zoekt steun.

David Lidington, de Britse staatssecretaris van Buitenlandse Zaken en minister voor Europa, bezoekt Clingendael.

Zeg niet dat de Britse minister David Lidington geen Europeaan is. Als hij ’s avonds thuiskomt en het licht aandoet, krijgt hij daarvoor later een rekening van het Franse elektriciteitsbedrijf EDF. Als hij vanuit zijn kiesdistrict naar Londen reist, doet hij dat in een trein van Deutsche Bahn. Hoezo Britten eurosceptisch?

Hij geeft het voorbeeld aan het groepje Nederlandse journalisten dat door de Britse ambassade in Den Haag is uitgenodigd voor een gesprek met hem. Hij geeft het voorbeeld een uur later aan de leden van de Tweede Kamercommissie voor Europese Zaken met wie hij een ontmoeting heeft. En hij geeft het voorbeeld twee uur later nog eens een keer, als de minister bij Buitenlandse Zaken-denktank Clingendael voor een gehoor van zo’n honderd overwegend grijze mannen een toespraak houdt.

David Lidington, de Britse minister voor Europese Zaken, deed gisteren een dagje Den Haag. Bedoeld om de hearts and minds te winnen van de Nederlanders voor de eisen van het Verenigd Koninkrijk om de Europese Unie te hervormen. Minder regels, geen verschillende behandeling van eurolanden en niet-eurolanden (lees: Groot-Brittannië), een grotere rol voor nationale parlementen bij Europese besluitvorming en een beperking van het vrije verkeer van personen.

Wensen, Lidington kon het niet genoeg benadrukken, die „in het belang zijn van héél Europa”. Het is een „existentiële uitdaging”.

Volgende maand moet er duidelijkheid komen. De inzet is hoog: premier Cameron heeft zijn landgenoten voor eind 2017 een referendum beloofd over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie. Blijven of vertrekken, dat is de vraag. Bepalend voor het antwoord is het resultaat van de onderhandelingen met de EU.

Ook die boodschap geeft Lidington bij de drie bijeenkomsten in telkens exact dezelfde bewoordingen af. Cameron moet straks met een goede uitkomst thuiskomen. Met „bindende en onomkeerbare” afspraken. De kans dat een meerderheid van de Britten voor de EU kiest, wordt groter naarmate de andere lidstaten bereidheid tonen het Verenigd Koninkrijk tegemoet te komen.

Gaat dat gebeuren? Vanuit Brussel is al gezegd dat een aantal Britse verlangens moeilijk ligt. Dat geldt vooral voor de fundamentele principes van de Unie die de Britten ter discussie willen stellen, zoals het vrije verkeer van personen. De andere lidstaten voelen er niets voor het Verenigd Koninkrijk opnieuw een uitzonderingspositie te verschaffen. „Geen cherry-picking”, gaf Tweede Kamerlid Marit Maij (PvdA) minister Lidington gisteren te verstaan.

Ook het Nederlandse kabinet heeft „rode lijnen” getrokken. Welke dat zijn, wordt om de onderhandelingen niet te belasten niet openlijk gezegd.

Hoe groot is de kans dat op de top van Europese regeringsleiders komende maand een akkoord wordt bereikt? Behalve Nederland zijn er nog 26 landen die overtuigd moeten worden. En dan is er nog de Europese Commissie. Bovendien heeft Europa met de vluchtelingencrisis en de terrorismedreiging nog wat andere dingen aan het hoofd dan het Britse verlanglijstje.

Is meer tijd nodig? Dat moet dan maar, aldus Lidington. „Het gaat om de inhoud, niet om het halen van de deadline.” Het zou betekenen dat de onderhandelingen begin volgend jaar worden voortgezet, als Nederland een half jaar lang voorzitter is van de Europese Unie. Nederland – waarmee de Britten het vaak goed kunnen vinden als het om het opschudden van de Europese Unie gaat.

Zo bekeken speelde Lidington gisteren in Den Haag één van de eenvoudiger uitwedstrijden. De Tweede Kamer hoorde hem beleefd aan. Op instituut Clingendael werd alleen op de borrel achteraf opgemerkt dat het eigenlijk veel beter zou zijn als de lastige Britten de Europese Unie zouden verlaten.

Maar toen was Lidington al weer op weg naar zijn vliegtuig dat hem naar Londen zou brengen.