Spanje bestaat eigenlijk niet

‘Wie is de Spanjaard?’ Merijn de Waal probeert hem te definiëren in reportages over de ‘gewone’ mens, maar hij graaft ook dieper. Is het soms die fatalistische inborst? Of bestaat hij niet?

Foto Istock

Spanje lijkt meer dan andere landen gebukt te gaan onder clichés. Geen item over Spanje op de televisie zonder gitaargetokkel op de achtergrond. Hardnekkige beelden, die voor een groot deel samenhangen met het door het land zelf in stand gehouden imago van toeristisch paradijs. Spanje, alles onder de zon, overal passie en olé.

Merijn de Waal, oud-correspondent voor deze krant in Madrid, komt in Spaanse sporen ondanks de nationale clichés al snel tot de conclusie dat Spanje eigenlijk niet bestaat. De regionale verschillen zijn enorm en Spanjaarden ontlenen hun identiteit doorgaans meer aan hun dorp of regio.

Ook Steven Adolf, voorganger van De Waal, schreef een boek over zijn ervaringen. Maar waar Adolf zijn boek nog kon ophangen aan de cultuur van de volksfeesten en de optimistische periode van de recent verworven democratie, aan het feestvierende Spanje dus, waren de Madrileense jaren van De Waal (2009-2014) minder vrolijk. Ze vielen zo’n beetje samen met de grote vastgoed- en bankencrisis, een periode waarin ook het besef groeide dat de jonge democratie belangrijke gebreken vertoonde.

Een actueel probleem voor journalisten die Spanje willen doorgronden is dat ze steeds minder kunnen vertrouwen op de Spaanse media. De landelijke publieke omroep staat opzichtig onder controle van de conservatieve regering. Zelfs El País, de kwaliteitskrant van weleer, is niet altijd meer een onafhankelijke nieuwsbron. Schuldeisers – grote financiële machtsblokken in Spanje – houden de krant in een wurggreep en veel journalisten van naam zijn vertrokken.

Maar aan een correspondent natuurlijk de taak om op pad te gaan voor zelfstandige nieuwsgaring. En dat heeft De Waal in die vijf jaar volop gedaan, met kennis van zaken en steeds clichés ontwijkend. Zijn beste reportages heeft hij – ontdaan van al te gedateerde verwijzingen naar de actualiteit – verwerkt tot ‘een journalistieke zoektocht naar het hart van Spanje’.

De Waal is vooral erg goed in verhalen over gewone mensen: individuen die staan voor grotere maatschappelijke ontwikkelingen en die clichébeelden onderuithalen. Memorabel is de priester uit Ivoorkust die op het platteland van Galicië de mis opdraagt. Het traditionele Spanje in de moderne, geseculariseerde tijd: een oerkatholiek land, bakermat van missionarissen, dat zijn priestertekort in de regio opvangt met een toegewijde Afrikaanse priester. Als deze overweegt terug te gaan naar Afrika beginnen de dorpjes een handtekeningenactie. Bij elkaar geven de reportages een caleidoscopisch beeld van een modern, maar ook traditioneel land. Een land in crisistijd, dat sterk gepolariseerd is.

Minder sterk is het grotere geheel van dit boek. Onduidelijk blijft waar de titel, Spaanse sporen, op slaat. Die sporen worden zelf nergens genoemd. En ondanks dat hij het bestaan van Spanje in twijfel trekt, kan De Waal de verleiding tot generaliseren en psychologiseren soms niet weerstaan. Zijn visie op ‘de Spanjaard’ komt soms betuttelend over. Op andere momenten is De Waal tegenstrijdig. Zo heeft hij het over de fatalistische inborst van Spanjaarden, die hij koppelt aan de uitdrukking Es lo que hay (‘Het is wat het is, je hebt het er maar mee te doen’), terwijl hij twee pagina’s later beweert: ‘Spanjaarden zijn overwegend links. Ze geloven, meer dan de burgers in Noord-Europa, nog in de maakbaarheid van de samenleving.’ Tja, wat is het nou?