Resetten, om topfit te zijn voor Rio

Dragende spelers ontbreken in de Nederlandse ploegen bij de finales van de Hockey World League. „Als dit de Spelen waren geweest, was iedereen wel meegegaan.”

Vorig jaar, tijdens de Champions Trophy in India, was Sander de Wijn er wel bij. Nu blijft hij thuis met de HWL.

Maartje Paumen denkt diep na. Kort na de Spelen van Athene (2004) debuteerde ze als international. Dat is elf jaar, een paar honderd competitieduels met Den Bosch, elf keer de play-offs, elf Europa Cups, zes EK’s, drie WK’s, een stuk of tien Champions Trophy’s, een Hockey World League, twee Olympische Spelen – en ontelbaar veel strafcorners. „Het voelde een beetje als een bevrijding”, zegt ze over het moment dat bondscoach Alyson Annan haar vertelde dat ze volgende week niet meegaat naar de finales van de Hockey World League, in Argentinië.

Even een paar weken de stekker eruit. Geen trainingen op Papendal, geen eindeloze series sleeppushes. Sterker nog: geen hockeystick zal ze aanraken tot januari. Even resetten, noemt Annan het. Om straks in Rio topfit te zijn. „Ik heb niet vaak de kans gehad even op adem te komen”, zegt Paumen, die onlangs de dertig passeerde. „Als Alyson het niet voor mij had besloten, had ik waarschijnlijk gewoon gespeeld. Maar lichaam en geest geven aan dat het even genoeg is geweest. Je hebt zo veel jaren topsport in je lijf. Misschien moet je soms toegeven dat rust ook een goede trainingsvorm is.”

Tien maanden voor ‘Rio’ besloot zowel Annan als mannenbondscoach Max Caldas enkele dragende spelers thuis te laten voor de finales van de Hockey World League. De mannen beginnen vanmiddag in de Indiase stad Raipur tegen Duitsland zonder Robbert Kemperman, Sander de Wijn, Rogier Hofman en Sander Baart. En Annan reist volgende week naar het Argentijnse hockeybolwerk Rosario zonder topspeelsters Paumen en Carlien Dirkse van den Heuvel.

Belangrijk, maar niet essentieel

Beide ploegen verdedigen hun titel, maar dus niet met het sterkst denkbare team – een tactiek die bij de mannenploegen van Duitsland en Australië al langer gangbaar is; de echte prijzen worden verdeeld op het WK en de Spelen. „Als dit de Spelen waren geweest, was iedereen meegegaan”, erkent Caldas. „De World League is belangrijk, maar niet essentieel.”

De geboren Argentijn, die in India de kans geeft aan spelers als Joep de Mol (Oranje Zwart) en Bjorn Kellerman (Kampong), bekijkt het graag vanuit een breder perspectief. „Dit toernooi geeft andere spelers de kans om te acteren als leiders. Daar wordt de hele groep beter van. Het is een duurzaam proces: wat ga je doen als iemand wegvalt, geblesseerd raakt? Ik vind dat andere spelers zich moeten ontwikkelen.”

En dus heeft Bloemendaler Hofman, net vader geworden, wat extra tijd voor zijn gezin, tikt Kemperman (Kampong) opgetogen tweets vanuit Sydney en zit diens ploegmakker De Wijn in de bibliotheek achter zijn bedrijfskundeboeken. De Wijn geeft toe dat hij „een dubbel gevoel” had toen Caldas hem vertelde dat hij de World League moest overslaan. „Natuurlijk vind ik het jammer, maar met het grote plaatje in het achterhoofd is dit wel een betere beslissing. Je hebt nooit een keer een rustpauze. En ik heb een achterstand opgelopen met een studie. In de aanloop naar Rio hoop ik helemaal vrij te zijn in mijn hoofd.”

Dat is precies wat Caldas voor ogen had. Fysiek kunnen ze het allemaal best aan, zegt hij. „Jongens als Kemperman en De Wijn, de twee fitste spelers van Kampong, kunnen makkelijk elke week spelen. Maar het gaat er niet om dat ze makkelijk spelen, het gaat erom dat ze goed spelen. Rust is een belangrijke voorwaarde voor trainen. Daar valt ook een studie onder, vader worden, andere dingen meemaken. Het is belangrijk dat bepaalde dingen, op weg naar Rio, afgevinkt zijn.”

Annan, net een paar weken bondscoach als opvolgster van Sjoerd Marijne, speelde zelf jaren op het hoogste niveau voor Australië en heeft een even indrukwekkende staat van dienst als Paumen. Zij weet wat het is om af en toe een pauze in te lassen. „Dit zijn speelsters die elke week worden beoordeeld en veroordeeld. Daar wil ik ze even uithalen”, zegt Annan, onderweg naar haar eerste toernooi met de regerend olympisch en wereldkampioen.

Misschien boksen of yoga

Aanvoerster Paumen grijpt het met beide handen aan. „Ik heb niet vaak de kans gehad om even op adem te komen.” De laatste keer dat ze een belangrijke wedstrijd miste was in 2007, de EK-finale in Manchester, nadat ze haar kruisbanden had gescheurd. Een jaar later werd ze in Beijing voor het eerst olympisch kampioen. „Ik ga de komende weken wel wat trainen, maar effe niks met hockey. Misschien wat boksen of yoga. Ik ga een paar dagen met mijn moeder weg, een paar dagen met een vriendinnetje. Gewoon even heel andere dingen doen.”

Paumen is niet bang dat ‘haar’ ploeg zal lijden onder haar afwezigheid. De ‘reservecorner’, van Caia van Maasakker, is van hoog niveau. „Het zijn allemaal goeie hockeysters, daar maak ik me helemaal geen zorgen om.”

Andere spelers verantwoordelijkheid geven hoort bij de ontwikkeling van de nationale hockeyploegen, weet Caldas, die met de Nederlandse vrouwen goud won op de Spelen van Londen (2012) en op het WK in Den Haag (2014). „Ook met de vrouwen heb ik geen enkele keer hetzelfde team meegenomen. Bij de mannen was altijd het excuus dat het verschil tussen Jong Oranje en het Nederlands elftal te groot is. Maar het is heel simpel: als je die spelers nooit de kans geeft, wordt de kloof alleen maar groter.”