Professor, moet ik scheiden?

Een Amerikaanse psychologiehoogleraar heeft een Lieve-Lita-rubriek in zakenkrant The Wall Street Journal: „De briefschrijvers willen niet horen wat ik vind dat ze moeten doen, ze willen weten hoe ze erover moeten nadenken.”

Foto Gregg Segal/Corbis Outline

Dan Ariely is op tournee. Al jaren, eigenlijk. „Toen in 2008 mijn eerste boek uitkwam”, zegt de Amerikaanse psychologiehoogleraar aan het ontbijt in een hotel in Amsterdam-Zuidoost, „werd gedragseconomie net heel populair en raakten ook bedrijven en overheden geïnteresseerd.” In dat boek, Predictably Irrational, beschreef hij hoe mensen zich in hun gedrag meestal laten leiden door emoties en niet-rationele ideeën – op een voorspelbare manier. „Ik dacht: de opwinding daarover gaat een half jaar duren. Maar het gaat maar door. En ik voel me nog steeds verantwoordelijk om die sociaal-wetenschappelijke kennis te verspreiden. Ik hoop dat dat mensen helpt een gelukkiger, productiever, eerlijker leven te leiden. Ik hoop dat mensen dan minder fouten maken, zoals te veel eten, te weinig sparen. De meeste tragedies in ons leven creëren we zelf.”

Ariely was eerder deze week even in Amsterdam voor een bijeenkomst met PharmAccess, een non-profitorganisatie die gezondheidszorg in Afrika wil bevorderen. PharmAccess werd in 2001 opgericht door hiv-onderzoeker Joep Lange, die vorig jaar omkwam als passagier op vlucht MH17. Ariely werkt gratis voor hen. Daarvoor was hij in Ierland om mensen van software-start-ups een workshop gedragsverandering te geven, en inmiddels is hij weer door naar het Verenigd Koninkrijk, waar hij allerlei lezingen moet geven. Onder meer over zijn nieuwe boek Irrationally Yours, net vertaald als Ariely weet raad, een bundeling van stukken uit de adviesrubriek die hij heeft in de Wall Street Journal.

Om maar meteen met een vraag om advies te beginnen: u bent een druk man, heeft u een goede timemanagement-tip?

„Nee. Ik ben daar heel slecht in. Ik slaap niet veel, ik werk heel hard, ik doe niet veel anders. Ik kán ook altijd werken, sommige mensen kunnen zich er niet altijd toe zetten. En het helpt dat ik zo veel verschillende dingen doe: als ik ergens geen zin in heb, kan ik iets anders kiezen. Ook werk ik alleen met mensen die ik aardig vind: de no asshole rule. Veel mensen met wie ik werk hebben weleens bij me gelogeerd. Soms stop ik met projecten als ik erachter kom dat ik de mensen toch niet aardig vind.”

Heeft u nog tijd om zelf onderzoek te doen?

„Ik heb een lab met twintig mensen. Ik heb al lang zelf geen data meer geanalyseerd, maar we bespreken de experimenten uitgebreid. Die zijn tegenwoordig meestal toegepast: hoe zorg je ervoor dat zieke mensen hun medicijnen innemen, dat arme mensen sparen? Naar dat laatste hebben we net een project in Kenia afgerond, met tienduizenden proefpersonen.”

En, hoe zorg je ervoor dat arme mensen sparen?

„We werkten samen met een bank en met M-Pesa, een dienst waarmee mensen geld kunnen overmaken via sms. Zo konden mensen makkelijk spaargeld inleggen, maar om geld op te nemen moesten ze eerst met de bus naar de stad. Dat hielp al. Een wekelijkse herinnering per sms hielp nog meer. Een bonus van 10 of 20 procent als ze spaarden hielp nóg meer, vooral als mensen die bonus al aan het begin van de week kregen en gedreigd werd dat die weer werd afgepakt als ze die week niet spaarden – loss aversion. De hoogte van de bonus maakte niet uit. En het meeste hielp het als mensen op een munt de nummers van de week moesten wegkrassen met een mes om aan te geven of ze gespaard hadden. Dat ze zo’n fysieke herinnering in huis hadden liggen.”

Hoe kwam u ertoe een probleempjesrubriek te beginnen?

„Mensen vragen mij vaak om advies, vaak mensen die zwaargewond zijn geraakt.” Ariely liep zelf als tiener bij een ongeluk derdegraads brandwonden over 70 procent van zijn lichaam op. „Die vragen zijn vaak moeilijk en persoonlijk: laatst vroeg een jongen die verlamd was geraakt me of hij zelfmoord moest plegen. Maar af en toe krijg ik ook vragen die voor meer mensen interessant zijn, bijvoorbeeld over oneerlijk gedrag. Die begon ik te beantwoorden op mijn blog. En daarna gaf de Wall Street Journal me een tweewekelijkse rubriek.”

Zijn de vragen allemaal echt?

„Ja.”

Ik kan me niet voorstellen ooit naar een krant te schrijven om te vragen of ik mijn partner moet verlaten. Waarom doen mensen dat?

„Een vriend aan wie je advies vraagt, kent de details van je leven heel goed. Het prettige van sociale wetenschap is dat je een stap terugdoet en naar de principes kijkt. Ik denk dat mensen dat willen. Ze willen niet horen wat ik vind dat ze moeten doen, ze willen weten hoe ze erover moeten nadenken.” Ariely schreef aan deze vragensteller dat mensen geneigd zijn voor comfort en veiligheid te kiezen, terwijl risico’s nemen en experimenteren vaak beter is.

Hoe gaat u te werk bij het beantwoorden van de vragen?

„Ik ga op zoek naar het patroon achter de vraag. Dat is erg leuk om te doen. Soms duurt het lang voordat ik eruit ben. Iemand vroeg me bijvoorbeeld: moet ik me slecht voelen als ik fantaseer over een ander tijdens de seks met mijn partner? Eerst dacht ik eraan om die vraag te beantwoorden aan de hand van verschillende religies: in het katholicisme kunnen gedachten zondig zijn, in het jodendom niet. Toen dacht ik aan onderzoek waaruit blijkt dat mensen denken dat hun dagdromen meer over hun diepste zelf zeggen dan hun andere gedachten, omdat je die laatste kunt beïnvloeden. Maar dat gaat weer niet genoeg over deze situatie. Ik dacht ook aan eerlijkheid, want wat is het erge, dat je deze fantasieën hebt of dat je vriendin het niet weet? En hoe kun je het dan het beste vertellen? Ik ben er nog niet uit. Maar dat geeft niet, ik krijg toch meer vragen dan ik kan beantwoorden.”