Praten met de ander maakt iets minder bang

In het project Ondergronds praten senioren in de metro met Amsterdammers. „We moeten elkaar meer vriendelijk groeten.”

Tijdens het project Ondergronds gaan senioren in gesprek met Amsterdammers tijdens een metroritje. foto Dingena Mol

Het is gemakkelijk om in je eigen leefwereldje te blijven hangen. Om te praten met uitsluitend gelijksgezinden. Juist in de grote stad. Er leven zoveel mensen dat elkaar aankijken of begroeten onbegonnen werk is. Maar daar kleeft een gevaar aan. Dat zeggen althans Julien Thomas en Manon Veldhuis, die samen ‘Ondergronds’ oprichtten: een serie van 74 gecureerde gesprekken tussen Amsterdammers en senioren in de rijdende metro. Met hun project wonnen ze een startkapitaal van Knowledge Mile Boiling, een wedstrijd in goede ideeën voor de stad. Thomas: „Het gevaar is dat verhalen en contact zoek raken. Zo ontstaat angst voor de ander – die nu extra groot is door de terreuraanslagen.”

Deelnemers – die zich konden opgeven via de website ondergronds.org – stappen op bij de Wibautstraat, de senioren een halte later. De verslaggeefster kruipt ook in de huid van deelnemer. Het is best even spannend als de metro op Amstel stopt en de nog onbekende ouderen instappen. Net een blind date. Er zijn geen regels en vastgelegde gespreksonderwerpen. Deelnemers beslissen zelf waar ze over willen praten. Maar wat nou als er niks te bespreken valt? Karina (70), kunstenares, lijkt geen last van zenuwen te hebben. Om haar hoofd is een blauwe doek gewikkeld, een soort tulband, in dezelfde kleur als haar ogen. Ze vertelt dat ze direct enthousiast was toen ze gevraagd werd. Ze helpt wel vaker in haar buurt en dat van die angst voor de ander herkent ze maar al te goed. Was dat vroeger anders? „De geschiedenis herhaalt zich helaas”, zegt ze. „Mensen hebben altijd een vijand nodig.”

Is zij zelf nooit bang? „Heus wel”, zegt ze terwijl de metro stopt en nieuwe passagiers instappen. „Ik ben ook maar een mens. Maar ik probeer mijn denken altijd te bevragen. En als ik terugkijk op mijn leven was mijn angst maar zes keer terecht.” We zouden elkaar meer met vriendelijke ogen moeten groeten, tipt ze. Daarmee geef je de ander het gevoel dat zij of hij welkom is. „En het kost niets.”

Het project kan met elke groep mensen worden uitgevoerd, maar de eerste keer wilden Thomas en Veldhuis – beiden bijna 30 – met senioren werken. „Onze leeftijdsgenoten zijn veel bezig met uiterlijk en carrière maken. Het leek ons goed om daar ouderen tegenover te zetten.” Die groep groeit hard in Amsterdam. Nu wonen er 97.534 65-plussers, naar verwachting is dit aantal in 2040 gegroeid tot 159.000. Veldhuis en Thomas denken dat zij vaak vergeten worden, terwijl ouderen veel kennis in huis hebben.

Karina zegt dat ook te voelen.„Mensen zeggen: ‘Ach mevrouwtje’, en ‘Begrijpt u dat wel?’. Ze zien rimpels en hebben een vooroordeel. Maar in mijn hoofd ben ik geen bejaarde.”

Bart Luppes (23) maakte ook een metroritje met een vreemde. Achteraf lacht hij blij en zegt: „Ik ben verrast hoe makkelijk het is om met een onbekende te praten.” Hij had over het project gelezen en zich meteen aangemeld. „Dit zou iedereen moeten doen.”

Uiteindelijk moet het project zichzelf runnen en hoeven de oprichters niet meer te cureren. „We hebben de website zo gebouwd dat deze tegelijkertijd in verschillende steden kan worden gebruikt.” Zelf voeren ze het liefst nu een serie in Rotterdam uit. En een met vluchtelingen.

Het project in Amsterdam loopt nog tot en met dit weekend.