Partijcongressen: feestje excentriekelingen of toch niet?

Voor de buitenstaander lijken congressen vooral een feestje voor partijapparatsjiks en excentriekelingen uit de achterban. Maar is dat zo?

De SP kiest vandaag of zijn partijcongres een nieuwe voorzitter. Foto ANP / Remko de Waal

Vandaag is het Supercongresdag. De VVD houdt ‘najaarsvergadering’ in Rotterdam, de SP komt bijeen in Utrecht. Daar kiezen de socialisten een nieuwe voorzitter, als opvolger van partijkopstuk Jan Marijnissen. Voor de buitenstaander lijken congressen vooral een feestje voor partijapparatsjiks en excentriekelingen uit de achterban. Maar de politiek journalist leert er veel over de aard en het humeur van een partij. De eigenaardigheden van zes partijen op een rij.

PvdA

Bij de PvdA krijgen gewone leden flink de ruimte. Dat betekent: veel en lange betogen van gewone leden. De laatste jaren gaan die vooral over het ‘neo-liberale’ kabinetsbeleid en de vreselijke verkiezingsnederlagen van de partij. Of over heel andere zaken, zoals een mevrouw die klaagde dat de stoelen op de eerste rij alleen gereserveerd zijn voor Kamerleden en ministers en niet voor gewone leden. Toen vicepremier Lodewijk Asscher haar vervolgens zijn stoel aanbood, weigerde ze. Eén geëngageerd lid, Gerard Bosman uit Ridderkerk, werd onlangs bij een partijbijeenkomst in Utrecht zó boos dat hij met lichte dwang van het podium verwijderd moest worden. Hij dreigde vicefractievoorzitter Martijn van Dam naar de keel te vliegen.

Paradoxaal genoeg vertaalt die ruimte voor de leden zich bij de PvdA zelden in echte invloed. Als puntje bij paaltje komt, krijgt de partijtop meestal zijn zin. Zoals begin dit jaar, toen de partijleden – nét aan, dat wel – instemden met een gedeeltelijke beperking van de vrije artsenkeuze. Uitzondering was een partijcongres in 2013, toen de leden partijleider Samsom in overweldigende meerderheid sommeerden de strafbaarstelling van illegaliteit uit het regeerakkoord te halen. Samsom weigerde, wat hem op boegeroep kwam te staan.

De speech van Samsom op het congres van 2013:

VVD

Bij de VVD zijn partijcongressen een heel ander verhaal. Het humeur is altijd goed, ook in moeilijke tijden. Het programma is kort en de inspraak van de leden beperkt. Liberalen willen lachen, goed nieuws horen en dan snel aan het bier. De VVD is nu eenmaal geen debatpartij. Op een congres in Amsterdam, een jaar geleden, bleek bij een elektronische peiling dat 73 procent van de aanwezigen naar het congres was gekomen ,,om te netwerken”.

Een vast ritueel op een VVD-congres is de speech van Mark Rutte. De premier heeft daarvoor een vaste vorm: hij wandelt heen en weer over podium, microfoon in de hand, en spreekt uit de losse pols, met veel kwinkslagen. Meestal is de inhoud van die toespraak voorspelbaar: Rutte spreekt over belastingverlaging, hardwerkende Nederlanders en de zegeningen van een kabinet met de VVD. Maar bij het laatste congres, dit voorjaar, verraste hij iedereen met een verhaal over normen en waarden (de ‘dikke ik’). Zou er vandaag weer zoiets op het programma staan?

De speech van Rutte met daarin de ‘dikke ik’:

SP

De Socialistische Partij congresseert niet een of twee keer per jaar, zoals de meeste partijen, maar alleen als er een aanleiding is. Vandaag is die aanleiding evident: er moet een nieuwe partijvoorzitter gekozen worden. Jan Marijnissen zwaait na 27 jaar af. Wordt hij opgevolgd door vakbondsman Ron Meyer of door Kamerlid Sharon Gesthuizen?

De congrescultuur van de SP vormt een wonderlijk mengsel van VVD en PvdA. Er zijn veel geëngageerde, kritisch-linkse leden. Toch is de sfeer gedisciplineerd. SP’ers vinden de eenheid in hun partij belangrijker dan openbare discussies op het scherpst van de snede. Als het partijbestuur iets voorstelt, dan zal het wel goed zijn – dat is de mentaliteit van veel SP’ers. Dat zal vandaag vermoedelijk ook zichtbaar zijn bij de voorzittersverkiezing: Meyer heeft de steun van bestuur en zal dus hoogstwaarschijnlijk winnen.

CDA

Ten tijde van de samenwerking met de PVV leken CDA-congressen erg op die van de PvdA. Er was voortdurend gedonder tussen de partijtop en de kritische achterban, bijvoorbeeld over de jonge asielzoeker Mauro. De meest opmerkelijke vertoning van verdeeldheid was het formatiecongres van 2010, toen eenderde van de leden zich na een dag gepassioneerd debat tegen samenwerking met Wilders keerde. Herinnert u zich Camiel Eurlings nog?

Bekijk hier de toespraak van Camiel Eurlings:

Sinds het CDA in de oppositie zit en de eendracht hervonden heeft, zijn de congressen ook weer zoals vroeger: de sfeer is goed, de nieuwswaarde beperkt. Een grote klok op het podium herinnert insprekers aan hun tijdslimiet – al houdt niet iedereen zich eraan. Opvallend: de laatste jaren komen nauwelijks oud-bewindslieden naar het congres. Er zijn vooral veel jonge mannen in jasjes die druk aan het netwerken zijn.

D66

Hetzelfde geldt eigenlijk voor D66. In de jaren van regeringsverantwoordelijkheid (Paars en de eerste kabinetten-Balkenende) waren de congressen van de democraten getormenteerde bijeenkomsten. Moeten we wel doorgaan met deze coalitie? Laten we ons niet te veel piepelen door de grote partijen? Is ons profiel niet veel te bleek? In dat soort moeilijke discussies gaf het machtswoord van oprichter Hans van Mierlo vaak de doorslag – ook al was hij al jaren weg.

Sinds D66 onder Alexander Pechtold bloeit in de oppositie zijn congressen een stuk vrolijker. De partijvoorzitter kan iedere keer weer nieuwe ledenaanwas bekend maken (‘als enige partij in Nederland’), de zaal zit vol jonge, hoogopgeleide jongens en meisjes. Erg veel debat is er niet, maar het zelfvertrouwen is groot genoeg om humorist Diederik Smit (De Speld) uit te nodigen voor een optreden, die vervolgens grappen maakt als: „Ik vind de D66-ministers wel erg onzichtbaar in de media.”

GroenLinks

Bij GroenLinks is een partijcongres vaak een parade van excentrieke voorstellen. De leden van de partij zijn nu eenmaal nóg progressiever, groener en politiek correcter dan de partijtop – en dat is te merken ook. Hoewel partijcongressen al volledig vegetarisch zijn (voor de lunch: broodjes met kaas en bietensalade), diende jongerenclub Dwars in februari dit jaar een motie in die vlees en vis op álle GroenLinks-bijeenkomsten zou verbieden. (Het voorstel werd met een krappe meerderheid verworpen)

Ook het gender-argument doet het goed bij GroenLinks. Zo werd Tineke Strik op hetzelfde congres gekozen als lijsttrekker voor de Eerste Kamerverkiezingen: ze hield de leden voor dat de partij al door drie mannen geleid wordt. Haar (mannelijke) tegenstander Ruard Ganzevoort had het nakijken, ook al probeerde hij nog even de seksuele voorkeurskaart te spelen: „Misschien helpt het dat ik homo ben?”