Column

Onze weerbaarheid als lof van de onzuiverheid

Een weekend lang lege straten en angstige blikken. Meer militairen, agenten en andere veiligheidsmannetjes op straat dan ooit. Een scherper oor voor straatgeluiden. Bij een sirene de gedachte: is er iets gebeurd? Helikoptergeronk één wijk verderop: hé, gaan ze er op af? Wat de inwoners van Brussel dezer dagen meemaakten was ongekend: een lichte vorm van oorlogsstemming. Een lichte vorm, maar wel oorlogsstemming. Op klein, alledaags niveau begon je iets te voelen en begrijpen van wat het leven in een echte oorlog moet zijn, zoals in 1940-45 in Nederland of vandaag in Syrië: luchtalarm en schuilkelders, de zichtbare zwaardmacht van de staat, angst en gewenning eraan. Ook deze lichte vorm bracht voor Brusselaars al nieuwe dilemma’s: wel of niet de metro nemen, kinderen toch nog een dagje thuis? Ook was er de tegenbeweging, zoals de Facebookpagina met cafés en restaurants die zich niet lieten intimideren, onder het motto ‘Sorry we’re open’.

Als het een oorlogsstemming is, waar en wie is dan de vijand? In Raqqa of in Molenbeek? Dat maakt nogal verschil. Tegen een vijand in Raqqa, hoofdkwartier van de protostaat IS, kun je de oorlog verklaren; president Hollande kwam er dichtbij. Maar wat met een jihadist in Molenbeek of Saint-Denis? Is dat een gewapende agent van een vreemde mogendheid? Nee, bijna alle Parijse aanslagplegers hadden een Frans of Belgisch paspoort. Een burgeroorlog dan? Ook niet echt, vanwege die link met hoofdkwartier Raqqa. Onze traditionele categorieën van oorlog en vrede passen niet op dit conflict. De ervaring met het extreem-links terrorisme uit de Koude Oorlog komt er het dichtst bij: ook een ideologische en gewapende strijd die zich weinig aantrok van de grens tussen binnen en buiten. Abdelhamid Abaaoud en Salah Abdeslam als RAF-terroristen Andreas Baader en Ulrike Meinhof? Het ongewone van de situatie maakt de juridische en constitutionele inkadering lastig. Hollande riep meteen de noodtoestand uit, bekrachtigd en al met drie maanden verlengd door het Franse parlement. Een noodtoestand gaat minder ver dan ‘staat van oorlog’; deze tussenvorm kennen de Fransen sinds de Algerijnse dekolonisatiestrijd. De staat geeft zich tijdelijk extra rechten en schort bepaalde burgerlijke vrijheden op. In België gebeurde dat niet. Het dreigingsniveau voor Brussel ging weliswaar omhoog tot 4, maar dat betreft de ernst van de diagnose, niet de opties voor de respons. Ook de Belgische overheid heeft extra hard opgetreden, wellicht tot over de rand van de formele bevoegdheden, maar heeft zichzelf daartoe niet gemachtigd.

Het jihadisme, al decennia een grote politieke kracht, laat zich niet invoegen in het diplomatieke verkeer tussen soevereine staten. Het verwerpt twee grondbeginselen van het ‘Westfaalse’ stelsel dat we sinds 1648 kennen, aldus de oude strateeg Henry Kissinger in World Order (2014). Ten eerste zijn staten voor zuivere islamisten wereldlijk en dus niet legitiem, tenzij als tussenstap richting een grotere religieuze eenheid. Ten tweede verwerpen zij het beginsel van non-interferentie in andermans binnenlandse zaken, want nationale loyaliteiten leiden af van het ware geloof. Zuiverheid, niet stabiliteit, is het leidend beginsel van de jihadistendoctrine. Wat wij daartegenover zetten? Onzuiverheid. Iedereen denkt maar en roept maar en doet maar en krioelt maar door elkaar heen. De heerlijke rommeligheid van de publieke ruimte. De Parijse jihadisten schoten niet op zakenlui of politici (zoals de antikapitalistische RAF) maar op de openbaarheid zelf: op de terrassen, voetbalwedstrijden, concerten; op het openbaar vervoer en de markten. Democratische weerbaarheid is ook: de lof van de onzuiverheid zingen.