OESO: agrarische sector in Nederland kan beter

Een internationaal rapport over Nederlandse landbouw stelt dat de regering meer moet doen aan de regeldruk.

Het midden- en kleinbedrijf in de landbouwsector heeft nog steeds moeite om kapitaal aan te trekken en procedures van de overheid om daarbij te helpen, zouden minder ingewikkeld moeten zijn. Daarbij kunnen kleinere agrarische bedrijven niet profiteren van belastingvoordelen die innovatie moeten stimuleren. Dat stelt de internationale Organisatie voor Economische Samenwerking (OESO) in een gisteren gepubliceerd rapport over de Nederlandse agrarische sector.

De OESO adviseert de Nederlandse regering onder andere om meer flexibiliteit te creëren op de arbeidsmarkt. Ook zou de regering private investeringen in de sector beter kunnen stimuleren door de kosten te minimaliseren en het systeem van belastingvoordeel te herzien. Ondanks hervormingen, schrijft de OESO, blijft de regelgeving voor agrarische ondernemers „relatief complex en duur”. Bovendien zou de regering duidelijker richting kunnen geven aan innovatief onderzoek in de landbouwsector, met een langetermijnvisie waarin ook rekening wordt gehouden met uitdagingen als klimaatverandering.

Ook lof

De OESO heeft ook lof voor het Nederlandse landbouw- en innovatiebeleid, en voor de sector zelf. De sector is over het algemeen innovatief en productief, en het Nederlandse beleid is in het algemeen gunstig voor investeringen en innovatie. De onderzoeksagenda’s zijn vraaggestuurd, de markten zijn competitief en de infrastructuur en het onderwijs zijn van hoge kwaliteit.

Met een totale omzet van 73 miljard euro is ‘Agri & Food’ een van de grootste sectoren van de Nederlandse economie. In het kader van het zogeheten topsectorenbeleid is 1 miljard euro geïnvesteerd in onderzoek en innovatie, waarvan 55 procent gefinancierd wordt door private partijen.

„Nederland is koploper op agrogebied”, zei staatssecretaris Martijn van Dam (Landbouw, PvdA) gisteren nadat hij het OESO-rapport in ontvangst had genomen. Hij zei ook: „De OESO merkt terecht op dat onze landbouwsector voor grote uitdagingen staat. De komende drie decennia heeft de wereld 50 tot 70 procent meer voedsel nodig. Tegelijkertijd moet de kwaliteit omhoog en moeten we het milieu en de natuurlijke hulpbronnen sparen. Dat kan alleen als we met volle kracht blijven innoveren.”