Mag er dan niets meer geheim blijven? Nee dus

Eigenlijk had ik dit adres liever voor mezelf gehouden. Waarom moeten we altijd alles delen, mag er dan niets meer geheim blijven? Nee dus. Pension Homeland. Een restaurant, bar (binnenkort met eigen gebrouwen bier) en hotel op het voormalige Marineterrein, pal aan historisch water. Denk aan de VOC-vloot, de Admiraliteit, Michiel de Ruyter en een tijdje later – en nu nog steeds – het Scheepvaartmuseum. In dit pand woonden voorheen officieren, in de longroom dronken ze een biertje, aten ze een hapje, maakten ze een dansje.

De ruimte straalt een gemak, een vertrouwdheid uit waar elke designer jaloers op zal zijn. Er is vast wel een serieuze professional aan te pas gekomen, maar het lijkt nergens bedacht, opgedirkt, hip of aanstellerig. Homeland is kortgezegd huiselijk. En vanzelfsprekend hoort daar ook een knapperend haardvuur bij (en in de zomer een riant terras).

De ontvangst bij Homeland is buitengewoon vriendelijk en we nemen goedgemutst ons aperitief (een goed glas Chenin, 5,-) aan de bar. Eenmaal aan tafel krijgen we een kleine menukaart, een A4’tje met keuze uit drie voor-, hoofd- en nagerechten en een dagmenu. De dame in de bediening geeft uitgebreid tekst en uitleg en prima wijnadvies… dit heet gastvrijheid en dat is fijn. We kiezen voor het dagmenu (34,50) met gepocheerd ei op parelgort met paddenstoel en radicchio, kalfssucade met hete bliksem en ricottacheesecake met chocoladebodem en bramensaus en van de kaart wilde waddenoesters gestoomd met snijbiet, chorizo en kruiden hollandaise (11,50); hert Wellington met hertenworstje, bloemspruiten, aardappelmousseline en wildjus (23,50); en pastinaak-witte chocoladeganache met gepocheerde peer en chocoladecrumble (8,50). We laten, terwijl het kraanwater op tafel komt, alvast de wijn ontkurken: een koele pinot noir uit de Elzas (buiten de kaart om, 27,95 euro per fles). Ze hebben niet veel, maar wel lekkere wijnen in huis en die zijn nog betaalbaar ook.

Het ei op parelgort met paddenstoelen is heerlijk, precies goed gepocheerd (da’s nog echt wel een kunstje), de paddenstoelen geven subtiel smaak aan de parelgort die mooi al dente is en de radicchio zorgt voor het bittere. De waddenoesters zijn werkelijk woest lekker, subtiel gestoomd, en smaakvol door het pittige van de chorizo, het krokante van de snijbiet en het romig-zure van de hollandaisesaus. Er wordt, grappig, geroosterd Engels muffinbrood bij geserveerd. De sucade is mals, niet kapot gestoofd maar mooi rosé en uitstekend van smaak, en de hete bliksem doet denken aan vroeger. Wanneer aten we voor het laatst gestampte aardappels met appel? Het moet zijn geweest toen onze oma’s nog leefden, héél lang geleden. Bij het hert is de zoutpot uitgeschoten. Het boterkorstje, zo’n korstje hoort bij Wellington, is weliswaar lekker krokant, maar de jus is bremzout, jammer. Het worstje is perfect, de jeneverbessen geven veel smaak mee. De aardappelmousseline is zacht en romig, zoals het hoort, allemaal heel lekker.

Dan komen de toetjes. Pastinaak is een opmerkelijk ingrediënt in een dessert, maar het werkt goed met de witte chocola, gepocheerde peer en chocoladecrumble. Helaas wordt het enthousiasme bij de cheesecake getemperd, want die is vooral melig, de crumble neigt naar bitter en de peer heeft nog een restje klokhuis. Alleen de bramensaus komt door de keuring. Patisserie en desserts, het blijven zorgenkindjes in de Nederlandse horeca. Maar ach, we hebben een mooie eetavond achter de rug, het maakt ons vergevingsgezind.

Homeland heeft een prettig, evenwichtig interieur en, constateren we ten slotte, ook het eten is dat: evenwichtig, hier en daar gedurfd, best stoer en heel prettig. Er wordt niet eindeloos geprutst met schuimpjes, gels en mousses… je krijgt hier gewoon een goed bord eten. En dat is, hoe eenvoudig het ook klinkt, iets wat Amsterdam echt nodig had. Wat is het hier lekker, leuk, warm en gezellig!

Home is where the heart is. Homeland ook.