Limburgse VVD is hoogstverbaasd over eigen partij

De eigenzinnige VVD in Limburg heeft een zware tijd achter de rug. Nu wil ‘Den Haag’ de afdeling ook nog invloed afnemen.

Premier Rutte in mei op het voorjaarscongres van de VVD in Arnhem. Foto ANP / Martijn Beekman.

„Ongehoord. Dat je het überhaupt kan verzinnen.” Het voorstel van het landelijk bestuur van de VVD om de achttien kamercentrales te laten fuseren tot zeven regio’s verbijstert John Aarts, wethouder in Maastricht. „Het is zo strijdig met ons liberale DNA. Dat centralisme en dirigisme past niet bij de VVD. Het past wel bij een tendens die ik al langer zie: hier komen uitleggen wat ze daarboven hebben verzonnen, in plaats van de leden vragen wat ze aan ideeën hebben in te brengen.”  

De VVD-leden bespreken zaterdag tijdens het najaarscongres in Rotterdam de voorstellen van het hoofdbestuur voor een nieuwe organisatie. Het moet opener, efficiënter, professioneler. Vandaar ook die indeling met zeven regio’s. Maar in het land heerst vrees voor de bedilzucht van het partijbureau. Willen ze daar niet gewoon meer grip op de VVD?

Zeker uit streken met een sterke regionale trots kan het hoofdbestuur rekenen op weerspannigheid. Zo probeert de kamercentrale Limburg te voorkomen dat ze met die van Brabant en Zeeland één regio Zuid moet gaan vormen.

De eigenzinnige VVD in Limburg heeft een zware tijd achter de rug. Het Roermondse stemmenkanon Jos van Rey werd middelpunt van een corruptieaffaire. Prominenten als staatssecretaris Frans Weekers en Kamerlid Mark Verheijen sneuvelden. Onno Hoes, de burgemeester van Maastricht, besloot op te stappen na herhaald rumoer over zijn privégedragingen.

„Veel tegenslagen”, geeft ook Peter de Koning, voorzitter van de kamercentrale Limburg, toe. „Maar we hebben de problemen overwonnen. Dan zeg ik: never change a winning team.”

Limburg is een asperge

De Koning is niet tegen modernisering. „Maar kijk eerst wat er moet gebeuren en pas dan eventueel de organisatie aan. Zorg voor draagvlak, probeer niet alles topdown te regelen.”

De Koning is in het dagelijks leven burgemeester van Gennep, in het uiterste noorden van de provincie. „Ik vergelijk Limburg altijd met een asperge. Gennep ligt in de kop daarvan. Dat is het lekkerste stuk”, lacht hij. De provinciehoofdstad ligt ver weg. „120 à 125 kilometer. Gouda en Schiphol zijn even dichtbij.” En toch koestert hij met zijn Limburgse achterban de bestaande kamercentrale. „We kennen elkaar. We kennen de onderwerpen. Je gebied valt samen met het werkterrein van je Statenfractie. En de Limburgse VVD heeft zijn eigen sfeer: minder zakelijk, meer het gevoel van gezellig onder elkaar zijn.”

Het landelijk bestuur wil ook dat plaatselijke afdelingen opgaan in lokale netwerken. Jack van Oppen, fractievoorzitter van de VVD in Limburg, ziet wel efficiencywinst door fusies. „Hier in de Parkstad [oostelijk Zuid-Limburg] zijn we al vrijwillig met vijf afdelingen samengegaan. Dat maakt je slagvaardiger, zorgt dat je goede mensen kunt krijgen. Plaatselijk blijf je gewoon je eigen zaken bepalen. Wie er wethouder wordt en zo.”

Op regioniveau zou het precies zo kunnen werken, denkt Van Oppen. „Tegelijkertijd: wat gebeurt er als de Brabantse en Zeeuwse vertegenwoordigers straks ergens voor zijn en de Limburgse tegen? De provinciale stem dreigt zo verloren te gaan. En wat heb je met elkaars onderwerpen? In Zeeland gaat het over thema’s die met de zee te maken hebben. Hier in Zuid-Limburg bijvoorbeeld over de problemen die een regio met zes kilometer grens met de rest van Nederland en 220 kilometer grens met het buitenland opleveren.”

Ze maken structuren kapot

De Maastrichtse wethouder Aarts vindt dat doel en middelen niet op elkaar aansluiten. „Het landelijk VVD-bestuur zegt een open netwerkcultuur na te streven, maar in feite maken ze fijnmazige structuren kapot. Wanneer je kamercentrales samenvoegt tot regio’s, worden fysieke afstanden groter. De kans dat leden de mensen in zo’n regiobestuur nog kennen, wordt een stuk kleiner. Er wordt vanuit het hoofdbestuur ook een karikatuur geschetst; alsof iedereen nu alleen maar met een paar man in een café zit te vergaderen. En als dat is wat een afdeling wil, laat het dan zo zijn.”

Respect voor de basis, wil Aarts. Hij verbaast zich ook over het voorstel dat het landelijk bestuur over kandidatenlijsten voor Eerste en Tweede Kamer gaat als niet 50 procent van de leden plus een zich daarover heeft uitgesproken. „Is dat democratie? Stel je voor dat de regering zo zou gaan redeneren bij verkiezingen waar de opkomst lager is dan 50 procent.”