Kenia’s badkamer komt droog te staan

Het Mauwoud in Kenia houdt het water niet langer vast. Ontbossing bedreigt de theecultuur.

Oost-Afrika kampt met de klimatologische gevolgen van ontbossing. Bomen worden gekapt voor houtskool, zoals aan het Victoriameer in Oeganda, of voor de landbouw, zoals in het Maugebergte (onder). Foto’s Kate Holt, Geert van Kesteren/Magnum Photos

Zijn gakkende ganzen vluchten weg voor het water dat wild uit de gehavende bossen stroomt. „Vroeger, mijnheer,” wijst de oude boer Alfred Soi naar het Maugebergte boven, „vroeger waarschuwden de stamouderen ons dat vernietiging van het woud tot vernietiging van het leven leidt. Waarom kunnen politici dat niet zien? Ik zou hen willen treffen met een vloek.”

Het gewest Kericho, in het zuidwesten van het land, is de voornaamste theezone van Kenia. Op de glooiende heuvels plukken honderden arbeiders aan de struiken. Een wagen met bungelende jutezakken baant zich een weg door de modder de helling af, waarna in de valleien de waar wordt gewogen. In de eetkiosken van de stad Kericho drinkt iedereen thee. Bijna een eeuw geleden stichtten de kolonisten hier de eerste plantages, want de zone aan de voet van het gebergte bleek daarvoor ideaal. Thee werd het groene goud van Kenia. Maar hoelang nog?

Thee is Kenia’s belangrijkste exportproduct. Het land is de derde exporteur ter wereld, met twee miljoen Kenianen werkzaam in de sector. Samson Kamunya is onderdirecteur van het Tea Research Institute iets buiten de stad. „De theevarianten van een halve eeuw geleden groeien niet meer. Als we niet ingrijpen, bestaat er rond het Maugebergte binnenkort geen thee meer. De productie neemt nu al af”, vertelt hij. Zijn instituut neemt elk jaar een temperatuurstijging waar van rond de 0,2 graad, en ontwikkelt daarom nieuwe theeplanten. „Het klimaat is onvoorspelbaar geworden. Voor het eerst maken we vorst mee en droogtes. Daar hadden we nog nooit van gehoord.”

Onmisbaar ecosysteem

„De badkamer van Kenia”, heet Kericho in de volksmond. Want rond het Mauwoud bleef het altijd regenen, bijna iedere dag. Opstijgende hete lucht van het Victoriameer botst er tegen de bossen in de bergen, waar de regen van de opgebroken wolken wordt opgeslagen in de sponzige grond. Het woud laat het water langzaam wegstromen in meer dan tien rivieren. Die rivieren voeden zes meren, waaronder het Victoriameer, de bron van de Witte Nijl. Kortom: het Maugebergte is een onmisbaar ecologisch systeem voor Oost-Afrika en daarachter.

De bomen van vijfhonderd jaar oud, de voor het zonlicht ondoordringbare laag van gebladerte, ze leken onveranderlijk. Maar nu staat de badkamer soms droog. En een volgende keer loopt hij helemaal onder. Door boskap houdt het gebergte het water niet meer vast en spuugt het als een razende, bruine golf naar beneden. Begin dit jaar had Kericho te weinig water, nu wordt het – ongebruikelijk voor het jaargetijde – overspoeld.

Paul Kiprono Chepkwony is gouverneur van het gewest Kericho, een van de 47 districten die ontstonden toen Kenia drie jaar geleden bestuurlijk werd opgedeeld.

„Er heerste orde in en rond het woud”, herinnert hij zich uit zijn jeugd. Zijn ouders behoorden tot de clan van het luipaard. Jaagde hij op een wilde bok in het gebied van een andere clan, dan moest hij speciale toestemming vragen. „Dat was traditioneel bestuur”, zegt hij met verheven stem. „En nu?”, gaat hij geagiteerd verder. „Nu komen politici uit de hoofdstad Nairobi ons bosland stelen. Het zijn niet de plaatselijke bewoners die het woud vernietigen.”

Land is in Kenia een middel van politieke patronage. In de koloniale tijd pikten de blanken de 20 procent meest vruchtbare grond in. Beloftes voor een eerlijker landverdeling werden na de onafhankelijkheid de grond in geboord door landjepik van de politieke elite. Met een verdriedubbeling van de Keniase bevolking in dertig jaar, tot ruim boven de 40 miljoen, is de landbouwgrond nu vrijwel op. Daarom weken inhalige politici uit naar de wouden en de waterwingebieden.

Al jaren hadden politici aan de bossen van het Maugebergte geknabbeld toen ze in 2011 aan de grootste diefstal begonnen. De toenmalige president Daniel arap Moi (1978-2002) knipte 67.000 hectare af van de 400.000 hectare die het officieel beschermde Maugebergte groot was. Hij vestigde er een theeplantage voor zijn familie en gaf akkertjes aan zijn aanhangers en stamgenoten. Landbezit is politiek en politiek is stammenstrijd. Dus toen de volgende regering dit door de overheid gesanctioneerde landjepik probeerde terug te draaien, ontstonden tribale spanningen. Want de nieuwe regering bestond uit een andere stammencoalitie.

Toegang voor mensen verboden

De diefstal door Moi en andere politici van zijn tribale groep werd niet teruggedraaid. Dat ligt te gevoelig. Door deze roverijen ging eenderde van het oorspronkelijke woud veloren. De huidige president Uhuru Kenyatta trok onlangs wel een duidelijke lijn: in het resterende oorspronkelijke woud is iedere menselijke aanwezigheid voortaan verboden. „De situatie heeft zich een beetje gestabiliseerd”, vertelt gouverneur Chepkwony. Met de opdeling van Kenia in gewesten kregen plaatselijke overheden invloed om het milieu te beschermen, maar de wouden vallen onder de regering in Nairobi. Toch zegt Chepkwony stoer: „Ik verzeker u dat zolang ik gouverneur ben er geen bosland meer verloren gaat.”

Onder leiding van het Nederlandse Initiatief Duurzame Handel gingen alle belanghebbenden samenwerken: de theemultinationals, de kleine theeboeren, drie gouverneurs en de overheidsorganisatie voor de bescherming van wilde dieren. Door de uitdroging van het wildpark Maasai Mara en de overstromingen en landverschuivingen van de afgelopen weken, waardoor mensen en vee zijn verdronken, twijfelt niemand er meer aan dat zich een milieuramp voltrekt.

Maar woorden leiden niet vanzelf tot daden. Dat wordt duidelijk op een werkbijeenkomst van boswachters en dierenbeschermers bij Kericho. Het woud valt nauwelijks te controleren, illegale houtkappers zijn er onzichtbaar, als mieren in mos. „Op een dag doken ze plots op uit het bos”, vertelt een boswachter. „Met oorlogskreten wilden de illegalen ons verdrijven, om bomen te kappen voor houtskool, of om er vee te hoeden.”

„Dan meld je dat toch bij een plaatselijke bestuurder?”, werpt een ander tegen. „Die hoort jullie te beschermen.”

„Maar het is allemaal zo gepolitiseerd”, zegt een wildwachter. „Bij de ene bestuurder kun je wel terecht als je illegalen betrapt, maar een andere neemt het voor hen op om geen politieke aanhang te verliezen.”

„Aha”, zegt een boswachter. „Nu spreken we de taal van het bos. Dit is de werkelijkheid. Namelijk dat nog lang niet iedereen meewerkt. Ik arresteerde een beruchte illegaal. Maar een rechter liet hem vrij en ik ontving een doodsbedreiging per sms.” Alle aanwezigen besluiten tot een nieuwe actie volgende maand om duizenden illegalen uit het bos te verdrijven.