Kasper van Kooten charmant in ‘Bonte Avond’

Kasper van Kooten zingt een nummer van de Dolly Dots, in zijn eentje rennend langs zes zangmicrofoons, in een flets getint topje, kort rokje en fluorescerende beenwarmers. Maar al gauw onderbreekt hij zichzelf. „’t Is een bijzonder matig begin”, zegt Kasper van Kooten.

En dan begint zijn verhaal – hoe hij in 1984 op een schoolavond de Dolly Dots nadeed, samen met vijf vrienden, en hoe geen van die vijf anderen voor een podiumcarrière heeft gekozen. Hij is de enige die nu nog op het toneel staat.

Vier jaar geleden verraste Van Kooten met Het wonderlijke leven van Jackie Fontanel, een niet eerder vertoonde kruising van documentaire en fictie in een cabaretvorm. Twee jaar geleden kwam de zouteloze deceptie Karakters , waarin verschillende personages een stuurloos bestaan kregen. En nu keert hij in Bonte Avond terug in de rol van de cabaretier die optreedt als zichzelf. Al speelt de vormgeving ook ditmaal een opvallende rol. Met zijn beweeglijke lijf en dito stemgebruik is Van Kooten geen stand-upcomedian op een kaal toneel en afgetrapte gympies. Hij is een theaterman, die vindt dat er ook iets te zien moet zijn.

De herinneringen aan die vijf schoolvrienden vormen de rode draad in Bonte Avond. Ze zijn voor Van Kooten de aanleiding voor in fleurige formuleringen opgedist jeugdsentiment (radiopiraten, platenwinkels, cassettedecks, Tjolk banaan!) en mild-ironische kanttekeningen bij de huidige hightech. Daaruit vloeit ook een gave overpeinzing voort over de vraag hoe particuliere gedachten in deze tijd nog geheim kunnen blijven.

Maar ook maakt hij ruimte voor minder relevante scènes die de voorstelling overvol maken. Zoals een te lange tirade tegen lui die samen met hun idool op de foto willen gaan. En het overdadige beatbox-gebruik dat weliswaar zijn muzikale virtuositeit illustreert, maar weinig aan zijn verhalen toevoegt.

Samen met zijn vaste regisseur Titus Tiel Groenestege heeft Kasper van Kooten zodoende een programma gemaakt dat het vorige goeddeels doet vergeten. Nu hij weer terug is in een veel minder strakke vorm, schept hij bovendien veel meer armslag om zijn charme en zijn makkelijke contact met de zaal uit te buiten.

En de finale maakt het verhaal mooi rond. Zo teder als hij hun hit Love me just a little bit more zingt, zo heeft het bij de echte Dolly Dots nooit geklonken.