Falen in Parijs, dat is pas echt duur

Subsidies voor fossiele brandstoffen kosten tien miljoen dollar per minuut. Schaf ze af en de uitstoot zakt al met 20 procent, schrijft Pieter Pauw.

DEN HAAG, 2013 - Actievoerders van Greenpeace en Milieudefensie ontvangen onderhandelaars van het Nationaal Energieakkoord met een haag van zonnepanelen bij het SER-gebouw, waar de besprekingen worden gehouden.

Het Internationaal Energie Agentschap meent dat er tot 2030 wereldwijd 16,5 biljoen dollar geïnvesteerd moet worden in de energiesector om gevaarlijke klimaatverandering te voorkomen. Ook daarna zijn grote investeringen nodig: aan het einde van eeuw moet de wereld van haar olieverslaving af zijn. Daarnaast zijn honderden miljarden per jaar nodig voor aanpassing aan de gevolgen van klimaatverandering. Ieder land moet maatregelen nemen – geïndustrialiseerd of niet, groot of klein, oliestaat of eiland. Maar wie gaat dat betalen?

Het goede nieuws: de plannen liggen al op tafel. Als onderdeel van de klimaatonderhandelingen hebben tot nog toe bijna 170 landen hun beoogde klimaatambities gepubliceerd. De analyse daarvan laat zien: als al deze plannen volledig worden omgezet, zal de wereldwijde temperatuur niet met 4°C stijgen, zoals gevreesd, maar slechts met 2,7 °C. Daarmee komt de internationale afspraak van maximaal 2 °C stijging in zicht. Het slechte nieuws: veel landen stellen financiering door een industrieland als voorwaarde voor het uitvoeren van hun plannen. De industrielanden hebben ‘klimaatfinanciering’ toegezegd als steun aan ontwikkelingslanden – 100 miljard dollar per jaar vanaf 2020. Zonder geld van industrielanden geen maatregelen in ontwikkelingslanden. En dat heeft consequenties: als landen als India en Indonesië hun uitstoot niet verminderen, hebben de VS er ook weinig zin in.

Er moeten dus miljarden op tafel gelegd worden, ook door Nederland. Naast de binnenlandse kosten (het energieakkoord), wil Nederland per jaar 1,2 miljard bijdragen aan de eerder genoemde 100 miljard dollar klimaatfinanciering. Veel geld – maar geen hoge prijs.

Ten eerste heeft investeren in het klimaat positieve neveneffecten. Zo zorgt een verbetering van de luchtkwaliteit voor lagere kosten in de gezondheidszorg. China investeert miljarden in duurzame energie om zo ook de luchtkwaliteit in de steden te verbeteren. Ten tweede zijn de kosten van het tegengaan van klimaatverandering steeds lager geworden. Zonne-energie is bijvoorbeeld 80 procent goedkoper geworden. En volgens Bloomberg New Energy Finance kan stroom uit wind en zon nu al goedkoper geproduceerd worden dan stroom uit kolen of gas. Ten derde staan industrielanden er niet langer alleen voor. China deed een toezegging van 3,1 miljard dollar voor klimaatinvesteringen in andere ontwikkelingslanden. Ook de private sector investeert. Ten vierde is er genoeg geld beschikbaar. Zo rekent het IMF voor dat subsidies voor fossiele brandstoffen dit jaar 5,3 biljoen dollar kosten. Dat is tien miljoen per minuut – hoe lang leest u al? Volgens het IMF verlaagt het stopzetten van zulke subsidies de uitstoot met 20 procent, waardoor klimaatverandering tegengaan veel goedkoper wordt.

Het gaat minder om geld en meer om het stellen van prioriteiten. Nu maatregelen nemen kost weliswaar veel geld, maar niets doen of later investeren is volgens onderzoek nog veel duurder.

Kortom: er is heel veel klimaatfinanciering nodig voor een overeenkomst in Parijs, en Nederland moet verantwoordelijkheid dragen en daar een grote bijdrage aan leveren. De prijs is immers relatief laag. Falen in Parijs – dat zou ons pas echt duur komen te staan.

Lees ook: 'Vergaat de wereld? Wel als je zo denkt'