Bestrijding terrorisme begint bij definitie en tribunaal

Al sinds 1937 wordt er gesproken over een tribunaal tegen terrorisme. Clingendael-expert Bibi van Ginkel vindt dat we nu moeten doorpakken.

OLDENZAAL - Een 'arrestant' wordt afgevoerd tijdens een gezamenlijke oefening van Duitse en Nederlandse speciale eenheden. Foto ANP / Evert Jan Daniels

Terwijl Parijs rouwde, er een klopjacht plaatsvond op mogelijke daders en handlangers, wraakbombardementen werden uitgevoerd door de Fransen op Raqqa, sprak Den Haag over de mogelijkheid tot de oprichting van een Internationaal Straftribunaal voor Terrorisme.

Dit initiatief komt van Spanje en Roemenië, en sinds het voorjaar van 2015 wordt er ook intensief met Nederland over dit voorstel gesproken. Het is een oud idee dat al van voor de Tweede Wereldoorlog stamt, en opnieuw wordt afgestoft.

In 1937 werd er ook reeds zo’n voorstel gedaan in combinatie met het aannemen van een alomvattend verdrag tegen terrorisme. Het initiatief strandde vanwege het gebrek aan consensus ten aanzien van de internationale definitie van terrorisme. Ook in de jaren direct na de aanslagen van 9/11 werd er opnieuw met dit idee gespeeld, maar opnieuw bleek het belang van staten om flexibiliteit te behouden ten aanzien van een definitie groter.

Deze flexibiliteit geeft immers ruimte om je eigen beleid vorm te geven, en dat is precies het probleem van de internationale strijd tegen terrorisme. Veel staten hebben meer of minder misbruik gemaakt van het gebrek aan internationale begrenzing aan hun handelen door een duidelijke juridische definitie. Politieke tegenstanders konden daardoor het stempel ‘terrorist’ opgeplakt krijgen, en ruime definities zorgden voor veel ‘collateral damage’ van beleid omdat personen en organisaties verdacht werden gemaakt zonder dat daar concreet bewijs voor was. Guantánamo Bay is slechts een van de vele uitwassen van deze vrije politiek. Dit heeft de legitimiteit en de effectiviteit van de strijd tegen terrorisme geen goed gedaan.

Voor het oprichten van een internationaal tribunaal tegen terrorisme zal de internationale gemeenschap het daarom eens moeten worden over een juridische definitie. De vraag is of dit lukt. Het proces zal sowieso lang en ingewikkeld zijn, zeker als oprichting per verdrag zal moeten plaatsvinden. Er is ook een optie om een dergelijk tribunaal per Veiligheidsraad-resolutie op te richten. Dat is weliswaar veel sneller en direct bindend voor staten, maar zal niet dezelfde legitimiteit hebben als een permanent tribunaal dat door soevereine staten is opgericht. De derde optie betreft de uitbreiding van de rechtsmacht van het Internationaal Strafhof. Probleem in dat laatste geval is dat belangrijke staten in de strijd tegen terrorisme, waaronder de Verenigde Staten, geen partij zijn bij het Internationaal Strafhof.

De juridische aanpak van terrorisme is uiteraard veruit te prefereren boven de militaire aanpak. Het biedt de kans het probleem te depolitiseren en biedt bovendien bij uitstek een podium om de waarden van de rechtstaat voor het voetlicht te brengen. Een internationaal tribunaal biedt een dergelijk onpartijdig en deskundig podium.

Naast de kwestie van de definitie, is echter tevens de vraag hoe de rechtsmacht van een dergelijk tribunaal zich zal verhouden tot de rechtsmacht van nationale rechtbanken die terroristen willen vervolgen. Zou bijvoorbeeld de Verenigde Staten Osama bin Laden aan een internationaal tribunaal hebben overgedragen voor berechting? Of Frankrijk Abaaoud?

Ondanks alle bezwaren en moeilijkheden die de oprichting van een dergelijk tribunaal met zich mee zal brengen, is het echter wel goed dat dit initiatief er ligt en het de discussie opnieuw op gang brengt over een definitie van terrorisme.

Het symbolisch belang van een Internationaal Tribunaal tegen Terrorisme is niet te onderschatten. Maar nog belangrijker is dat een consensus ten aanzien van de definitie zal voorkomen dat excessen kunnen plaatsvinden in de strijd tegen terrorisme, en dat de samenwerking op het gebied van opsporing en vervolging zal worden versterkt.

Lees ook: 'Aanslagen Parijs vragen om Europees leger'