Drie geloven op één expo

In Den Haag maken drie kunstenaars van verschillende religieuze achtergronden samen een expositie.

V.l.n.r.: Gijs Frieling, Chaim van Luit en Hamid El Kanbouhi overleggen, staand voor het werkEX: 3, nr 1 (uit 2013) van Chaim van Luit.

Kunstenaar Chaim van Luit staat tegenover zijn werk EX:3, Nr 1: verschillende neonbuizen vormen een cirkel van rood licht. Het werk symboliseert het brandende braambos, vertelt Van Luit. Een religieus werk dus. „Mijn eerste gedachte was om met die neonlampen een cirkel te vormen”, zegt Van Luit. „Pas later maakte ik de link met het braambos.”

Toch is het niet toevallig dat juist Van Luit (30) die connectie maakt. Hij is acht keer in Israël geweest. Zijn vader achtendertig keer. Vroeger reden ze maandelijks vanuit hun woonplaats Heerlen naar Amsterdam om daar de synagoge te bezoeken. Onderweg stopten ze bij Tweede Wereldoorlogmonumenten. Thuis werden alle joodse feestdagen gevierd.

Van Luit: „Het zit in mij, dat joodse geloof, ik ben ermee opgegroeid. Dat dit terugkomt in mijn werk is onvermijdelijk.”

In galerie Nest in Den Haag is Van Luit met kunstenaars Gijs Frieling en Hamid El Kanbouhi bezig een tentoonstelling over religie op te bouwen. De drie kunstenaars hebben ieder een eigen ruimte toebedeeld gekregen waar zij het onderwerp verbeelden.

Van Luit is niet de enige met een braambos: Frieling is van plan een groot mozaïek te maken van dezelfde bijbelse vertelling. In het geval van Frieling is dat een voorstudie voor een mozaïek dat in de kathedraal van Haren moet komen.

Voor Gijs Frieling (59) is religieuze kunst niets nieuws. Hij is van huis uit christelijk en geloof heeft altijd een rol gespeeld in zijn werk. Zou hij zichzelf een religieus schilder noemen? „Alleen als ik daadwerkelijk religieus werk maak”, zegt Frieling. Hij pleit voor een concrete benadering van religieus werk: zijn het onderwerp en de context religieus, dan is het werk religieus, anders niet. Dat vage gepraat over ‘religieuze sfeer’ bij kunst – daar kan hij zich nogal aan ergeren. „Ik schilder naast religieus werk ook tuinen. Bij zo’n schilderij denken ze vaak dat ik het paradijs wil uitbeelden. Prima hoor, maar het is gewoon een tuin.” Een tijd geleden besloot Frieling alleen nog religieus werk te maken in religieuze context. In een kerk of bij deze tentoonstelling in Nest.

In de ruimte van El Kanbouhi (39) liggen papieren vellen met aquareltekeningen verspreid over de grond. Eén laat een IS-strijder zien, lachend, met een afgehakt hoofd in zijn hand. Een ander het ritueel slachten van een schaap – een verwijzing naar het verhaal van Abraham en Isaac, vertelt El Kanbouhi. „Ik vind het moeilijk om die twee beelden naast elkaar te zien”, zegt hij. In het verhaal van Abraham en Isaac ziet hij liefde. Ja, ook agressie, maar agressie met een doel, agressie uit geloof en bovendien agressie met een goede afloop.

„De agressie van zo’n IS-strijder heeft niets meer met geloof te maken. Dat is onpersoonlijke agressie, agressie om de agressie.”

Die geloven vertellen hetzelfde

El Kanbouhi werd in Marokko geboren en verhuisde op zijn negentiende naar Nederland. Hij is opgegroeid met de islam, spreekt vloeiend Arabisch, leest de Koran. „Maar ik lees ook de Bijbel en de Tora”, zegt hij. „En wat je dan ziet, is dat al die geloven eigenlijk hetzelfde verhaal vertellen.”

Naast de IS-strijder ligt een schildering van Adam en Eva met afgedekte gezichten en Arabische teksten op hun lichamen geschilderd. „In deze tentoonstelling wil ik de toeschouwer laten nadenken over de overeenkomsten tussen de drie geloven”, zegt El Kanbouhi. „Op de kleine verschillen wordt al veel te veel gefocust.”

In de ruimte van Van Luit is naast het neon braambos werk over de Tweede Wereldoorlog te zien. Voor het werk 930 °C liep hij dagenlang met een metaaldetector door de Duitse Eifel, waar tijdens de oorlog veel gevechten plaatsvonden. Met behulp van de detector haalde hij van alles naar boven: granaatscherven, kogels, knopen, gespen. Die objecten smolt hij om tot een afgietsel van de deurknop van zijn voordeur. Waarom een deurknop? „Ik wilde iets maken wat een tegenstelling vormt met oorlog. Die deurknop staat voor een deur die dichtkan en daarmee voor veiligheid, privacy.”

Ook krabde hij in Duitse bunkers de witte verf van de muur om daarmee effen, witte schilderijen te maken. De doeken – vijftien in totaal – dragen namen als Dix, Otto. Sonnenaufgang en Mondriaan, Piet. Farbige Aufteilung: namen van entartete kunstwerken.

De vraag die rest: geloven de mannen? Frieling is stellig: „Jazeker.” El Kanbouhi: „Ik kan alleen geloven als ik ook kan twijfelen”, zegt hij. „Ik zou niet kunnen geloven in één waarheid, in één God.” Van Luit zegt niet te geloven. „Als kind had ik al twijfels. Hoe zit het dan met de dino’s, vroeg ik aan mijn ouders. Waar staan die in de Tora?” Die twijfels groeiden uit tot ongeloof. „Het rammelde uiteindelijk gewoon te veel.”

„Ik weet niet of ik dat zo makkelijk gezegd had als mijn vader nog leefde”, voegt Van Luit toe. Zijn vader overleed onlangs. „Zelfs nu krijg ik het gevoel dat hij meekijkt terwijl ik zoiets zeg. Dat is het moeilijke van religie. Het idee dat alles wat je doet wordt genoteerd. Door mijn vader dan. Of toch door God.”