Column

De slinger van de leerfabrieken

Kampioen fuseren werd Bert Zweers 25 jaar geleden genoemd. Als eerste schoolleider van Nederland had hij vier noodlijdende scholen samengevoegd tot het Dollard College in Winschoten. De brede scholengemeenschap telde 2.500 leerlingen. „Fuseren”, zei Zweers in 1992 tegen onderwijsredacteur Sjoerd de Jong van deze krant, „was de enige manier om in de regio een breed onderwijsaanbod te handhaven”. Het platteland van Oost-Groningen ontvolkte.  

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @juttachorus)

Bert Zweers was het toonbeeld van de bevlogen schoolleider ten tijde van het derde kabinet-Lubbers, toen de PvdA de minister én de staatssecretaris van Onderwijs leverde. Toen beleidsbrieven vol stonden met woorden als ‘schaalvergroting’ en ‘brede school’.

Toen moest het groot zijn, nu mag het niet meer. Nergens gaat de slinger zo snel heen en weer als in het onderwijs. Minister Bussemaker beklaagde zich in een brief aan de Tweede Kamer (waarin ze 51 keer ‘ik’ schrijft) over „het onbehagen van studenten, ouders, docenten en bedrijfsleven over grote mbo-scholen”. Waar dat onbehagen uit blijkt, vermeldt ze niet. Wel schrijft ze dat de ‘leerfabrieken’ ontmanteld moeten worden. Want, schrijft ze, „in regio’s als Limburg en Groningen zal het aantal studenten naar verwachting de komende tien jaar met circa 30 procent dalen”. 

„Dan moet je juist úítbreiden”, zegt Bert Zweers nu, „anders kun je je school wel sluiten.” Hij is inmiddels 72 jaar en spreekt nog altijd over de ‘kinderen’ als hij het over zijn leerlingen heeft. Zijn motto was: „Klein wat klein kan, groot wat groot moet.” Waarbij hij met ‘klein’ het onderwijs bedoelde en met ‘groot’ de organisatie daarvan. Hij heeft zelfs destijds de Belangengroep Brede Scholen opgericht om te voorkomen dat met de komst van een nieuw kabinet een andere wind zou gaan waaien.

Sinds de komst van Pim Fortuyn in de politiek is in Nederland ‘klein’ synoniem geworden voor ‘goed’, en ‘groot’ voor ‘slecht’. En minister Bussemaker neemt die populistische redenering over in haar beleid, vindt Zweers. „Tja, zo los je een onderwijsprobleem niet op.”

Het echte probleem is volgens hem de megalomane ego-cultuur onder bestuurders in het onderwijs. „Ze zijn grote gebouwen gaan neerzetten en kregen hoge salarissen. ‘Kijk eens wat ik presteer.’ Terwijl het er om gaat of de leerlingen gelukkig naar school gaan en slagen.”

De vader van Bert Zweers was rector van de Dalton in Den Haag. Een dromerig jarendertiggebouw aan de rand van de wijk Bohemen, waar ik opgroeide. Toen Bert er zelf naar de hbs ging, was het net een lyceum geworden. Kees van Kooten zat in zijn jaar, op het gymnasium. Wim de Bie zat een paar jaar hoger bij zijn broer in de klas. „Mijn vader streefde ook naar een brede school”, zegt hij. „We waren er gelukkig.”