Papier prikken is dwangarbeid

De Rotterdamse aanpak van bijstandsgerechtigden heeft nationale navolging gevonden. Ten onrechte, vindt Marjolein van der Linden.

 Foto Bas Czerwinski / ANP

Er dwarrelt altijd wel ergens een plastic zak op straat. Meestal een doorzichtig of blauw zakje. Die raap ik als eerste op, als ik de stoep ga schoonmaken. Handschoenen aan en een prikstok in mijn hand. Na tien minuten heb ik een zak vol. Servetjes, plastic flesjes, lege sigarettendoosjes, zakjes en ander rondslingerend afval.

Sinds ik vorig jaar mijn baan ben kwijtgeraakt, heb ik tijd over. En aanspraak: „wat loop jij nou te doen? Komt de Roteb niet ofzo?” Ik loop zo ongeveer eens per week mijn eigen straat door. Omdat ik op z’n Rotterdams gezegd een pleurishekel heb aan al die rotzooi. Eigen initiatief. Niemand die dat van me vraagt.

Dat doet de gemeente wel. Aan bijstandsgerechtigden. Tegenprestatie noemen ze dat hier in Rotterdam. Sinds vorige maand weet ik er alles van. Ik zat op rij 3 in de Arminiuskerk toen de nieuwe documentaire van Suzanne Raes en Monique Lesterhuis werd vertoond: De Tegenprestatie, over de Rotterdamse aanpak van de bijstandsuitkering. Staatssecretaris Jet Klijnsma, wethouder Maarten Struijvenberg en journalist Rutger Bregman debatteerden over de vraag of papier prikken als tegenprestatie voor je uitkering een goed idee is.

Ik ging er uit belangstelling naar toe, benieuwd naar de visie van de gemeente. En om te begrijpen waarom die mensen in oranje hesjes, met vuilniszak en prikstok, zelf niet een betere tegenprestatie hadden kunnen bedenken dan papier prikken. Het ziet eruit of ze een taakstraf hebben. Altijd gebogen hoofden en een opzichter erbij, in een groen hesje, commanderend waar ze nog moeten rapen.

Welke competenties en vaardigheden je hebt en welke mogelijkheden je ziet, is hier in Rotterdam kennelijk opeens niet belangrijk meer. Als je al een bijstandsuitkering durft aan te vragen en die wordt je toegekend, blijk je opeens zwakbegaafd en onbetrouwbaar. Dat is het gevoel dat bleef hangen na het zien van de documentaire.

De gemeente ondersteunt de bijstandsgerechtigde helemaal niet bij het zoeken van betaald werk. Kort houden en repressie, dát zijn de vangrails van het systeem. De filmbeelden spreken voor zich. De uitkeringsverstrekker maakt ‘samen’ afspraken met je. En overhoort in het volgende gesprek of jij je wel hebt gehouden aan die afspraken: „Het staat er toch duidelijk op mijn beeldscherm.” Je sollicitaties niet uitgeprint bij je in een map? Dan is de ambtenaar helaas genoodzaakt een maatregel te nemen; een korting van 30 procent. Je sollicitaties laten zien op een Ipad? Telt niet. Wie print er tegenwoordig nog een toegangsbewijs uit voor het theater? Je pakt je mobiel en nadat de streepjescode is gescand ga je genieten van een fijne avond.

Ik had geen fijne avond. Ik zat me kapot te schamen voor mijn eigen stad. De visie van de gemeente is het equivalent van cijfers. „Het werkt dus!” Wethouder Struijvenberg (Leefbaar), met wie ik na het debat stond te praten, vertelde me dat het aantal mensen dat een bijstandsuitkering aanvraagt, is gedaald.

„Ok”, zei ik, „ik begrijp dat de gemeente vraagt om iets terug te doen voor de uitkering. Snap ik. En als ik nu zelf met een voorstel kom voor een zinvolle tegenprestatie? Die maatschappelijk verantwoord is en waarmee ik een bijdrage lever aan het welzijn van burgers? Budgetmaatje, muziekles geven aan kinderen in een AZC ofzo? Ik ga ervan uit dat dat bespreekbaar is met de gemeente?” Uit het debat van deze avond was me dat niet duidelijk geworden. Ik ben verrast door de reactie van de wethouder van de stad van handen uit de mouwen. „Natuurlijk mag je dat doen, maar niet in de plaats van het 8 uur prikken per week. Dat is zinvol werk. En je hebt nog 148 uur over om vrijwilligerswerk te doen.” Ook al levert mijn tegenprestatie mij meer kans op een betaalde baan dan het prikken voor de gemeente?” vraag ik verbaasd. Hetzelfde antwoord: „Het werkt, dat is gebleken.”

Je baan verliezen is je opnieuw leren verhouden tot wie je bent. Dat is niet gemakkelijk. De wereld ziet er heel anders uit. Geen collega’s meer, geen geintjes. Zelf een structuur in je week creëren. Vaker struikelen over rotzooi in je eigen straat. Niet meer tevreden thuis komen na een dag werken. En al helemaal niet in Rotterdam. Waar de tegenprestatie niet betekent iets terug doen voor je uitkering. Het blijkt simpelweg een taakstraf.