Bakkie troost zonder vragen te stellen

Vandaag begint de zaak tegen 44 fans die zich in Rome misdroegen. In de bar bij de rechtbank komen alle partijen op adem.

De uitbaters leren veel mensen echt kennen. „Zaken kunnen soms jaren duren.” Foto Robin Utrecht

Het kloppend hart van de rechtspraak in Rotterdam bevindt zich pal achter de ingang van het gerechtsgebouw. Het is een koffietentje dat luistert naar de naam The smell of coffee with a human touch. Hier scoren rechters een snelle espresso voor hun eerste zitting begint, ontmoeten advocaten hun cliënten en halen gedaagden een bakkie troost. Barbara en Kareshma zorgen er voor de koffie. En de ‘human touch’. „Als ze gewonnen hebben dan is de fooi hoger.”

„Soms hebben ze hun toga nog aan. Als ze haast hebben.” Barbara schuimt de melk op voor de cappuccino die zojuist bij haar aan de bar besteld is. „Advocaten herken je aan hun trolleys. Van die rolkoffertjes met alle dossiers erin. Ze nemen altijd heel veel mee.” Behoedzaam schenkt ze de melkschuim in de espresso zodat zich een bruin omrand hartje vormt. „Soms herken je ze ook aan hoe ze praten” , vervolgt ze. „Als ze veel dure woorden gebruikt dan zal ‘t wel een rechter zijn.”

De houten vloer en de pastelkleurige stoelen en mintgroene tafeltjes geven het tentje een huiselijke sfeer. Op de houten bar staan kaasbroodjes, appelflappen en gevulde koeken uitgestald. Naast de kassa twee mandjes met croissants. Op de muur hangen briefjes. ‘Graag bestellen aan de bar. We komen uw bestelling bij u brengen.’ „Dat hebben we opgehangen omdat mensen vaak lang zitten te wachten”, legt Kareshma uit. „Dan loop je zes keer naar zo’n tafeltje toe en zeggen ze steeds ‘nee, ik wacht nog op mijn advocaat’.”

„Ik ken ze meer van gezicht dan van naam, de mensen die hier komen”, zegt Barbara. „En ik weet ook niet altijd wat ze zijn. Advocaat, rechter, griffier”, somt ze op. „Wel weet ik wat ze drinken.” Geroutineerd droogt ze de koffielepeltjes af. „Soms zie ik ze terug op tv. Dan weet ik het ineens, oh dat is dus een rechter.”

Voogdijzaak

Toch leren ze veel mensen wel echt kennen. „Zaken kunnen soms jaren duren. Dan zie je ze bijna elke week en maken ze een praatje. Zoals die opa en oma die de voogdij wilden over hun kleindochter”, herinnert Barbara zich. „Die zaak duurde vier jaar. Toen ze gewonnen hadden kwamen ze het hier vieren. ‘We hebben gewonnen’ riepen ze. ‘We hebben onze kleindochter!’ En huilen joh, alles kwam eruit, alle ellende.”

Aan de leestafel naast de ingang zit een vrouw te huilen. Haar vriendin troost haar. Of is het haar advocaat? Zonder iets te zeggen zet Kareshma een glaasje water en een servetje naast haar neer. De vrouw merkt het niet op. Haar schouders schokken.

„Mensen die huilen breng je een glaasje water en een servetje”, legt Kareshma uit. „Je vraagt verder nergens naar.” Ze gooit de fruitpers vol met aardbeien en frambozen voor een smoothie. „Daar heb je een oog voor gekregen. Dat hoort erbij. Als ze willen, vertellen ze toch wel hun verhaal. Maar veel is privé. En dat moet ook zo blijven natuurlijk.”

Veel klanten van ‘The smell of coffee’ zijn elegant gekleed. De mannen voornamelijk in pak, sommigen met hippe fel gekleurde schoenen, de dames in jurkje of broekpak met hoge hakken. Maar het uiterlijk zegt niet alles, waarschuwt Barbara. „Je weet nooit wie je in je zaak hebt. Criminelen herken je niet. Mijn moeder zei altijd: pas maar op voor mannen in pak. Die zijn veel gevaarlijker dan gewone mensen.”

Bekende Nederlanders komen hier ook geregeld. „De tijd met Joep van den Nieuwenhuijzen, dat was me een tijd hoor. ’s Ochtends zetten we zijn koffie al klaar. Dan zei hij: vanmiddag komen we lunchen met twintig personen. Dan kwam hij met zijn hele familie. Hij was voor ons een hele lieve man.”

Schuimblokjes

Kareshma wijst naar de hoek waar de leestafel staat. „Hij heeft hier ook zijn persconferentie gedaan. ‘Vinden jullie dat goed?’ Vroeg hij ons. ‘Ik kom hier zo vaak. En het is ook leuk voor de zaak. Voor de naamsbekendheid’.”

„Moszkowicz kwam hier ook heel vaak” herinnert Barbara zich. „Daar gooiden we altijd schuimbokjes naartoe.” Ze lacht. „Van die ouderwetse snoepjes, daar was hij dol op.

Hij maakte ook zijn eigen tafeltje schoon als het erg druk was. Vond hij geen probleem.” Ze veegt de bar met een doekje en vervolgt dromerig: „Ze kunnen zeggen wat ze willen over die man maar voor ons was hij erg lief.”

Klanten in dit tentje hebben vaak wat extra aandacht nodig. De gedaagden, de verdachten, maar ook de advocaten, rechters en officieren van justitie. Bij Barbara en Kareshma kunnen ze rekenen op de ‘human touch’. „Soms zien ze er heel vermoeid uit. Dan hebben ze hele zware zaken. Dat gaat dan niet in je koude kleren zitten. Het zijn ook mensen.”