Loonakkoord onzeker door pensioenpremie

Minister Plasterk (Binnenlandse Zaken, PvdA) kan een financiële tegenvaller tegemoetzien nu de pensioenpremie voor ambtenaren minder lijkt te kunnen dalen dan eerder was aangenomen. Met de premiedaling hoopte de Rijksoverheid een deel van de met bonden overeengekomen loonsverhoging voor ambtenaren te financieren.

De loonsverhoging moet een einde maken aan de nullijn die al jaren geldt voor de 600.000 ambtenaren. Deze zomer is afgesproken dat zij er 5,05 procent loon bij krijgen plus een eenmalige uitkering van 500 euro.

Plasterk betaalt deze verhoging voor ongeveer de helft uit de verwachte premiedaling. Dat was voor vakbond FNV aanleiding zich tegen dit akkoord te keren. Drie kleinere bonden, waaronder het CNV, gingen wel akkoord. Voor de omvang van de premiedaling is Plasterk afhankelijk van het bestuur van pensioenfonds ABP dat autonoom beslist over de premieontwikkeling.

Door de lage rente, de economische situatie en de eisen van toezichthouder DNB besluit het ABP vermoedelijk begin volgend jaar tot een zogeheten hersteltoeslag. Hiermee lijkt het ABP tijd te winnen, waardoor nieuwe onderhandelingen mogelijk een impuls krijgen. Betrokkenen becijferen dat de tegenvaller de komende jaren tot enkele honderden miljoenen zal oplopen. Wie dat voor zijn rekening gaat nemen, is nog niet duidelijk.

Anderen wijzen erop dat een hogere pensioenpremie altijd een tegenvaller voor de werkgever betekent. Ook zonder loonakkoord zou de rekening voor een deel bij de overheid komen; de werkgever betaalt tweederde van de premie.

Het loonakkoord was van meet af aan omstreden. De FNV probeerde tevergeefs via de rechter het akkoord van tafel te krijgen. De bond keerde zich tegen de constructie dat de loonsverhoging gefinancierd wordt via de pensioenregeling: daardoor wordt volgens de bond gekozen voor een hoger loon nu, in ruil voor een lager pensioen later. Betrokken partijen willen niet reageren, omdat ABP nog geen formeel besluit heeft genomen over de premieontwikkeling. Dit wordt deze week verwacht.