Column

Als de NAVO beter had geluisterd naar Poetin

Een scène uit de coulissen van de wereldpolitiek, beschreven door een deelnemer. Plaats van handeling: het kolossale paleis dat de Roemeense dictator Ceausescu liet bouwen in het centrum van Boekarest. Het is april 2008. Uitgerekend in dit pronkstuk van de in 1989 afgezette en geëxecuteerde communistische leider houdt de NAVO een belangrijke top. En voor het eerst woont een Russische president een deel van een NAVO-top bij – Vladimir Poetin. Het loopt niet goed af.

Op een recente bijeenkomst in Den Haag over de blijvend moeizame verhouding tussen Rusland en het Westen vertelde Jaap de Hoop Scheffer, destijds secretaris-generaal van de NAVO, openhartig hoe hij op die top terugkijkt: met grote reserves, en wellicht enige spijt.

Na uitzonderlijk felle onderlinge discussie hadden de staatshoofden en regeringsleiders besloten dat de voormalige Sovjetstaten Oekraïne en Georgië, zo stond in de gezamenlijke verklaring voor de pers, „lid van de NAVO zullen worden”. Wanneer dat kon gebeuren – over enkele jaren, decennia of met sint-juttemis – werd er niet bij gezegd.

Het was een compromis tussen de grote pleitbezorger van hun toetreding, de Amerikaanse president George W. Bush, en regeringsleiders die zich daartegen verzetten, onder aanvoering van Angela Merkel. Poetin, die pas later aanschoof, was altijd fel gekant geweest tegen uitbreiding van de NAVO, en zeker met deze twee landen.

„Dit zal niet gebeuren”, zei de Russische president tegen De Hoop Scheffer. Wat hij precies bedoelde, vroeg de NAVO-chef nog. Maar Poetin antwoordde alleen met een afgemeten: „U leest uw eigen persverklaringen toch wel?”

Ruim zeven jaar later, en na een korte oorlog van Rusland met Georgië (augustus 2008) en een langere met Oekraïne (2014 tot nu) zegt De Hoop Scheffer: „Hebben we toen wel een verstandig besluit genomen? Ik begin eraan te twijfelen.”

De NAVO had eerbare argumenten om de twee landen lidmaatschap in het vooruitzicht te stellen. Landen moeten zelf in vrijheid kunnen beslissen waar ze zich bij willen aansluiten. Daar moet een derde land, Rusland, geen veto over hebben. Maar dat wil nog niet zeggen dat het politiek en strategisch ook verstandig was, realiseert De Hoop Scheffer zich nu.

In een interview met de Volkskrant ging hij zaterdag nog een stapje verder. Sprekend over de stemming in Rusland en de annexatie van de Krim zegt hij: „Ik denk dat we de vernedering hebben onderschat.” Hij wil de acties van Poetin niet rechtvaardigen, maar zegt wel dat „we naar de Russen toe intelligenter [hadden] kunnen opereren”.

In zijn pas verschenen boek De wraak van Poetin schrijft Hubert Smeets dat de Russische president destijds in Boekarest het Westen al heeft gewaarschuwd: als Oekraïne tot de NAVO toetreedt „zou Rusland de Krim en het oosten van Oekraïne weleens kunnen losrukken”. Van toetreding tot de NAVO is het (nog) niet gekomen, maar in 2014 bleek ook het vooruitzicht van een Oekraïens associatieverdrag met de EU voor Poetin al voldoende om zijn oude dreigement uit te voeren.

De top in Boekarest was niet de eerste botsing tussen Rusland en het Westen, en ook zeker niet de laatste. Zou de geschiedenis anders zijn gelopen als de NAVO Rusland in Boekarest tegemoet was gekomen, en niets had beloofd aan Georgië en Oekraïne? Zou Poetin de Oekraïense toenadering tot de EU dan wél hebben gepikt? Zouden de betrekkingen tussen Moskou en het Westen dan nu beter zijn geweest? Dat valt niet te zeggen, maar het lijkt onwaarschijnlijk. De vrijheid van Oekraïne heeft Poetin nooit echt erkend.