Zimmermann kruipt onder je huid in sombere Sjostakovitsj

De Tsjech Jakub Hrusa (34) geldt al geruime tijd als een van de meest opvallende jonge dirigenten. Hrusa, die gisteren een uitstekend debuut maakte voor het Concertgebouworkest, is jong maar in niks ‘pril’. Zijn uitstraling is er een van ouderwets, perfectionistisch vakmanschap, gecombineerd met een robuust fysiek dat meteen een navenant klankbeeld oproept.

Hrusa had het geluk te mogen debuteren in een hem op maat gesneden, goeddeels Tsjechisch programma rondom Janaceks Taras Bulba en delen uit Smetana’s Ma Vlast. In beide toonde hij zich een geboren orkestleider; folkloristisch ronkend maar met behoud van helderheid en zwier.

Het enige wat het predikaat ‘droom-debuut’ overschaduwde was de grandeur van violist Frank Peter Zimmermann, die – aanvankelijk ‘gewoon’ uitmuntend (wat een gradaties aan vibrato en kleur!) – de grenzen van het betamelijke losliet aan het slot van Sjostakovitsj Tweede vioolconcert en daar echt onder je huid kroop. Een fenomenale Bach-encore benam daarna definitief de adem. Hoewel het orkest ook in Taras Bulba indruk maakte met de geschetste bloeddorst, bleef het de avond van Zimmermann. Maar dat Jakub Hrusa een onalledaags talent is met neus voor theater, dat weet het Concertgebouworkest nu óók.