Zielepijn, razernij en waanzin liggen op de loer

Hein van der Heijden en Ilke Paddenburg in Een soort Hades

De onderwereld die de Zweedse toneelschrijver Lars Norén (1944) ons voorspiegelt, is niets minder dan de hel. In Een soort Hades uit 1996 kwellen psychiatrische patiënten elkaar en hun verzorger, zoeken ze genezing van trauma’s maar eigenlijk willen ze niets liever dan veilig en beschut in hun eigen Hades verblijven.

In de regie van Thibaud Delpeut voor Theater Utrecht overheerst een ver doorgevoerd psychologisch realisme, bewonderenswaardig knap en indringend volgehouden. In de kil bemeten ruimte, bestaande uit witte stalen balken, dolen de personages rond, als schimmen. De één praat onophoudelijk, de ander zwijgt, een derde wil dood. Zielepijn, razernij en waanzin liggen op de loer. In 1997 bracht Gerardjan Rijnders bij Toneelgroep Amsterdam een roemruchte versie. Wat nu meer opvalt dan destijds, is dat het stuk vol spanning en geheimen begint maar geleidelijk alle raadsels te nadrukkelijk weggeeft. Norén is een volwaardig freudiaan, die alle zielepijnen verklaart uit seksuele frustraties. Dat geeft iets gedateerds. Delpeut weet zijn acteurs op overtuigende wijze hun verborgen zieleroerselen innerlijk te houden, zonder nadruk. Schitterend zijn Peter Blok en Titus Muizelaar die aan de rand staan van de afgrond die dementie heet. Of Hein van der Heijden als de vader die incest pleegde met zijn weerloze dochter Marie (Ilke Paddenburg): hun dialoog over wel en niet waar is van grote dramatische klasse. Paddenburg acteert perfect het dilemma van het meisje dat houdt van haar vader, hem op handen draagt, en tegelijkertijd door hem voor het leven beschadigd is. Van der Heijden werpt haar voor de voeten dat zij met haar kinderfantasieën zijn leven kapot maakt. Dit is Noréns toneelschrijfkunst in optima forma: waan en werkelijkheid, gevoed met ondertonen van mentale gebrokenheid, zijn nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Ook de rol van Wendell Jaspers als Julia is puntgaaf. „Hoe moet je verder leven na een explosie van gekte”, verzucht ze bij haar entree. Op ontroerende wijze probeert ze het leven van haar personage op orde te krijgen, maar de toeschouwer weet: ze faalt daarin. Haar greep op het leven is ze voorgoed kwijt.