Wijnboeren in Bordeaux profiteren nog van hitte

Warmer weer betekent zoetere wijn. Maar er is een grens. Wijnboeren experimenten al met nieuwe druivensoorten om hogere temperaturen te ondervangen.

Druivenoogst bij Saint-Émilion, in de Bordeaux. Na het plukken (onder) worden de druiven gesorteerd, zoals hier op Château Cheval Blanc (boven).

Ondanks de regen is het vol in de straten van Saint-Émilion. Het middeleeuwse wijnstadje in het hart van de Bordeaux blijft populair bij toeristen uit de hele wereld. Op loopafstand liggen hier, op het beroemde kalkplateau, enkele van de bekendste châteaux. Jaarlijks verdient de regio iets meer dan 4 miljard euro aan de wijnindustrie.

Maar hoelang nog? „De Franse wijnen zijn in gevaar”, waarschuwde Greenpeace een paar jaar geleden in een alarmerend rapport. Doordat het warmer en droger wordt, schuift de grens voor wijnproductie verder op naar het noorden. Aan het eind van deze eeuw, becijferde de milieuorganisatie, liggen de klimatologische omstandigheden waaronder nu bordeauxwijnen gemaakt worden zo’n 1.000 kilometer hoger: in Midden-Engeland of op de Veluwe.

Arnaud d’Arfeuille (34), manager van Château La Serre, moet lachen om de doemprofetieën. „We zullen hier nog vele jaren uitstekende rode wijn maken”, zegt hij in de ontvangstruimte van het kleine wijnbedrijf voor een enorm raam met uitzicht op prachtig herfstgekleurde wijnranken. De jaargang 2015 van zijn grand cru classé is weer „exceptionnel”, zegt hij. „In juli was het warm en droog, maar we hebben genoeg geoogst om onze productie te halen.”

Toch laten de veranderende weersomstandigheden hem niet onberoerd. „Ik heb geen harde bewijzen, maar volgens mij hebben we vaker plotseling heftige onweersbuien met harde regen of hagel.” Die kunnen de hele oogst vernietigen. „Maar daar kun je je natuurlijk tegen verzekeren”, haast hij zich te zeggen. „En aan hogere temperaturen of meer droogte moet je je gewoon aanpassen.”

Dramatische voorspellingen

Dat doet hij nu al in beperkte mate. „Enkele jaren terug knipten we de blaadjes weg om de druiven zo goed mogelijk te laten profiteren van de zon. Tegenwoordig doet onze oenoloog in warme jaren het tegenovergestelde: bladeren kunnen bescherming geven tegen hitte.” Met dat soort kleine trucjes kan Château La Serre zich volgens de jonge manager „aan één of twee graden gemiddelde temperatuurstijging” nog wel aanpassen. „Daarboven wordt lastiger.”

Daarom, concludeerden klimaatonderzoekers in 2013 in het belangrijke Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PNAS, zal in de belangrijkste wijnregio’s wereldwijd de grond die in 2050 geschikt is voor wijnproductie, met liefst 25 tot 73 procent afnemen. Dat zou voor Frankrijk een economische catastrofe zijn. Ze ontvingen meteen een kritische ingezonden brief van een groep wijnwetenschappers uit Bordeaux.

„Die voorspelling is ons wat al te dramatisch”, zegt hoogleraar wijnbouw Kees van Leeuwen van landbouwuniversiteit Bordeaux Sciences Agro. „Wijngebieden worden alleen ongeschikt als je alles bij het oude laat. Maar wijnboeren kunnen zich aanpassen, en dat doen ze nu al om ondanks verschillende zomers een constante kwaliteit te behouden. Over vijftig jaar”, verzekert hij, „kun je in de Bordeaux nog prima wijn verbouwen.”

De Nederlander Van Leeuwen (52) is in Frankrijk een autoriteit op het gebied van de invloed van klimaatverandering op wijn. Al 34 jaar werkt hij in de wijnbouw – een „uit de hand gelopen hobby”, zegt hij. Hij is aan het prestigieuze Château Cheval Blanc verbonden als adviseur, maar hij houdt zich nu in de eerste plaats bezig met de wetenschap. Het door hem gerunde programma Vitadapt poogt wijnboeren oplossingen aan te dragen voor het veranderende klimaat.

Want aanpassingsmogelijkheden zijn er wel degelijk. Te beginnen met de eenvoudigste: eerder oogsten. En dat gebeurt al. „Sinds dertig jaar is het gemiddeld warmer en droger geworden”, zegt Van Leeuwen. „Dat kun je zien aan de wijngaard: we oogsten iets vroeger.”

Maar de vroegere cyclus houdt geen gelijke tred met de oogst. Terwijl druiven zo’n drie weken eerder rijp zijn dan dertig jaar terug, oogsten veel boeren twee weken vroeger, waardoor ze rijper de kelder binnenkomen. „Dat is een kwestie van smaak. Consumenten willen tegenwoordig levensmiddelen die iets zoeter smaken.” Rijpere druiven bevatten meer suiker. Die wordt weliswaar omgezet in alcohol, maar ook alcohol is zoet. „De hogere temperaturen leiden nu dus al tot zoetere wijnen met meer alcohol.”

Gewilde wijnen

En dat vinden de boeren niet erg. „Zij hebben hier in de Bordeaux nu nog vooral profijt van klimaatverandering. Ze maken dankzij de warmere jaren gewildere wijnen.” Ook in voorheen niet erg hoog aangeschreven wijnregio’s, zoals de relatief noordelijke Loire, worden volgens de wijnprofessor nu „spectaculaire” wijnen geproduceerd. „Hoe warmer de streek, hoe eerder klimaatverandering een handicap wordt. Koelere streken kunnen nog jaren voordeel trekken.”

Want er is een ‘bovengrens’. Bij een alcoholpercentage van boven de 14 procent raakt de wijn snel „uit balans”: te zoet, te weinig zuur en aroma’s. Om de rijping op te rekken, hebben de onderzoekers in Bordeaux verschillende mogelijkheden.

Met andere wortelstokken (waarop de druif geënt is) kun je volgens Van Leeuwen ongeveer een week winnen. Binnen de nu gebruikte variëteiten krijg je er een paar dagen bij door via veredeling tot iets later rijpende klonen te komen. En dan zijn er nog de trucjes waar D’Arfeuille (een oud-student van Van Leeuwen) in Saint-Émilion over sprak: het bladoppervlak veranderen, anders opbinden of hogere stammen telen. „Als je dat allemaal doet, hou je de boel in de hand tot 2050”, zegt Van Leeuwen.

Maar het is zaak verder te kijken. De beroepsvereniging van wijnboeren in de Bordeaux waarschuwde eerder dit jaar al dat op termijn de regels voor de ‘AOC’, de Appellations d’Origine Contrôlée, misschien moeten worden verruimd. Nu zijn voor de rode bordeaux zes druivensoorten toegestaan, waarbij de kwetsbare merlot het gangbaarst is. Voorzitter Bernard Farge van de Conseil Interprofessionnel des vins de Bordeaux, pleitte deze zomer tot schrik van veel wijnliefhebbers voor de introductie van later rijpende buitenlandse druiven.

Veel van die soorten groeien nu al op testpercelen achter het gebouw waar Van Leeuwen kantoor houdt, het Institut des Sciences de la Vigne et du Vin. „Kijk hier, de touriga nacional”, wijst hij, wandelend door de zompige wijngaarden in de banlieue van Bordeaux. „Dat is een Portugese druif waar we grote verwachtingen van hebben.” Met de druiven maakt het instituut zogenoemde microvinificaties van zo’n tien liter wijn. „De smaak gaat de goede kant op.”

Wordt die niet drastisch anders, zoals wijnliefhebbers vrezen? Van Leeuwen: „Behalve de druif spelen voor de smaak ook het klimaat, de temperatuur en de manier waarop je de wijn maakt een rol. Door een vreemde druivensoort te introduceren beperk je juist de smaakverandering. Als je na 2050 merlot blijft gebruiken, krijg je écht een andere smaak.”

Het is nogal een langetermijnproject: het duurt vier jaar voordat een nieuwe wijnstok druiven geeft, dan kun je wijn maken, die drie jaar later kan worden geproefd. Om de ook verwachte grotere droogte te ondervangen experimenteert zijn onderzoeksgroep met het via DNA-analyse verbeteren van wortelstokken die dieper de bodem in groeien of anderszins beter tegen minder neerslag kunnen.

„Ons streven”, zegt Van Leeuwen opgeruimd, „is dat we er in 2030 zo’n beetje uit zijn en tegen de boeren kunnen zeggen welke druif in 2050 het best is aangepast, zodat ze op grotere schaal kunnen experimenteren.” En dan is het natuurlijk de vraag of de wijnboeren dat accepteren.

„We zullen wel moeten”, zegt Arnaud d’Arfeuille in Saint-Émilion. „En laten we er ook niet te dramatisch over doen. In het verleden is in deze streek wel vaker van druivensoort gewisseld.”