‘Warm herfstweer komt door opwarming aarde’

Dat zei KNMI-directeur Gerard van der Steenhoven in het NOS-journaal.

De aanleiding

Het was warm, begin november. In een item van het NOS-journaal van zondag vroeg een verslaggever zich daarom af: „Ik heb mijn zomerjas nog aan. Is dit klimaatverandering?” Gerard van der Steenhoven, directeur van het KNMI, antwoordde: „Ja, op dit moment zien wij de gevolgen van klimaatverandering voortdurend om ons heen.” De opwarming van de aarde zet zo sterk door dat het hoofd van het KNMI zelfs sprak van ‘een code oranje voor het klimaat’.

Dat is ferme taal. Het is zelfs voor het eerst dat het KNMI zich zo sterk uitlaat over de gevolgen van klimaatverandering voor het weer in Nederland. Is het warme novemberweer inderdaad het gevolg van klimaatverandering? Dat checken we.

Waar is het op gebaseerd?

De berekeningen achter de bewering zijn gemaakt door Geert Jan van Oldenborgh, klimaatonderzoeker bij het KNMI. De resultaten zijn nog niet gepubliceerd in een rapport of artikel, laat Van Oldenborgh weten, maar hij stuurt ze graag per mail op.

En, klopt het?

Warm was het zeker. De eerste tien dagen van november was de gemiddelde etmaaltemperatuur in De Bilt 12,2 °C. Dat is een record. Nog nooit eerder waren de eerste tien dagen van november zo warm: het gemiddelde is 8,3 °C.

Ligt dit aan de opwarming van de aarde? Klimaatonderzoekers zeiden lang: wij gaan niet over het weer. Klimaat is een kwestie van trends, het weer verandert van dag tot dag.

Dat houdt een keer op. Inmiddels is wel duidelijk dat een warmer klimaat kan leiden tot extremer weer, zoals hittegolven, droogte of extreme regenval. In een jonge tak van de klimaatwetenschap (Extreme Event Attribution) proberen klimatologen die kansen uit te rekenen. De statistiek hebben klimaatonderzoekers geleend van ingenieurs en verzekeringsmaatschappijen. Die drukken kansen op rampen uit in een herhalingsperiode: een dijk mag bijvoorbeeld eens in de 1.250 jaar overstromen.

Van Oldenborgh paste dit principe toe op het warme novemberweer. Hij vroeg zich af: wat is de kans op een extreem warme herfst in het huidige klimaat? En wat zou die kans zijn geweest in een wereld zonder klimaatverandering? Voor De Bilt zijn die kansen uit te rekenen, omdat de temperatuur hier al meer dan honderd jaar wordt bijgehouden.

Van Oldenborgh berekende de kans op tien extreem warme dagen in de herfst (oktober en november) voor 1915 en 2015. In het klimaat van 1915 was die kans astronomisch klein, praktisch nul. Maar in 2015 is die kans op een warme periode in de herfst opgelopen naar eens in de 36 jaar (met een onzekerheidsmarge, maar de kans blijft erg toegenomen).

Ted Shepherd, hoogleraar klimaatwetenschap aan de University of Reading die niet meerekende, noemt de aannames „redelijk” en de uitkomsten „zinnig”.

Toch valt er een aanmerking te maken. De uitspraak dat deze warme november veroorzaakt is door klimaatverandering is onmogelijk aan te tonen: de rekensom van Van Oudenborgh zegt louter iets over de kans op warme herfstperiodes in het algemeen. Bovendien: de berekening kan nooit onthullen dat klimaatverandering de oorzaak is. Dat is een interpretatie, gebaseerd op klimaatmodellen. Maar, zegt Shepherd: „Modellen en observaties wijzen hier in dezelfde richting: zonder klimaatverandering kwamen zulke warme herfsten bijna nooit voor.”

Conclusie

De kans op extreem warm herfstweer, zoals begin november, is de afgelopen honderd jaar toegenomen van bijna nul naar eens in de 36 jaar. Die toename hangt samen met de opwarming van de aarde. We beoordelen de bewering daarom als grotendeels waar.