Veel belangen achter ‘Syriëruzie’

De spanningen tussen de landen zijn opgelopen na het neerhalen van de Su-24 dinsdag. Maar Ankara en Moskou hebben veel belang bij goede onderlinge relaties, op het gebied van energie, handel en defensie.

Honderden Russische demonstranten protesteerden gisteren bij de Turkse ambassade in Moskou, uit onvrede over het door Turkije neergehaalde Russische toestel. Foto Kirill Kudrjavtsev

Het kan weer mislopen. In reactie op het neerhalen van een Russisch gevechtsvliegtuig door de Turkse luchtmacht, dinsdag, neemt Moskou een agressieve houding aan. De Russische bommenwerpers die doelen bestoken op luttele kilometers van de Turkse grens, zullen voortaan worden beschermd door jagers die opkunnen tegen de Turkse F-16’s. Rusland gaat bovendien moderne S-400-luchtafweer stationeren op hun basis in de provincie Latakia. Deze raketten dragen tot ver in Turkije. Dat geldt ook voor de raketsystemen op de kruiser ‘Moskva’, die is opgestoomd naar de Syrische kust. Volgens minister van Defensie Sjojgoe kan de kruiser „elk luchtdoel treffen”.

Rusland neemt het neerhalen van zijn Su-24 hoog op. President Poetin sprak van een „dolksteek in de rug”, die „serieuze consequenties” zal hebben voor de Turks-Russische betrekkingen. Het militaire spierballenvertoon gaat daarom gepaard met de gebruikelijke strafmaatregelen. De Russische landbouwinspectie kondigde aan dat er schadelijke bacteriën waren aangetroffen in Turks kippenvlees. De keuringsdienst van waren maakte bekend dat er problemen zijn met Turkse kinderkleding, meubels en wasmiddelen. Volgens mediaberichten beginnen Russische verkoopsites Turkse intussen producten spontaan te boycotten, en bieden reisorganisaties minder trips naar Turkije aan.

Gisteren werd de Turkse ambassade in Moskou bekogeld met stenen door actievoerders die niet al te veel in de weg werd gelegd door de politie.

Maar de werkelijkheid achter deze grimmige façade is complex en genuanceerd. Alleen al vanuit strategisch oogpunt kan Rusland zich niet veroorloven om ruzie te maken met Turkije. En ook Turkije heeft veel belang bij normale betrekkingen.

De twee landen onderhouden nauwe economische banden. Rusland is Turkijes grootste handelspartner, met een totaal handelsvolume van 25 miljard dollar. Turkije importeert vooral gas en olie: tussen de 50 en 60 procent van het Turkse gas komt uit Rusland. Die afhankelijkheid zou Turkije graag verminderen, maar zover is het nog lang niet. Maar Rusland is ook afhankelijk van Turkije. Moskou wil vóór 2019 een einde maken aan de doorvoer van gas door Oekraïne. Maar na tegenwerking van de EU zette Rusland vorig jaar een streep door Southstream, de pijpleiding onder de Zwarte Zee door naar de Balkan en Midden Europa. De Russische gasbuis, zo kondigde Poetin aan, kon net zo goed in Turkije aan land komen. Het is dus maar de vraag of staatsbedrijf Gazprom inderdaad een streep zal zetten door de plannen, zoals de krant Kommersant deze week suggereerde.

Afhankelijkheden over en weer

Zo zijn er meer afhankelijkheden over en weer. Het afgelopen jaar verbleven 4,5 miljoen Russen in Turkse all inclusive-hotels. Maar vanwege de crisis in Rusland daalt het aantal vakantiegangers. En deze week raadde de Russische minister van Buitenlandse Zaken Lavrov burgers aan om het vakantieland links te laten liggen. Volgens Lavrov was de terroristische dreiging in Turkije net zo groot als in Egypte. De voorzitter van Turkse hotelfederatie noemde een verdere teruggang van het aantal Russische toeristen deze week „een ramp”.

Omgekeerd leunt Rusland ook op Turkije. Sinds Rusland een verbod op de import van Europese levensmiddelen afkondigde, is het aanbod in de supermarkten verschraald. Het is mede aan de Turkse tomaten en mandarijnen te danken dat er nog voldoende groente en fruit te koop is in Moskou. Hoewel Russische instanties nu moeilijk beginnen te doen ligt een volledig embargo op Turkse producten niet voor de hand – daar zou het Kremlin zichzelf mee in de vingers snijden.

Ook militair-strategisch liggen de verhoudingen ingewikkeld. Het luchtoffensief boven Syrië (2.000 gevechtsvluchten in zes weken) leunt op een enorme logistieke operatie en de Russische bommen en granaten worden vooral aangevoerd over zee, langs de Bosporus – dwars door Turkije. Volgens het verdrag van Montreux mag Ankara die zee-engte niet zomaar sluiten – dat mag alleen in tijden van oorlog – maar dat de Russische operationele lijnen kwetsbaar zijn, weten ze in Moskou maar al te goed. Omgekeerd kan Rusland Turkije veel hoofdpijn bezorgen. Zo steunt Moskou steeds openlijker de Syrische Koerden, die een deel van het grensgebied met Turkije in handen hebben.

Ministers lijken ook bereid te praten

Geen van de partijen, kortom, heeft belang bij een volgend incident. Vooral de Turkse regering slaat een verzoenende toon aan. President Erdogan zei gisteren dat het niet duidelijk was dat de SU-24 Russisch was – het Assad-regime beschikt over dezelfde toestellen. Gisteren noemde de Turkse premier Rusland „een vriend”.

Achter de schermen lijkt ook Moskou bereid te praten. Volgens de regeringsgezinde krant Yeni Safak zullen Erdogan en Poetin maandag, tijdens de klimaattop in Parijs, elkaar persoonlijk spreken. Ook zou er gewerkt worden aan een ontmoeting van de Turkse en de Russische ministers van buitenlandse zaken. Die vindt waarschijnlijk op 3 of 4 december plaats.