‘Tweede Kamer heeft zichzelf klemgezet’

Sector bepleit bij Kamer structureel extra geld

graphickop

Dat was schrikken voor de cultuursector. Tweede Kamerleden bleken dit najaar opeens gevoelig voor oproepen van grote festivals en drie productiehuizen om ze voor de komende vier jaar alvast te verzekeren van overheidssteun. Voor Oerol, het Festival Oude Muziek in Utrecht, Cinekid en de Nederlandse Dansdagen werd een plek gecreëerd in de basisinfrastructuur (BIS) vanaf 2017. Het levert ze 2 tot 4 ton subsidie per jaar op.

Leuk voor hen, maar zuur voor vele andere festivals en kunstinstellingen, vindt de sector. Budgetten wordt verder uitgehold door de verschuiving van gelden. Bovendien: een subsidiestelsel dat zorgvuldig was ontwikkeld om gelobby te voorkomen wankelt.

Een reactie kon niet uitblijven. Deze week stuurden de belangrijkste koepelorganisaties – Federatie Cultuur (de werkgevers), FNV Kiem (de vakbond) en Kunsten ’92 (waarin alle belangenorganisaties zijn gebundeld) – een noodkreet naar de Tweede Kamerleden die maandag vergaderen over de cultuurbegroting. „Zo gaat de winst van de ene instelling duidelijk ten koste van de andere”, stellen de briefschrijvers. „De waardering voor initiatieven die zich inmiddels bewezen hebben, gaat direct ten koste van ruimte voor vernieuwing, ontwikkeling, experiment en nieuwe generaties. Het nationale cultuurbeleid lijkt ineens ver terug in de tijd geworpen.”

Die politieke bemoeienis was namelijk nu juist niet de bedoeling van het cultuursubsidiesysteem dat in 2009 werd ingevoerd. Grote essentiële cultuurinstellingen (zoals rijksmusea, symfonieorkesten en de grootste dans- en theatergezelschappen) kwamen in die zogeheten basisinfrastructuur en zijn steeds voor vier jaar verzekerd van subsidie. De kleinere instellingen – zeg maar het mkb van de kunstensector – moesten aankloppen bij de cultuurfondsen, die ruimte kregen om te kiezen voor vernieuwing en talentontwikkeling.

Maar die ruimte is ze snel ontnomen. Door de bezuinigingen onder de vorige staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) zijn ze sinds 2013 al 19 (Filmfonds) tot 31 procent (Mondriaan Fonds) van hun budget kwijtgeraakt. Bovendien hebben de fondsen zo’n 40 procent van de instellingen die in 2013 uit de basisinfrastructuur vielen met veelal meerjarige subsidies verder geholpen. „Dit noodgedwongen ten koste van nieuwe toetreders en ruimte voor creatieve producties die voor innovatie belangrijk zijn”, stelt de brief.

De cultuurfondsen hebben een deel van de klappen opgevangen door het uitputten van hun financiële reserves, maar zullen nu gedwongen worden om het aantal subsidies of de hoogte daarvan te laten afnemen. De 2,4 miljoen euro die minister Bussemaker (PvdA) ze nog in haar cultuurnota in juni dit jaar toezegde voor vernieuwing en talentontwikkeling, verdwijnt nu door de moties van de Tweede Kamer grotendeels naar de basisinfrastuctuur.

De Kamerleden hebben gekozen voor de bekende publiekslievelingen, niet voor de kleine veel onbekendere instellingen die bij de fondsen onderdak vinden. De kunstsector heeft zich verenigd achter deze noodoproep aan de Kamer. De fondsen en de Raad voor Cultuur hebben volle medewerking gegeven aan het verzamelen van gegevens om de nood inzichtelijk te maken, maar door hun directe relatie met het ministerie kunnen ze de brief niet ondertekenen.

De ondertekenaars zien uiteindelijk maar één uitweg. „Er is een structurele injectie nodig.” Zij constateren dat „in het nieuwe bestel zich duidelijk zwakke plekken en risico’s bevinden”. Maar de Tweede Kamer is tot dusver doof gebleven voor oproepen voor extra geld. Een motie van de SP voor 10 miljoen euro extra werd een maand geleden nog afgewezen. Dat de cultuurwoordvoerders nu wel de noodzakelijke ‘dekking’ willen vinden, lijkt uitgesloten. Marianne Versteegh van Kunsten ’92: „Ik ben bang dat ze zichzelf klem hebben gezet.”