Te veel containerschepen voor te weinig vracht

De groei van de wereldhandel blijft achter bij die van de economie. Nog nooit waren vrachttarieven zo laag. Oorzaken: China importeert minder en het herstel in het Westen is zwak.

Vrachttarieven omlaag

De inkomsten van Dink Ripmeester lopen terug. Als ‘zeebevrachter’ bemiddelt hij wereldwijd tussen rederijen en aanbieders van ladingen. Daarvoor ontvangt hij commissie. En die is dit jaar steeds lager geworden. „Neem de verhuur van een vrachtschip van tussen de 10.000 en 12.000 ton. Daar is wel eenvijfde, een kwart van de prijzen afgegaan”, zegt Ripmeester, tevens voorzitter van de Nederlandse Zeebevrachters Sociëteit (NZS). Het komt door de dalende vraag naar scheepsvervoer. „We zien minder drukte, minder aanvragen.”

De oorzaak: de wereldhandel zit in het slop. De grootste containervervoerder ter wereld, Maersk uit Denemarken, ontsloeg deze maand vierduizend mensen. Maersk schuift investeringen op de lange baan en schroeft capaciteit terug. Concurrent Hapag-Lloyd uit Duitsland haalde bij zijn beursgang onlangs veel minder op dan gehoopt: 300 miljoen in plaats van 500 miljoen euro.

Deze week bleek uit de maandelijkse Wereldhandelsmonitor van het Centraal Planbureau (CPB) dat de omvang van de wereldwijde handel in goederen in het derde kwartaal van dit jaar is gestegen, met 1,1 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Maar die stijging volgt op twee dalingen in het eerste en tweede kwartaal met 1 respectievelijk 0,8 procent). Die dalingen zijn uitzonderlijk. De OESO, de club van rijke landen, sprak deze maand van een „dramatische” terugval van de wereldhandel.

Minder kolen naar China

Een andere veelgebruikte indicator voor de wereldhandel is de Baltic Dry Index (BDI) met daarin de tarieven voor de bulkscheepvaart (graan, steenkool, ijzererts) op 25 belangrijke routes. Deze index dook vorige week onder de 500 punten, een laagterecord. De BDI kan een vertekend beeld geven van het handelsvolume, omdat vrachttarieven ook dalen door overcapaciteit. Reders hebben de afgelopen jaren veel grote schepen besteld, die nu in de vaart komen. Maar dan nog is de zeer lage BDI veelzeggend: de schepen waren gekocht in de verwachting dat de handel weer flink zou gaan toenemen. En dat gebeurt niet.

Wat is er aan de hand? De signalen over de tegenvallende wereldhandel dateren niet van dit jaar. De groei van de handel ligt nu al vier jaar op ongeveer hetzelfde niveau van de wereldwijde bbp-groei (vorig jaar allebei rond 2,5 procent). In de vijftien jaar vóór de crisis groeide de wereldhandel gemiddeld twee keer zo snel als het wereldwijde bbp.

Vooral in China staat de laatste tijd de import onder druk. Import is een indicator waarnaar analisten meer naar kijken dan naar export. „Handel begint met vraag”, zegt Raoul Leering, hoofd internationaal handelsonderzoek bij ING. „Zonder vraag naar importproducten geen export.”

De importdata van de Chinese douane zien er vrij schokkend uit: in september en oktober lag de import rond 20 procent lager dan in dezelfde maanden vorig jaar. Het gaat hier echter om de waarde van de import, niet om de omvang. De importwaarde daalt sterk door de lage prijzen van ingevoerde grondstoffen. Overigens zijn die lage prijzen weer grotendeels het gevolg van de gedaalde vraag in China, door de groeivertraging in de Chinese economie.

Chinese import omlaag

De Chinese import daalde in het eerste kwartaal van dit jaar zeer fors (13 procent) ten opzichte van het voorgaande kwartaal, maar de twee kwartalen daarna trok de import weer wat aan. China importeerde tot dusver dit jaar 30 procent minder kolen, 11 procent minder staal en 24 procent minder auto’s dan vorig jaar, zo blijkt uit douanecijfers. Dat raakt grondstoffenproducenten als Brazilië en Rusland, landen waar het nu economisch toch al niet zo goed gaat. Hun exportinkomsten lopen terug.

Met de handelscijfers van de Verenigde Staten en Europa gaat het niet slecht, maar indrukwekkend zijn ze evenmin. Import (en ook export) in de VS en de eurozone lieten de afgelopen paar kwartalen soms een lichte stijging zien, dan weer een daling. De handel blijft kwakkelen, ondanks het economisch herstel aan beide zijden van de Atlantische Oceaan.

„Het economisch herstel is niet zo sterk als na eerdere recessies en levert relatief weinig vraag op”, zegt hoofdeconoom Keith Wade van het Londense beleggingshuis Schroders. Wade wijst op de Amerikaanse huizenmarkt. „Hypotheekleningen zijn nog ver van het niveau van voor de crisis. Dat betekent weinig investeringen en weinig import. Denk bijvoorbeeld aan keukens.” In de eurozone presteert de industrie nog matig. „Doordat industriegoederen het grootste deel van de wereldhandel vormen, heeft dit invloed op de handelscijfers”, zegt Leering van ING.

Economen wijzen op structurele oorzaken: de mondialisering, met de bijbehorende verplaatsing van productie naar lagelonenlanden (outsourcing), zou over haar hoogtepunt heen zijn. Leering is daar niet van overtuigd. „Zolang er tussen landen verschillen in loonkosten en in andere vestigingsplaatsfactoren bestaan, zal outsourcing doorgaan, ook al gaat dat in een lager tempo. En in grote landen als India en Brazilië nog steeds vrij hoge handelsbelemmeringen. Daar is winst te boeken.” Leering denkt ook dat handelsverdragen als het TPP-akkoord (tussen de VS en landen rond de Stille Oceaan) als stimulans zullen werken. En dat het voorzichtige herstel van de wereldhandel in het laatste kwartaal doorzet. „De industriële productie in Europa zal aantrekken, stimuleringsmaatregelen in China jagen de industrie daar aan.”