Collegae, luister niet naar de kletskoek van Dautzenberg

Schrijvers van Nederland, laat u geen zand in de ogen strooien door de praatjes van A.H.J. Dautzenberg (21/11) waarin hij u kwalijk neemt geen engagement te tonen in uw werk en critici verwijt er geen oog voor te hebben als het zich een keer vertoont.

De enige reden dat recensenten moeite hebben met het werk van Karel Glastra van Loon of Jef Last, de voorbeelden die Dautzenberg noemt, is de ondermaatse literaire kwaliteit van hun werk.

Een roman met een boodschap valt buiten de literatuur en wordt een pamflet, ‘tijdgebonden geklets’, volgens Nabokov. Een roman is per definitie meerduidig, geeft een beeld van de complexiteit en de tegenstrijdigheden van de werkelijkheid en gaat altijd over mensen die binnen die werkelijkheid hun leven proberen in te richten of dat nu juist niet kunnen.

Belangrijk literair werk is altijd met honderden zenuwbanen aangesloten op de werkelijkheid, alle kunst komt voort uit frictie met de wereld. De intense ervaring die het lezen van een goed boek ons bezorgt duiden we al anderhalve eeuw aan met ‘schoonheid’.

De titel van een essaybundel van Rutger Kopland is nog geschikter: ‘Mooi, maar dat is het woord niet.’