Overheid mag voorwaarden stellen aan bed-bad-brood

Overheid mag van uitgeprocedeerde asielzoekers verwachten dat zij meewerken aan hun vertrek uit Nederland.

Een slaapzaal in terugkeerlocatie Ter Apel. Foto ANP / Vincent Jannink

Het Rijk mag voorwaarden stellen aan het bieden van ‘bed, bad en brood’, oftewel de basale opvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers. Dat heeft de Raad van State vanochtend bepaald. De bestuursrechter oordeelde dat de overheid van uitgeprocedeerde asielzoekers mag verwachten dat zij meewerken aan hun vertrek uit Nederland.

In april viel het kabint bijna over de vraag of uitgeprocedeerde vreemdelingen wel of geen opvang zouden moeten krijgen tijdens de zogeheten ‘bed-bad-broodcrisis’. Aanleiding voor de crisis toen was een dubbelzinnige uitspraak van de Raad van Europa. De VVD las erin dat opvang niet hoefde, de PvdA vond juist van wel. Onderdeel van hun oplossing was: oké, er komt opvang en die betaalt het rijk, maar die regeling is beperkt in tijd tot er een uitspraak van een hoogste nationale rechter ligt. En dat was vandaag zover.

De Raad van State oordeelt nu dus dat de overheid voorwaarden aan de opvang mag stellen. Als de betrokkene weigert daaraan mee te werken, mag onderdak worden geweigerd. Alleen in “bijzondere” omstandigheden mag de overheid niet verlangen dat een vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek, bijvoorbeeld “dat de vreemdeling vanwege zijn psychische gesteldheid niet kan overzien dat als hij niet meewerkt hij geen onderdak krijgt van de staatssecretaris”.

‘Sluitend stelsel van opvang ontstaan’

Ook gemeenten mogen voor bed, bad en brood doorverwijzen naar een (landelijk) uitzetcentrum, waar voorwaarden aan opvang zijn verbonden. Dat bepaalde de Centrale Raad van Beroep, de bestuursrechter die zich buigt over sociale zekerheid, vanochtend:

Inmiddels is vanuit verdragsrechtelijk perspectief een sluitend stelsel van opvang ontstaan. In dit stelsel is de staatssecretaris verantwoordelijk voor opvang van niet rechtmatig in Nederland verblijvende vreemdelingen.

De hoogste bestuursrechters bevestigen met hun uitspraken het compromis dat de coalitie van VVD en PvdA dit voorjaar hebben bedacht. Zij bedachten in april dat de vreemdelingen voor opvang terecht moeten kunnen in de vijf grote steden plus Ter Apel, waar nu een uitzetcentrum zit. Die opvang zou dan een ‘voorfase’ zijn in het uiteindelijk meewerken aan terugkeer naar het land van herkomst. Het is nu aan verantwoordelijk staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie, VVD) om met gemeenten in overleg te gaan welke gemeenten die opvang gaan regelen.

Dijkhoff: prettig dat analyse bevestigd wordt

De staatssecretaris noemde de uitspraken vanochtend in een eerste reactie “een bevestiging van wat we zelf al dachten”. “We hadden dezelfde analyse gemaakt, het is prettig dat die bevestigd wordt.”

GroenLinks is ongelukkig met de uitspraken. Kamerlid Linda Voortman gaat vanmiddag een debat met Dijkhoff aanvragen. “Recht op voedsel en onderdak moet een onvoorwaardelijk recht zijn.” Coalitiepartij PvdA hoopt dat het ministerie en de gemeenten snel met elkaar tot afspraken komen over de opvang. “Nu helder is wat de juridische kaders zijn kunnen zij snel tot een afspraak komen”, aldus Kamerlid Attje Kuiken. VVD-Kamerlid Azmani is blij met de uitspraken:

“De VVD vindt het goed dat geen tegenstrijdig signaal wordt afgegeven door verblijf toch te faciliteren terwijl de procedure is afgerond en de vreemdeling een vertrekplicht heeft. De uitspraken van vandaag bevestigen dit.”