President van een land in oorlog met Rusland

President Porosjenko in gesprek met NRC Handelsblad. Foto Michail Palintsjak

De weg van het ancien regime naar een nieuw bewind in Oekraïne is een lange. President Petro Porosjenko regeert anderhalf jaar over de voormalige Sovjetrepubliek, die heen en weer slingert tussen Rusland en Europa. Maar in het presidentiële paleis aan de Bankova Straat in Kiev is de cultuurstrijd tussen de autoritaire stijl van vroeger en de lossere van nu nog niet beslecht.

„Kijk. Wij lijden aan een post-Sovjetsyndroom. We moeten niet alleen het land veranderen, ook de mensen moeten veranderen”, zegt Porosjenko in zijn speciale ontvangstkamer. In het stalinistisch-classicistische gebouw, waar tussen de val van nazi-Duitsland en het einde van de Sovjet-Unie de Oekraïense Communistische Partij zetelde, is de cultuurstrijd zichtbaar. Op de tweede etage probeert de Maidan-generatie de intimiderend lange gangen naar haar hand te zetten. Aan de muren hangt moderne kunst die verwijst naar befaamde Oekraïners, zoals Kazimir Malevitsj (schilder) en Igor Sikorski (uitvinder van de helikopter). In de werkkamers slingeren mobiele telefoons en kleurige laptops. De jonge mannen en vrouwen, gekleed in truien en gymschoenen, waren in 2013/2014 actief in het tentenkamp op de Maidan, de beweging waar de toenmalige president Janoekovitsj zijn tanden op stuk beet.

Een paar verdiepingen hoger werkt de oude bureaucratie in haar grijze kostuums of mantelpakjes. Daar heerst de veiligheidsdienst. Mobiele telefoons zijn op deze presidentiële etage niet welkom. De functionarissen communiceren via een apart gesloten systeem. Bijna iedereen heeft een oortje in. Zelfs de man die het glas mineraalwater met vier grote blokken ijs voor de president inschenkt.

De president ontvangt in een tot de nok gelambriseerd ‘kabinet’, waar onlangs een sculptuur van lege kogelhulzen is neergezet ter ere van de ‘hemelse honderd’ die tijdens de protesten begin 2014 vielen door geweervuur.

„Jou wel, ons niet”, had de kapster in Kiev eerder die dag verzucht. Haar levenspeil is achteruitgegaan. Al blijft ze goed gehumeurd, een eigenschap van veel Kievlani, de belofte van de Maidan is nog niet ingelost. Het hervormingsbeleid hort en stoot. Er komt bijvoorbeeld wel een onafhankelijke publieke omroep als tegenwicht voor de zenders van de oligarchen. Maar nieuwe wetten voor de intens corrupte rechterlijke macht, fiscus, douane en ambtenarij laten op zich wachten.

„Die kritiek is logisch”, zegt de president. „Oekraïne heeft afgelopen achttien maanden een prijs betaald van 8.000 doden: 6.000 burgers en 2.000 soldaten. Tegelijkertijd hebben we pijnlijke shockhervormingen doorgevoerd. Toch is mijn partij Blok Petro Porosjenko bij de lokale verkiezingen in bijna tweederde van de regio’s de grootste geworden.”

Hervormen in oorlogstijd

Porosjenko werd in mei 2014, bijna drie maanden na de Russische annexatie van de Krim, gekozen. Sindsdien kampt Oekraïne met een diepe economische crisis. In het eerste kwartaal van dit jaar kromp het bruto binnenlandse product met maar liefst 17 procent. De grivnja werd ten opzichte van euro en dollar drie keer minder waard. De inflatie spoot omhoog met uitschieters van 50 procent. De woonlasten stegen, de pensioenen daalden. Stagflatie. Pas in oktober was er voor het eerst weer wat groei. De daling van het bbp loopt terug tot 11,8 procent. Volgend jaar wordt zelfs een groei verwacht: van 0,3 tot 2 procent, bij een inflatie van 12 tot 15 procent.

Is dat een keerpunt of was gewoon de bodem van de put bereikt? Porosjenko denkt het eerste. Maar, zegt hij, het is ook „een filosofische kwestie”. „In combinatie met een oorlog, was dit een van de moeilijkste periodes in onze geschiedenis. Toen ik president werd, hadden we helemaal geen krijgsmacht. Toch hebben we, terwijl we nu 5 procent van onze begroting aan militaire uitgaven besteden, in ons begrotingstekort gesneden. In februari hadden we deviezen- en goudreserves van minder dan 5 miljard dollar. Nu, ondanks de rampzalige oorlog, hebben we een reserve van 13 miljard en is ons begrotingstekort minder dan 4 procent.”

Daar komt nog iets bij. Anders dan Janoekovitsj, die op het electoraat in het oosten teerde, en diens voorganger Joesjtsjenko, die het van het Westen moest hebben, beschouwt Porosjenko, zelf geboren in de Boedzjak in de zuidwestelijke uithoek van het land, zich als de eerste president die in alle windstreken steun heeft.

„Altijd was Oekraïne verdeeld. De helft was voor Europese integratie en de andere helft voor de Tolunie met Rusland. Twee jaar geleden was 16 procent voor integratie met de NAVO, nu is dat meer dan 60 procent. Twee jaar geleden was 36 procent voor integratie met de EU, nu circa 70 procent. Als er een land is in de wereld dat zulke dynamiek vertoont ten tijde van oorlog, dan wil ik wel eens weten hoe dat land heet. Het Oekraïense volk heeft niet alleen de Russische agressie tot staan gebracht, maar ook een begin gemaakt met economische hervormingen. Daar ben ik trots op.”

Die trots is niet altijd wederkerig. De ministers van financiën en economische zaken worden door de publieke opinie gewaardeerd. Maar premier Arsen Jatsenjoek is zo impopulair dat hij het niet eens aandurfde om zijn partij Volksfront te laten meedoen aan de lokale verkiezingen van afgelopen maand. Dat de premier er nog zit, komt doordat de elite als de dood is voor vervroegde parlementsverkiezingen. Jatsenjoek speelt dat ook uit. Het parlement is een vechtarena gebleven, waar vorige week zelfs weer werd geschopt en geslagen. De vier landelijke partijen, die de regerende pro-Europese coalitie vormen maar elkaar wantrouwen, willen hun cliëntelistische belangen niet opgeven. Tientallen afgevaardigden lopen nog steeds aan de leiband van oligarchen als staalmagnaat Rinat Achmetov, bankier Igor Kolomojski en de duistere aardgasmakelaar Dmitri Firtasj.

Een treffend voorbeeld van de bluf- en chantagecultuur was de aanvankelijke onwil van het parlement om anti-discriminatiebepalingen ter bescherming van seksuele minderheden aan te nemen: een voorwaarde van de EU voor het visumvrije reizen waar Oekraïne zo naar hunkert. Porosjenko greep in. „De coalitie wees in eerste lezing elke wetswijziging af. Ik heb alle fractieleiders uitgenodigd om duidelijk te maken hoe belangrijk die wet was. Bij de tweede lezing stemde het parlement wel voor.”

Of hij daarvoor heeft gedreigd, zoals een post-Sovjetleider betaamt? „Ik heb niet gedreigd. Ik zei simpelweg dit. Als president en christen, als man die al meer dan 30 jaar met zijn vrouw samenleeft – ik was 18 toen ik trouwde – en als vader van vier kinderen, sta ik voor zeer traditionele waarden. Maar als president, als waarborg van de grondwet, moet ik de rechten van alle Oekraïners, ongeacht seksuele oriëntatie of wat dan ook, garanderen. Het parlement steunde me. Dat toont aan hoe ongelooflijk dit land in achttien maanden is veranderd.”

Het bewijst volgens hem eveneens dat Europa op zijn beurt Oekraïne „eenheid en solidariteit” is verschuldigd. „Allereerst politieke steun. Let wel: geen geld, geen militaire noch technische hulp, zelfs geen adviseurs, nee, eerst steun voor de Europese waarden in Oekraïne. Financiële steun en militaire hulp komen op de derde en vierde plaats. Want waar vechten wij voor? Niet alleen voor territoriale soevereiniteit. We vechten voor vrijheid en democratie. Door de Russische agressie is het mondiale veiligheidssysteem geruïneerd. De Oekraïners die hun land verdedigen, verdedigen de veiligheid van Europa.”

Europese waarden

Europese waarden, klinkt het daarom aan de Bankova. Waarden die haaks staan op die van het Kremlin. Maar wat behelzen die dan precies? „Tolerantie. En waardigheid”, aldus president Porosjenko. „Precies twee jaar geleden gingen een paar duizend studenten naar de Maidan uit protest tegen de beslissing van Janoekovitsj om te stoppen met de Europese integratie. Ze vroegen ons, politici: kom niet. Maar toen de politie ze in elkaar sloeg, kwamen er een dag later miljoenen de straat op. Zonder een enkele bloem te knakken. Vandaar de naam ‘mars van de waardigheid’. Misschien is het een beetje romantisch en naïef, maar zo versta ik Europa. We zijn beide Slavische naties, maar Rusland is een imperiale staat, terwijl Oekraïne wil terugkeren in Europa.”

Het is dan ook geen toeval dat de Bankova met argusogen naar het Nederlandse referendum over het associatieverdrag met Kiev kijkt. De initiatiefnemers zeggen ‘nee’ tegen dat verdrag, onder meer omdat Oekraïne volgens hen in de Russische ‘invloedssfeer’ zat en zit.

„Dit is gecompliceerd,” zegt Porosjenko. „Ik kan geen commentaar geven op het democratische recht van de Nederlanders om zich in een referendum uit te spreken. Maar ik vertrouw de Nederlandse burgers. Onze landen zijn door de MH17-ramp nader tot elkaar gekomen. Dat kan je niet organiseren. Het gebeurde gewoon. Binnen drie uur lag er een bloemenzee bij de ambassade in Kiev, van mensen die nog nooit in Nederland waren geweest. Pijn verenigt volkeren. Wij hebben toen het, mondiaal uitzonderlijke, gebaar gemaakt om het onderzoek naar de ramp door Nederland te laten leiden en niet door ons. Dat was een stap zonder precedent. De reactie was: wow!”

Als de vraag aan de orde komt of er in West-Europa genoeg analytisch oog is voor Poetin, spreekt Porosjenko nog minder terughoudend. „Poetins politiek is het grootste probleem, niet alleen voor Rusland zelf en Europa, maar voor de hele wereld. Iedereen in Nederland moet weten dat een stem in het referendum ook een stem is voor of tegen de Oekraïners die hun leven hebben gegeven voor Europese waardigheid en waarden. Ik verafschuw het idee dat de Nederlanders gijzelaars worden van een politiek spel. Dit referendum is, bewust of onbewust, koren op Poetins molen.”

Geen angst de dupe te worden

Maar de Oekraïense president weet dat er op het mondiale toneel volop beweging is sinds de aanslagen boven de Sinaï en in Parijs. De annexatie van de Krim en de oorlog in de Donbas kunnen uit zicht raken, als Frankrijk en Rusland samen optrekken tegen Islamitische Staat. Alsof hij zo’n keerpunt voor wilde zijn, dankte president Porosjenko afgelopen weekeinde drie Baltische regeringsleiders omstandig omdat ze niet samen met Rusland in Syrië willen opereren. Is hij bang dat Oekraïne de dupe wordt van een Oost/West-coalitie tegen IS?

„Ik haat het woord angst. Ik zeg dat als president van een land dat al achttien maanden wordt bedreigd door terroristische aanslagen vanuit Rusland. De anti-IS-coalitie bestaat bovendien al. Rusland is daar geen deel van. Ik heb geen bezwaar als Rusland zich bij die coalitie aansluit, mits het IS bestrijdt en ophoudt Assad te steunen.”

In Europa klinken niettemin pleidooien om de sancties tegen Rusland te heroverwegen in het licht van het Midden-Oosten. Is het niet zo dat Oekraïne dan minder belangrijk wordt voor sommige partners in de coalitie? Porosjenko geeft geen krimp. „Dat geloof ik niet. Kijk naar deze parallel. Na de annexatie van Sudetenland in 1938 door Hitler zeiden veel mensen: Sudetenland is niet zo belangrijk. Maar uiteindelijk was de prijs van deze zogenaamd vreedzame oplossing heel hoog. Europa heeft zijn les geleerd. Niemand weet wat het volgende doelwit van Rusland is. Georgië in 2008. Krim en Donbas in 2014. Straks ook Bulgarije en de Baltische landen? Het is een gevaarlijk precedent.”

Dat roept een omgekeerde vraag op. Zal Oekraïne nog lid worden van de EU tijdens Porosjenko’s leven? De president antwoordt onomwonden via een omweg. „Na mijn eerste of tweede termijn als president, droom ik ervan om lid te worden van het Europese Parlement namens Oekraïne.” Meteen na zijn eventuele tweede termijn, in 2024? „Mogelijk.”

Thierry Baudet schreef als reactie op dit artikel deze brief: Het gaat niet om Poetin