Molenaarschap op de Unescolijst

Nederland doet met het molenaarschap voor het eerst voordracht voor de Unescolijst van immaterieel erfgoed – te beschermen tradities.

Zaanse Schans, molen De Kat. Met het wiel kunnen de wieken in de goede stand worden gezet: kruien.

Molengek, noemt Groninger Johan van Dijk (28) zichzelf. Als kind bouwde hij molentjes van luciferhoutjes. Op zijn zestiende begon hij een opleiding tot vrijwillig molenaar. Nu werkt hij als vrijwilliger in een zaagmolen in Warffum en een koren- en pelmolen in Mensingeweer.

Nederland nomineert het molenaarschap voor de Unesco-lijst van immaterieel erfgoed, maakte Minister Bussemaker (Cultuur, PvdA) gisteren bekend. Op de lijst staan tradities en gebruiken die volgens de VN-organisatie behouden moeten blijven. Zoals de Estse rooksauna en de Perzische tapijtproductie. Dat het molenaarschap er mogelijk bij komt, vindt Van Dijk „een erkenning”. „Ik hoop dat het helpt jongere generaties enthousiast te maken.”

Het is de eerste keer dat Nederland een traditie voordraagt. Het molenaarsambacht is op advies van de Raad voor Cultuur gekozen uit een inventarisatie van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, gemaakt nadat Nederland het Immaterieel ErfgoedVerdrag in 2012 tekende. Op de Nederlandse lijst staan ook onder meer carbidschieten, klompen maken, de Nijmeegse Vierdaagse en Sinterklaas.

„Echt fantastisch”, vindt Frits Bloem (66), voorzitter van het Gild Fryske Mounders. „We ervaren dit als een geweldige steun in de rug. Dat wordt gezegd: we willen zorgen dat het ambacht veilig wordt gesteld.” Een notering op de Unescolijst heeft vooral symbolische waarde; er is geen geldbedrag aan verbonden.

In Nederland zijn meer dan duizend vrijwillige en meer dan vijftig professionele molenaars actief. Ze volgden een opleiding bij één van de drie molenaarsgilden. Het zijn heel verschillende mensen, zegt Van Dijk. Een kinderarts, een postbode, een dominee. Sinds kort ook een voormalig vluchteling uit Joegoslavië. Voornamelijk mannen, eerder oud dan jong. „En allemaal eigenwijs.”  Door moderne techniek neemt de interesse in molens toe, denkt Van Dijk. „Soms krijg ik de vraag: waar zit de motor? Dat het de wind is, fascineert mensen.” Bij het Gilde van Vrijwillige Molenaars steeg het aantal gediplomeerden tussen 2006 en 2014 met 30 procent.

Van Dijk hoopt dat een plek op de erfgoedlijst subsidieverstrekkers stimuleert het onderhoud te bekostigen. De meeste molens zijn van stichtingen. Molenaar Bloem: „Als Unesco ons op de lijst accepteert, hebben we in het molenwereldje zeker een feestje.”

    • Mirjam Remie